Verdronken Nieuwerkerke: ontdekt door natuurontwikkeling

verhaal Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, gepubliceerd op

Nieuwerkerke, ten zuiden van het huidige Groede, (voorheen Moerkerke) moet al bestaan hebben in 1197. In dat jaar werd aan de bisschop van Doornik het verzoek gedaan een kerk te mogen stichten. Deze nieuwe kerk, een dochterkerk van Oostburg, werd bekend als Nova Ecclesia en gaf zo de naam aan het dorp Nieuwerkerke. Vanaf de dertiende eeuw is de plaats ook bekend als Groeda-Oost.

Ligging

De parochie Nieuwerkerke lag ten zuiden van een oost-west verlopende bochtige kreek aan de oude Heerweg. In de parochie lagen enkele grafelijke leengoederen, (ridder)hofsteden, en een molen op een wal. De abdij van Ter Doest bezat er al in 1231 gronden. De abt van de St. Pieter hief op grond van het patronaatsrecht de tiend voor zijn levensonderhoud. In oude akten wordt gesproken over een heernisse, dat is een gemeenschappelijke weide waar onder de hoede van herden (wachters) het vee graasde. Op grote schaal deed men aan moernering of darinkdelven voor brandstof voor de vele steenbakkerijen in de omgeving, die de lokale klei als grondstof gebruikten.

Nieuwerkerke of Nieukerke, afgebeeld op de geschilderde Grote kaart van het Brugse Vrije door Pieter Pourbus in 1571 in kopie door Pieter Claeisens uit 1601. Duidelijk zichtbaar zijn de kerk en de molen van het dorp. (Van der Herten 1998)Nieuwerkerke of Nieukerke, afgebeeld op de geschilderde Grote kaart van het Brugse Vrije door Pieter Pourbus in 1571 in kopie door Pieter Claeisens uit 1601. Duidelijk zichtbaar zijn de kerk en de molen van het dorp. (Van der Herten 1998)

Wateroverlast

Het dorp aan de watergang had door zijn ligging vaak last van het opdringende water van vele stormvloeden. Nieuwerkerke liep grote schade op door de Allerheiligenvloed van 1570. Maar nog grotere schade werd veroorzaakt door militaire inundaties. In de Tachtigjarige Oorlog werd in 1584 het gebied door de eigen bevolking onder water gezet. De dijken werden doorgestoken om een Spaanse bezetting te voorkomen. De inundatie door prins Maurits in 1604 voor de inname van Sluis werd Nieuwerkerke waarschijnlijk fataal. Het dorp verdween deels in de zich verbredende watergang die nu de Nieuwerkerksche Kreek heet en werd nooit meer herbouwd.

Natuurvriendelijke oever

De aanleg van natuurvriendelijke oevers aan de zuidzijde van de kreek in 1995 bracht de ligging van het verdronken dorp aan het licht. Oplettende amateurarcheologen ontdekten tijdens de graafwerkzaamheden muurwerk en puinsporen. Hoewel gedeelten van een fundering al waren beschadigd kon in overleg met de betrokken instanties en uitvoerders een noodonderzoek ingesteld worden om de archeologische resten te documenteren. Om de resten van de kerk ter plaatse te behouden is de natuurvriendelijke oever aangepast. Het kerkterrein is opgehoogd en een beschoeiing moet verder afglijden voorkomen.

Deels omgevallen westelijke muur van de vijftiende-eeuwse kerktoren van Nieuwerkerke. (Beeldbank SCEZ)Deels omgevallen westelijke muur van de vijftiende-eeuwse kerktoren van Nieuwerkerke. (Beeldbank SCEZ)

Kerk

De aangetroffen resten behoren alle tot de voormalige kerk van het dorp. Aan de noordzijde van de kerk is een deel van het muurwerk van schip en toren verzakt en omgevallen naar de kreek. De opgegraven resten laten zien dat hier in de late dertiende of het begin van de veertiende eeuw een kleine bakstenen kerk is gebouwd met een rechthoekig gesloten koor. Deze kerk werd in de vijftiende eeuw aanzienlijk vergroot tot een kruisvormige kerk en voorzien van een toren. De lange zijmuren van de kerk zijn gebouwd met spaarbogen, waarvan de poeren en aanzetten nog aangetroffen werden. De totale lengte van de kerk is ruim 45 meter. Daarvan maakt de toren met een omvang van 11 x 11 meter deel uit.

Plattegrond van de in 1995 opgegraven resten van de kerk van Nieuwerkerke. In het middenschip lag de grote grafsteen. (Beeldbank SCEZ)Plattegrond van de in 1995 opgegraven resten van de kerk van Nieuwerkerke. In het middenschip lag de grote grafsteen. (Beeldbank SCEZ)

Begravingen

In en buiten de kerk zijn een aantal begravingen gevonden. Elf daarvan waren lijkbegravingen zonder kist. Binnen de kerk zijn de sporen van drie gemetselde grafkelders blootgelegd. De belangrijkste vondst van het noodonderzoek was wel een grote grafsteen met rijke randversiering, die aan de noordzijde in het schip van de kerk tevoorschijn kwam.

Grafsteen

De grafsteen van Henegouwse hardsteen meet 2,25 x 1,5 x 0,15 meter is een zogenaamde vloerzerk en heeft geen versiering in het middenpaneel. Dit middenpaneel is omzoomd met een rondlopend randschrift. Hierin zijn links en rechts in het midden van de lange zijden twee verschillende familiewapens afgebeeld. Op de hoeken zijn de symbolen van de vier evangelisten te zien: linksboven een adelaar voor de apostel Johannes, rechtsboven de engel voor de evangelist Mattheus, linksonder de leeuw voor Marcus en  rechtsonder het rund voor Lucas.

De in gotisch schrift ingehakte tekst van het randschrift is voor een klein deel door verwering beschadigd en onleesbaar geworden. De tekst luidt:

[HIER LEYT BEGRAVEN] / [. .]DE COSTER  [JA]NS ZUENE  /  DIE  STARF  INT  JAER  /
M CCCC LXXI  DEN  XXII / STEN  DACH  IN  SPORKELE / BID  OVER  DE  ZIELE

De grafsteen was voor een man wiens voornaam niet meer bewaard is, zoon was van ene Jan de Coster en stierf op 22 februari 1471. De grote met wapens versierde steen en de familienaam De Coster suggereren een belangrijke en/of kerkelijke status van de begraven persoon.

Afbeelding van het symbool van de evangelist Marcus, de leeuw, linksonder in het randschrift van de grote grafsteen uit het middenschip van de kerk van Nieuwerkerke. (Beeldbank SCEZ)Afbeelding van het symbool van de evangelist Marcus, de leeuw, linksonder in het randschrift van de grote grafsteen uit het middenschip van de kerk van Nieuwerkerke. (Beeldbank SCEZ)

Doopvont

In 2010 werd vlakbij de resten van de kerk bij het ploegen een hoekfragment van een romaanse doopvont ontdekt. De doopvont is vervaardigd van Doornikse kalksteen en was aan de zijkanten voorzien van voorstellingen in reliëf. Op de ene zijde is een nog bijna volledige leeuw afgebeeld, op de andere zijde een bijna volledige hond of draak en het tegenoverliggende deel van een kop van eenzelfde dier. Dergelijke doopvonten worden gedateerd rond het midden van de twaalfde eeuw, dus aanzienlijk vroeger dan de stichting van de Nova Ecclesia. De doopvont zal dan ook afkomstig moeten zijn uit een oudere kerk.

Hoekfragment van een romaanse doopvont van Doornikse kalksteen met de afbeelding van een leeuw. Datering circa 1150. (Beeldbank SCEZ)Hoekfragment van een romaanse doopvont van Doornikse kalksteen met de afbeelding van een leeuw. Datering circa 1150. (Beeldbank SCEZ)

Waalse kerk

De grafsteen is na conservering en restauratie te bezichtigen in de toren van de Hervormde of Waalse kerk te Groede. Ook het fragment van de romaanse doopvont wordt daar tentoongesteld.

Literatuur
Leo Adriaanse, Robert van Dierendonck en Jan Kuipers (red.), Verdronken dorpen in Zeeland 2 (special 12 bij Zeeuws Erfgoed, december 2005), Middelburg 2005.
Robert M. van Dierendonck, Van Boterzande tot Wevelswaele. Archeologische gegevens van verdronken dorpen in West-Zeeuws-Vlaanderen, Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 14 (2005) 2 (Themanummer: Mens water en landschap. De Sint-Elisabethsvloed van 1404), 96-106.
Robert M. van Dierendonck, Jan J.B. Kuipers, Hans Jongepier en Dicky de Koning-Kastelijn, m.m.v. Leida C.J. Goldschmitz-Wielinga en Henk Hendrikse, Littekens van landverlies, in: M. Hemminga (red.) Deltalandschap, natuur en landschap van Zuidwest-Nederland in historisch perspectief, Heinkenszand 2004, 111-145.
Jean-Claude Ghislain, La cuve baptismale de Soignies et la sculpture tournaisienne, in: Jacques Deveseleer, Jean-Claude Ghislain, Bénédicte Reynders en Jacques Vereecke, La cuve baptismale romane de la collégiale Saint-Vincent de Soignies. Son sauvetage et sa place dans la production tournaisienne du XIIe siècle, Soignies 2003 (Les cahiers du chapitre 9), 12-22.
Hans Jongepier, Vondst voor het voetlicht. Romaans doopvont uit het verdronken Nieuwerkerke, in: Zeeuws Erfgoed 9 (2010) 3, 24.
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik; verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland, Middelburg/Vlissingen 2004.