Het Zeeuwse aorig en varianten

Een aorigen is de Zeeuws-Vlaamse realisatie van het Nederlandse ‘een aardige’. Aardig heeft twee betekenisevoluties gekend. In het Standaardnederlands is het ‘lief’ gaan betekenen, in de Vlaamse en Zeeuwse dialecten betekent het onder andere ook ‘zonderling’.

Het Zeeuws-Vlaamse aorig

Aorig is afgeleid van het woord aard. Nog heel wat Zeeuwen kennen en gebruiken het woord aorigen in de betekenis ‘zonderling’. De d valt soms weg in de dialecten, vandaar aarigen in de plaats van aardigen. De aa wordt in het Zeeuws-Vlaams een ao, vandaar dus aorig. Een aorigen (waarbij de eindklanken samensmelten in het Zeeuws-Vlaams) is dus een zonderling persoon.

Herkomst

Het Nederlandse aardig, afgeleid van aard, betekent dus eigenlijk ‘een goede aard hebbend’. De Zeeuwse betekenis die we hier bespreken is net het omgekeerde, ‘een vreemde aard hebbend’. Iemand die een vreemde aard heeft, is of gedraagt zich zonderling, eigenaardig. Deze laatste, negatievere betekenis is niet alleen bekend in Zeeland maar ook in Vlaanderen. De Zeeuwse realisaties van aardig zijn dus aerdig, aerig, aordig en aorig. Ze worden in vrijwel heel Zeeland gebruikt in de betekenis van ‘eigenaardig, vreemd, raar zonderling’.

Andere woorden en betekenissen

Soms wordt ook raar gebruikt, maar dat is een moderner woord. Ook vremd is bekend in het Zeeuws. Op Walcheren, de Bevelanden en in Zeeuws-Vlaanderen betekent aardig ook ‘misselijk, onpasselijk’. Soms heeft het ook de standaardtalige betekenis ‘lief’, maar dan heeft het dikwijls een ongunstig randje. Voor de standaardtaalbetekenis worden in het Zeeuws meestal andere woorden gekozen; jent, leep of lief.

Bronnen
Debrabandere, F. (2005) Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams Etymologisch Woordenboek.
Debrabandere, F. (2007) Zeeuws Etymologisch Woordenboek.
www.etymologiebank.nl
www.wnt.inl.nl (Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal)
www.zeeuwsewoordenbank.nl (Woordenboek der Zeeuwse Dialecten en Supplement)