Weefkatoentjes uit Zierikzee

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Ingesloten tussen de nieuwbouw van woningbouwvereniging Zeeuwland en de politie Zierikzee staat aan het Kerkhof-Zuid een voormalige calicotweverij. Eens ratelden hier de weefgetouwen en vonden veel armen uit de stad er hun emplooi. Tegenwoordig is in de ruimte een fraai filmtheater ondergebracht.

De gerestaureerde calicotweverij in oktober 2012. (Beeldbank SCEZ)De gerestaureerde calicotweverij in oktober 2012. (Beeldbank SCEZ)

19de-eeuwse herbestemming

De voornaamheid van het pand valt nog steeds af te lezen aan de neoclassicistische voorgevel. De aangebrachte stichtingssteen vermeldt dat de gevel in 1840 werd opgetrokken. Opvallend is de stijlovereenkomst met de neoclassicistische voorgevels van de nabijgelegen Nieuwe Kerk. Achter de voorgevel van de voormalige weverij ging echter een ouder gebouw schuil. Van dit 18de-eeuwse herenhuis zijn nog enkele elementen bewaard gebleven. Met de ingrijpende verbouwing in 1839-1840 onderging het pand een enorme transformatie. Behalve een nieuwe voorgevel werd het voormalige herenhuis voorzien van een verstevigde verdiepingsvloer en een nieuw, verlaagd dak. Door de functieverandering en de daarbij behorende aanpassingen is de voormalige calicotweverij een goed voorbeeld van een 19de-eeuwse herbestemming. Een herbestemming die door twee broers uit een Twents textielgeslacht tot stand werd gebracht.

Calicotweverij als armoedebestrijding

De gebroeders Salomonson waren Almelose textielfabrikanten. In Twente hadden zij meerdere weverijen in eigendom. Rond 1830 was deze bedrijfstak daar tot grote bloei gekomen. Door het tekort aan arbeidskrachten in de eigen regio gingen de Salomonsons al gauw op zoek naar nieuwe vestigingsplaatsen voor hun weverijen. Rond 1839 kwamen de broers terecht in Zeeland. In de 19de eeuw was dit een arme provincie met veel werklozen. In korte tijd richtten de Salomonsons een tiental calicotweverijen in Zeeland op. Van de Nederlandsche Handel Maatschappij kregen de broers de staatsgarantie dat jaarlijks voor 500.000 gulden aan calicots uit Zeeland zouden worden afgenomen. Ook in Zierikzee werd, in nauwe samenwerking met het gemeentebestuur, een weverij opgericht. Alleen zij die geen inkomsten uit arbeid hadden, kwamen als wever in aanmerking. Dit om het hoge aantal inwoners afhankelijk van de bedeling, te verminderen. De werkomstandigheden in de calicotweverij waren slecht. Door een verkeerde werkhouding groeiden veel wevers krom. Daarnaast leden veel wevers aan ziekten als reuma en longontsteking. Dit was onder andere te wijten aan een tekort aan daglicht en frisse lucht.

Interieur van de gerestaureerde calicotweverij. (Beeldbank SCEZ)Interieur van de gerestaureerde calicotweverij. (Beeldbank SCEZ)

Opkomst en ondergang

Aanvankelijk ging het de weverijen in Zeeland voor de wind. De vraag naar weefkatoen voor Indië was groot. Dit had te maken met het feit dat de katoenstof als ruilgoed werd gebruikt voor koloniale waren. Daarbij stond de Zeeuwse weefkatoen bekend om de hoge kwaliteit. De productie steeg gestaag. En in 1849 waren ruim 750 mensen in de Zeeuwse textielnijverheid werkzaam. Ook de weverij in Zierikzee breidde verder uit; rond 1850 stonden in de weefruimten ruim honderd weefgetouwen. Ondanks de goede vooruitzichten kwam de neergang abrupt. Met de opkomst van de stoommachine in 1852 werden de weverijen in Twente in hoog tempo gemoderniseerd. Deze ontwikkeling ging aan de Zeeuwse weverijen voorbij. Dit kwam onder andere doordat de gebroeders Salomonson zich grotendeels uit Zeeland terugtrokken. Al gauw konden de handmatige calicotweverijen in Zeeland niet meer concurreren. Hierdoor verdween tussen 1868 en 1870 de fabrieksmatige katoenweverij uit Zeeland. De calicotweverij in Zierikzee sloot in 1869 haar deuren. Hierdoor ging een belangrijke bedrijfstak voor de stad verloren.

Uniek stukje industrieel erfgoed

Tegenwoordig is de voormalige calicotweverij in Zierikzee het laatste tastbare overblijfsel van de 19de-eeuwse katoenweverij in Zeeland. Het pand is dan ook niet alleen vanuit architectonisch oogpunt waardevol, maar heeft vooral een hoge cultuurhistorische waarde. Kort geleden bevond het gebouw zich echter nog in een erbarmelijke staat. Sloop van het pand was voor eigenaar Zeeuwland een serieuze optie. Enkele betrokken erfgoedorganisaties wisten zowel Zeeuwland als de gemeente Schouwen-Duiveland van de noodzaak tot behoud te overtuigen. De ontdekking van een unieke dakconstructie van Emy-spanten speelde hierbij een belangrijke rol. Met de restauratie van het pand is uiteindelijk een uniek stukje industrieel erfgoed voor Zierikzee en Zeeland behouden gebleven.