Verdronken Nieuwlande: pleisterplaats voor pelgrimsinsignes

verhaal Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, gepubliceerd op

In het Verdronken Land van Zuid-Beveland zijn de resten van het verdronken dorp Nieuwlande het vaakst het object geweest van oudheidkundig onderzoek en schatgraverij. In de tweede helft van de twaalfde eeuw, in ieder geval voor het jaar 1187, werd door de heren van Kruiningen de Nieuwlandepolder bedijkt. Deze grootste bedijking in de Middeleeuwen in oostelijk Zuid-Beveland was eigenlijk een herdijking van in 1134 verloren gegaan gebied. In de polder werd eveneens nog in de twaalfde eeuw het dorp Nieuwlande gesticht. De kerk in het dorp, een dochterkerk van Kruiningen, was gewijd aan de H. Maagd en de parochie is voor het eerst vermeld in 1242. In 1530 en 1532 is het dorp verdronken.

Op een uitsnede uit de kaart van Zeeland van Christiaan Sgrooten uit 1573 is het verdronken Nieuwlande opgetekend in het Verdronken land van Zuid-Beveland. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Christiaan_Sgroten#/media/ File:10_Zelandicarum_1573_Sgrooten.jpg)Op een uitsnede uit de kaart van Zeeland van Christiaan Sgrooten uit 1573 is het verdronken Nieuwlande opgetekend in het Verdronken land van Zuid-Beveland. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Christiaan_Sgroten#/media/ File:10_Zelandicarum_1573_Sgrooten.jpg)

Zeeuwsch Genootschap

In Nieuwlande vond ook het oudste systematische onderzoek van een verdronken dorp plaats. In 1926 werden in opdracht van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen door G.H. Bolier de zichtbare resten van de kerk opgemeten. Vóór de Tweede Wereldoorlog werden naar het dorp druk bezochte excursies georganiseerd door genoemd Genootschap. De grote kerk met een waarschijnlijk vijfhoekig gesloten koor en buitenmuren met steunberen had een totale lengte van bijna 67 meter. De toren met verstevigde hoeken mat 11,5 x 11,5 meter. Binnen en buiten de kerk werden toen enkele graven aangetroffen. Onregelmatig puin rondom de kerk is later gedetermineerd als restanten van de kerkhofmuur. Later verkregen informatie wijst erop dat de plattegrond die van een kruiskerk is, waarvan de noordelijke transeptkapel mogelijk verder is uitgebouwd. Van een fasering in de bouw en de datering daarvan is niets bekend.

De resten van de fundamenten van de kerktoren van het verdronken Nieuwlande in mei 2014. (Beeldbank SCEZ)De resten van de fundamenten van de kerktoren van het verdronken Nieuwlande in mei 2014. (Beeldbank SCEZ)

Plattegrond dorp

De kerk vormde volgens een schets van enkele regelmatige zoekers met de metaaldetector het centrum van een ringdorp. Ten zuiden van de kerk lijkt een onbebouwd plein te liggen met ten zuiden daarvan enkele grote en veel kleinere huizen. Rondom de kerk zijn vooral aan de westzijde percelen met huizen gezien. Een fors gebouw aan de oostzijde van het plein is door de zoekers geïnterpreteerd als een herberg. Ten zuidoosten van de kerk strekt het enigszins langgerekte dorp zich verder uit over meer dan tweehonderd meter in wisselende dichtheid van bebouwing. Huisfundamenten, resten van straatjes en van een (waarschijnlijke) kademuur zijn nog vrij makkelijk te traceren. Op luchtfoto’s zijn behalve deze (bak)stenen resten ook contouren van kavelsloten te bespeuren. De opbouw van de Nieuwlandse huizen bestond waarschijnlijk voornamelijk uit hout.

Schematisch overzicht van de dorpsplattegrond van het verdronken Nieuwlande gebaseerd op gepubliceerde gegevens en niet wetenschappelijk vastgelegde observaties van amateur-archeologen. (Kuipers (eindred.) 2004; samenstelling L. Hopstaken, Bergen op Zoom)Schematisch overzicht van de dorpsplattegrond van het verdronken Nieuwlande gebaseerd op gepubliceerde gegevens en niet wetenschappelijk vastgelegde observaties van amateur-archeologen. (Kuipers (eindred.) 2004; samenstelling L. Hopstaken, Bergen op Zoom)

‘Kasteel’

Ten westen van de dorpsring van Nieuwlande bevinden zich de resten van een groot huis, mogelijk het kasteel of de woning van de heren van Nieuwlande. De fundamenten daarvan zijn, evenals nog een aantal andere aan het oppervlak zichtbare resten, in 1987 op kaart gezet door de toenmalige provinciaal archeoloog. Dit onderzoek heeft echter geen vervolg gekregen: verder gravend onderzoek bij het kasteel moest gestaakt worden omdat de graafmachine wegzakte in de slappe vulling van waarschijnlijk een gracht.

Plattegrond van het 'kasteel' van de heren van Nieuwlande, opgetekend in het onderzoek van 1987. (Beeldbank SCEZ)Plattegrond van het ‘kasteel’ van de heren van Nieuwlande, opgetekend in het onderzoek van 1987. (Beeldbank SCEZ)

Metaaldetectoristen en pelgrimsinsignes

Vooral in de laatste decennia van de vorige eeuw zorgde de opmars van de metaaldetector ervoor, dat het dorp bekend werd als vindplaats van de meest omvangrijke collectie religieuze en profane insignes in Nederland. Het aantal in Nieuwlande gevonden en geregistreerde pelgrimsinsignes bedroeg in 2004 al meer dan 1000 exemplaren. Van de nog grotere groep van profane insignes is het aantal zelfs bij benadering niet bekend. Van beide groepen zijn in 2012 weer enige tientallen exemplaren uit Nieuwlande gepubliceerd. De tin-loden pelgrims- en profane insignes die er zijn gevonden dateren uit de periode 1250-1530.

Fragment van een pelgrimsinsigne met de afbeelding van de Vera Icon, het ware gezicht van Christus, gevonden in Nieuwlande. Datering 1300-1400. (Beeldbank SCEZ)Fragment van een pelgrimsinsigne met de afbeelding van de Vera Icon, het ware gezicht van Christus, gevonden in Nieuwlande. Datering 1300-1400. (Beeldbank SCEZ)

Van aardewerk tot zegelstempels

Maar niet alleen insignes werden er gevonden, alles wat er aan archeologisch materiaal maar uit een dergelijk verdronken dorp kan komen is uit het slik gegraven en gesleept: het gewone gebruiksaardewerk, lederen schoeisel en messcheden, bewerkte benen en houten voorwerpen en andere metalen voorwerpen, zoals gewichten, munten en penningen. Zeer fraai en veelzeggend is bijvoorbeeld het zegelstempel van ene Lonis de Cupere, met de afbeelding van een kuip. Het is zeer aannemelijk dat deze persoon het beroep uitoefende dat in zijn achternaam ligt opgesloten. Er was dus in Nieuwlande in de eerste helft van de vijftiende eeuw vrijwel zeker een kuiper of kuipenmaker actief.

Messing zegelstempel aan messing ketting gevonden in Nieuwlande. De tekst van het stempel luidt:: S’[igillum] LONIS DE CUPERE. Datering 1400-1450. Diameter 1,9cm; hoogte 1,9cm. (Particuliere collectie)Messing zegelstempel aan messing ketting gevonden in Nieuwlande. De tekst van het stempel luidt:: S’[igillum] LONIS DE CUPERE. Datering 1400-1450. Diameter 1,9cm; hoogte 1,9cm. (Particuliere collectie)

Natuur- en cultuurbescherming

In 1991 werd uit het oogpunt van natuurbescherming een betreedverbod van kracht in grote delen van het Verdronken Land van Zuid-Beveland, waaronder de site van Nieuwlande. Dit beschermt de plaats tegen verdere grootschalige en daarmee schadelijke belangstelling. Vanwege de nog aanwezige archeologische informatie is het terrein opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart van Zeeland als een terrein van hoge archeologische waarde.

Religieus beeldje van witbakkend aardewerk voorstellende het Christuskind met een duif in de hand. Datering 1450-1530. (Beeldbank SCEZ)Religieus beeldje van witbakkend aardewerk voorstellende het Christuskind met een duif in de hand. Datering 1450-1530. (Beeldbank SCEZ)

Literatuur
Leo Adriaanse, Robert van Dierendonck en Jan Kuipers (red.), Verdronken dorpen in Zeeland 2 (special 12 bij Zeeuws Erfgoed, december 2005), Middelburg 2005.
H.J.E. van Beuningen, Nieuwlande, in: H.J.E. van Beuningen en A.M. Koldeweij, Heilig en Profaan. 1000 Laatmiddeleeuwse Insignes uit de collectie H.J.E. van Beuningen, Cothen 1993 (Rotterdam Papers VIII), 26-32.
H.J.E. van Beuningen en A.M. Koldeweij, Heilig en Profaan Catalogus, in: H.J.E. van Beuningen en A.M. Koldeweij, Heilige en Profaan. 1000 Laatmiddeleeuwse Insignes uit de collectie H.J.E. van Beuningen, Cothen 1993 (Rotterdam Papers VIII), 115-323.
H.J.E. van Beuningen, A.M. Koldeweij, en D. Kicken, Catalogus religieuze en profane insignes, in: H.J.E. van Beuningen, A.M. Koldeweij, en D. Kicken, Heilig en Profaan 2. 1200 Laatmiddeleeuwse Insignes uit openbare en particuliere collecties, Cothen 2001 (Rotterdam Papers 12), 242-497.
H.J.E. van Beuningen, A.M. Koldeweij, D. Kicken †, H. van Asperen, H.W.J. Piron, W. Gertsen en S.E. van ’t Hof: Catalogus religieuze en profane insignes, in: H.J.E. van Beuningen, A.M. Koldeweij, D. Kicken †, H. van Asperen, H.W.J. Piron, S.E. van ’t Hof en W. Gertsen, Heilig en Profaan 3. 1300 Laatmiddeleeuwse Insignes uit openbare en particuliere collecties, Langbroek 2012 (Rotterdam Papers 13), 97-407.
Robert M. van Dierendonck, Jan J.B. Kuipers, Hans Jongepier en Dicky de Koning-Kastelijn, m.m.v. Leida C.J. Goldschmitz-Wielinga en Henk Hendrikse, Littekens van landverlies, in: M. Hemminga (red.) Deltalandschap, natuur en landschap van Zuidwest-Nederland in historisch perspectief, Heinkenszand 2004, 111-145.
Jan Kuipers (red.), Verdronken dorpen in Zeeland (special 3 bij Zeeuws Erfgoed, december 2002), Middelburg 2002.
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik; verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland, Middelburg/Vlissingen 2004.