Het Zeeuwse piezel en varianten

Het woord piezel heeft in de Zeeuwse dialecten meer dan één betekenis. Bij landbouwers was de piezel of pijzel een bergplaats voor graan in de boerenschuur. Bij de burgers was het een grote legkast voor linnengoed en kledingstukken, met twee of vier deuren, dikwijls met bolpoten. En dan heb je ook nog een piezeltje dat een ‘heel klein beetje’ betekent, zoals in de standaardtaal.

Wat is een piezel?

Bergplaats

Piezel als ‘bergplaats voor graan in de boerenschuur’ is bekend in heel Zeeland. Voor sommige informanten is het ook een afzonderlijk gebouwtje dat als bergplaats dient, los van de schuur. Naast piezel is in Westdorpe pezel opgegeven en in Lamswaarde pezer. De l en r zijn letters die gemakkelijk wisselen, denk bijvoorbeeld aan sleuter en sleutel.
Deze piezel (elders pijzel) is in de betekenis ‘graanzolder’ bekend in Vlaanderen, Zeeland en Holland. In Friesland is het ‘een vertrek waarin gestookt kan worden’, een keuken dus. Het kan er ook een pronkkamer zijn, net zoals in het Hoogduits. De Friese betekenis ligt het dichtst bij de oorspronkelijke. Piezel gaat terug tot het Middellatijn en het vooral in Oost-Frankrijk daaruit ontstane poile, dat ‘warme kamer, kachel’ betekent. De herkomst van piezel is te vinden in het Latijnse balnea pensiles, dat ‘badkamer met verwarmde vloer’ betekent. Pensilis betekent ‘hangend’ en verwijst naar ‘de op gewelfbogen rustende vloer’. Bij de verdere evolutie is de n uiteindelijk verdwenen: pensiles werd pesiles en evolueerde in de Nederlandse dialecten naar piezel of pijzel.

De Zeeuwse piezel. (Woordenboek der Zeeuwse Dialecten)

Kast

De piezel is in Zeeland ook de naam voor een kast om linnengoed en kledingstukken op te bergen. Het is een kast met twee of vier deuren met bolpoten, in strenge rechte lijnen, die meer bij de burgers dan bij de boeren bekend was. In het land van Axel is de pijzel/piezel ook nog een vierkante bonte kist geweest zijn waarin op de dorsvloeren het paardenvoeder werd bewaard. Hier is dus een betekenisverschuiving gebeurd van ‘bergplaats voor graan’ naar ‘andere kleinere bergplaatsen’, zoals een kast of kist.

Dezelfde verschuiving zien we bij het woord kammenet, verwant met kabinet, met een wisseling van b en m. Kabinet betekent eigenlijk oorspronkelijk ‘kleine kamer’. Het is een verkleinwoord van cabine. Een andere mogelijkheid is dat het afgeleid is van het Italiaanse gabinetto, dat een verkleinwoord is van gabbia dat ‘kooi’ betekent en teruggaat op het Latijnse cavea ‘hol, kooi’. De betekenis evolueerde ook hier van ‘klein vertrek’ naar ‘meubel’. Volgens dr. De Hullu werd de piezel in de 18de eeuw vervangen door het kammenet. De piezel werd – zegt hij – verbannen naar de zolder maar deed daar nog dienst als berging voor “zijden spek, hammen en zakken meel”.

Een kammenet. (ZB, Beeldbank Zeeland, foto I. Lamain)

Een ander Zeeuws woord voor een voorraadkast is spinde. Ook hier is de betekenisevolutie geëvolueerd van ‘voorraadkamer’ naar ‘kast’. Het woord gaat via het middeleeuwse Latijn spenda terug op het Latijnse werkwoord exspendere of dispendere, dat ‘uitdelen, uitgeven’ betekent.

Als iemand vroeger zei dat je de sleutel van de piezel had gehad, betekende het dat je mooi aangekleed en opgemaakt was.

Klein stukje

Het verkleinwoord piezeltje wordt gebruikt op de Zeeuwse eilanden en op Goeree-Overflakkee en betekent ‘een heel klein beetje’. Het is een verkleinwoord bij piesje, pietsje, dat afgeleid is van het Franse pièce ‘stuk’.

Familienaam

Dr. De Hullu wijst erop dat de naam ook voortleeft in de familienaam Pijzel, maar die naam komt in Zeeland niet voor. Zowel in 1947 als in 2007 kwam de naam vijf keer voor in Nederland. Pijsel is iets ruimer verspreid (31 attestaties) maar geen enkele meneer of mevrouw Pijsel woont in Zeeland.

Bronnen
Debrabandere, F. (2007) Zeeuws etymologisch woordenboek.
etymologiebank.nl
woordenbank.be
wnt.inl.nl
zeeuwsewoordenbank.nl (Woordenboek der Zeeuwse Dialecten en Supplement)