Zierikzee

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Zierikzee was eens de tweede stad van Zeeland. Tegenwoordig is het een van de belangrijkste monumentensteden in de provincie. Het is een stad waar lang geleden ook recht gesproken werd. De sporen daarvan zijn nog steeds te vinden, bijvoorbeeld in het Stadhuis en in het Gravensteen.

Zuilen

Het oorspronkelijke stadhuis uit de 14de eeuw werd in de jaren 1550-1554 door het huidige gebouw vervangen. Op de begane grond bevindt zich een grote, middeleeuws ogende zaal. Zware natuurstenen zuilen schragen hier een balkenplafond. Aardig zijn de wapens van de steden en dorpen op Schouwen-Duiveland, die op de balken zijn aangebracht. Ze werden bij een restauratie in de 20ste eeuw teruggevonden en in oude luister hersteld.

Vierschaar in het stadhuis. Foto omstreeks 1980. (ZB, Beeldbank Zeeland, prentbriefkaart gemeente Zierikzee)Vierschaar in het stadhuis. Foto omstreeks 1980. (ZB, Beeldbank Zeeland, prentbriefkaart gemeente Zierikzee)

Vierschaar

De zaal diende vroeger lange tijd als vierschaar, een ruimte waar recht gesproken werd, en als wachtlokaal. De plaatselijke rechtspraak was toen immers in handen van lokale bestuurders. De gerechtslieden in Zierikzee bezaten het halsrecht, zij mochten dus doodvonnissen vellen. Vandaar ook dat de stad een beul in dienst had. Het beroep van beul was niet erg populair en ging vaak over van vader op zoon. Op de eerste verdieping is eveneens een rechtszaal te vinden, maar deze ziet er totaal anders uit. Het is een fraaie ruimte met Lodewijk XV-stucwerk. Ernaast is de al even fraaie voormalige raadzaal, in 1867 trouwzaal geworden.

Ziende kap

Het stadhuis werd in de jaren zeventig van de 18de eeuw ingrijpend verbouwd en dit gedeelte van het gebouw ademt nog de voorname sfeer van die tijd. Nog een verdieping hoger ligt de museumruimte onder een indrukwekkende open, zogenoemde ‘ziende kap’. Je kunt door de houten spanten heenkijken en ziet dan de kapconstructie. Het Zierikzeese stadhuis heeft nooit te lijden gehad van brand of oorlogsschade en daardoor is er zoveel gespaard gebleven.

Bloeiperiode

Omstreeks 1220 kreeg Zierikzee stadsrechten, die in 1248 door rooms-koning Willem II, graaf van Holland en Zeeland, werden hernieuwd en uitgebreid. In de tweede helft van de 14de eeuw beleefde de stad de grootste bloeiperiode. Handels- en vissersschepen voeren uit tot in de Oostzee en de Middellandse Zee. Zout, gewonnen uit veen, vormde een belangrijk exportartikel. Allerlei gebouwen uit dit tijdvak, zoals de Nobelpoort en de Noordhavenpoort, zijn nog steeds in het straatbeeld te vinden.

Het Gravensteen in Zierikzee omstreeks 1905. (ZB, Beeldbank Zeeland)Het Gravensteen in Zierikzee omstreeks 1905. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Zwaard

Het Gravensteen aan de Mol 25 dateert uit 1524-1526. Oorspronkelijk is dit gebouwd als rechthuis annex cachot. Beneden woonde de cipier en boven zuchtten de gevangenen achter dikke houten deuren. Het beulszwaard, een enorm zwaard waarmee executies werden verricht, bevindt zich in de collectie van het Stadhuismuseum.

Schandstenen

Ook hangen er zogeheten schandstenen. Dat zijn twee zware stenen, verbonden door een ketting. Bij wijze van straf moest er enige tijd mee rondgelopen worden. Een straf, die bijvoorbeeld bij diefstal, overspel of hoererij voor vrouwen werd toegepast. Dergelijke stenen zijn, behalve in Zierikzee, nog te vinden in Arnemuiden, Baarland, Brouwershaven, Oud-Vossemeer en Veere.

Prentenboek

Heel bijzonder is dat er sinds 1577 tal van inscripties (namen, jaartallen, primitieve afbeeldingen van schepen) in de houten muren van het Gravensteen zijn gekrast. Houten muren die, ter voorkoming van ontsnappingen, met ijzerbeslag zijn bewerkt. Zo zaten er onder andere Duinkerker kapers vast, die hun schepen hebben afgebeeld. Het Gravensteen is daardoor als het ware een groot prentenboek geworden.

Inscripties op de wanden in het Gravensteen. (ZB, Beeldbank Zeeland)Inscripties op de wanden in het Gravensteen. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Zitten

Opmerkenswaardig zijn hier ook de nog aanwezige 19de-eeuwse celblokken, die uit een soort prefab-systeem bestaan, dat in elkaar kan worden geschroefd. Het zijn in feite ijzeren kooien met een brits erin, waarop wel een strozak zal hebben gelegen. De celstraf, het zitten als straf, dateert uit de 19de eeuw. Voordien werd men over het algemeen alleen gevangen gehouden in afwachting van proces of strafuitvoering (executie of marteling). En de straffen waren lang niet mals: afhakken van ledematen, radbraken, vierendelen en onthoofden behoorden tot het normale repertoire. Het Gravensteen is tot 1923 als gevangenis in gebruik geweest.