Het Zeeuwse dulve en varianten

Bie ons tuus gooien de huus mi kluuten over de schuure op de puuten in de dulve betekent ‘bij ons thuis gooien de kinderen met kluiten over de schuur op de kikkers in de sloot’. Je krijgt het bijna niet over je lippen als niet-Zeeuw. Het is een spotzinnetje waarin zowel lexicale als fonetische eigenaardigheden van het Zeeuws bespot worden. De uitspraak van de uu waar we in het Nederlands een ui hebben zien we bij tuus, kluuten en puuten. Twee heel typische woorden uit de Zeeuwse dialecten zijn guus voor ‘kinderen’ en dulve voor ‘sloot’. Maar waar komt dat dulve vandaan?

Delven en dulf

In het Nederlands en uiteraard ook in de dialecten hebben we heel veel zelfstandige naamwoorden die afgeleid zijn van werkwoorden. Ook het Zeeuwse dulf/dulve is er zo eentje. Dulve hoort bij delven, en is wellicht afgeleid van het voltooid deelwoord gedolven. Delft, dat we kennen van bijvoorbeeld Lange Delft in Middelburg of de stadsnaam Delft, is ook afgeleid van het werkwoord delven. Beide woorden betekenen ‘sloot’, een gedolven waterloop.

Graven en gracht

Ook gracht is op die manier gevormd uit graven. Een graf of graft is iets dat gegraven is: een gegraven kuil (graf) of een gegraven waterloop (gracht). Later is er in het Nederlands de –ft vervangen door –cht en werd het gracht: iets dat gegraven is.

Een Zeeuwse dulf. (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Foto: Bert van As)Een Zeeuwse dulf. (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Foto: Bert van As)

De dulf in uitdrukkingen

De Zeeuwse dialecten kennen ook enkele leuke uitdrukkingen met dulf. Iemand die moet trouwen bijvoorbeeld is verdronken in een droge dulf. En wie zich niet druk maakt loopt in geen twee dulven tegelijk. Wie te opzichtig pronkt met nieuwe kledij, krijgt wel eens de plagende opmerking loop maar niet in de dulve te horen.

Zeeuwse sloten

In de dialecten – en dat geldt zeker voor de Zeeuwse – hebben we wel meer woorden voor sloten. In het Woordenboek der Zeeuwse Dialecten is het artikel dulleve zeer uitgebreid. Je hebt niet alleen dulven, maar ook reeën, sprienken, grippen en greppen (ook al afgeleid van graven). Meer uitleg over deze woorden kunt u vinden in www.zeeuwsewoordenbank.nl.

Slot

Voor een provincie met veel water is het logisch dat er heel veel benamingen zijn voor allerlei kleine en grotere watergangen of -lopen. Door het toenemende dialectverlies gaan echter heel wat van deze dialectwoorden verloren. Het verdwijnen van dulve laat nog wel wat op zich wachten, maar wie gebruikt nog sprienk en weet bovendien dat die breder is dan een sloot maar smaller dan een watergang? Gelukkig zijn de woorden bewaard gebleven in de dialectwoordenboeken en zijn ze door de digitalisering ook op het internet terug te vinden in onder andere de Zeeuwse woordenbank.