Verdronken Aendijcke: slachtoffer van inundatie

verhaal Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, gepubliceerd op

De naam van dit verdronken dorp, gelegen ten noordoosten van Zaamslag, wordt voor het eerst vermeld in 1120 als Adendike. In de betekenis van de naam ‘aan de dijk’ ligt ook een aanwijzing voor de datering van de vroegste fase van dijkbouw in de elfde en twaalfde eeuw in Zeeland, maar van de plaats komt ook al aardewerk uit de tiende eeuw.

Kaart

Op een oude kaart van Franchoys Horenbault uit 1569 is het dorp afgebeeld als een ringdorp met ongeveer 25 huizen rondom de kerk met een ommuurd kerkhof. Ten noorden van de kerk is een heuvel zichtbaar, vermoedelijk een motte of kasteelberg, omringd door een gracht. Ten oosten van Aendijcke zijn op de kaart nog een vijftal huisjes en een molen zichtbaar. De beschikbare informatie uit de historische bronnen wijst erop dat landbouw de belangrijkste bron van bestaan was, aangevuld met enige visserij.

Afbeelding van het dorp Aendyck(e) op een kaart van Franchoys Horenbault uit het jaar 1569. Achter de kerk is de vermoedelijke motte zichtbaar (Rijksarchief Gent).Afbeelding van het dorp Aendyck(e) op een kaart van Franchoys Horenbault uit het jaar 1569. Achter de kerk is de vermoedelijke motte zichtbaar (Rijksarchief Gent).

Overstromingen en inundatie

Al vanaf de dertiende eeuw had het gebied rondom Aendijcke meermalen te lijden van overstromingen door stormvloeden. Het einde van het dorp werd in 1584 echter ingeluid door de militaire inundatie van het gebied door het tegenoffensief van de Staatse troepen tegen de Spanjaarden. Hiervoor werden de zeedijken langs de Honte bij de plaatsen Saeftinghe, Othene en Campen, dat direct ten noorden van Aendijcke lag, doorgestoken. De bewoners van Aendijcke waren genoodzaakt hun heil elders te zoeken en konden definitief niet meer terugkeren nadat in 1586 ook het gebied rondom Axel onder water was gezet.

Ligging

De resten van het verdronken dorp zijn bewaard gebleven onder een dikke laag klei bij het gehucht Poonhaven. Ter plaatse is nog een verhoging in het landschap zichtbaar die ‘de steenhoogte’ wordt genoemd. De positie van de resten van het dorp is voor het eerst opgemerkt in 1969, toen bij de aanleg van een sloot over de steenhoogte muurwerk, skeletten en andere archeologische vondsten aan het daglicht kwamen.

Archeologisch onderzoek

Naar aanleiding hiervan konden enkele amateur-archeologen in 1980 een onderzoek instellen naar de ligging van de voormalige kerk door een aantal verspreide proefputten en een grotere sleuf te graven.

Uit de verspreiding in de proefputten van resten van begravingen, waaronder een skelet van een kind, kon een globale positie van het kerkhof en de kerk vastgesteld worden. In de grote zoeksleuf werd, naast een grote hoeveelheid los baksteenpuin, een 1,5 meter brede fundering aangetroffen van een oost-west verlopende muur, vermoedelijk de noordmuur van het kerkgebouw. Tussen het baksteenpuin werd een fossiele mammoetkies gevonden, die waarschijnlijk door vissers was opgevist en als bouwmateriaal verwerkt. Naast deze muur werd een soort bekisting van een liggende en twee staande houten balken blootgelegd, die mogelijk verband houdt met de constructie van de fundering. Verder werden nog resten van een greppel ontdekt. Gesedimenteerde lagen met archeologische vondsten wijzen er op dat er in het dorp voor zijn ondergang ook al wateroverlast was, gerelateerd aan eerdere overstromingen.

Fossiele mammoetkies uit het Pleistoceen, gevonden in een laatmiddeleeuwse puinlaag in Aendijcke. (SCEZ, Beeldbank archeologie)Fossiele mammoetkies uit het Pleistoceen, gevonden in een laatmiddeleeuwse puinlaag in Aendijcke. (SCEZ, Beeldbank archeologie)

Nieuw onderzoek

Een in 2010 aan de Universiteit Gent uitgevoerd onderzoek van gegevens van oude kaarten, luchtfoto’s, hoogtemetingen en satellietbeelden heeft de ligging van de kruiskerk en het omliggende kerkhof bevestigd in de nabijheid van de door het proefsleufonderzoek vastgestelde plaats. Op de locatie zal nog aanvullend onderzoek worden uitgevoerd in het kader van het project ‘Leemten in kennis’ van de gemeente Terneuzen.

Vondsten

Het gevonden aardewerk is voornamelijk te dateren in de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw. Enkele scherven zijn ouder, uit de tiende en twaalfde eeuw. Opmerkelijk binnen het aardewerk is de grote hoeveelheid fragmenten van borden met een hoge voet, zogenaamde voetschalen, voorzien van een ingekraste versiering. Vermeldenswaard is ook nog de vondst van een versneden leren schoen, mogelijk afval van een schoenmaker, uit de dertiende eeuw.

Fragmenten van een voetschaal van rood aardewerk met gele slib. In de spiegel is een versiering van vogels ingekrast. Datering tweede helft vijftiende eeuw. (SCEZ, Beeldbank archeologie)Fragmenten van een voetschaal van rood aardewerk met gele slib. In de spiegel is een versiering van vogels ingekrast. Datering tweede helft vijftiende eeuw. (SCEZ, Beeldbank archeologie)

Christuskind

Een bijzondere vondst in relatie tot de resten van de kerk is een fragment van een klein pijpaarden beeldje  voorstellende het naakte Christuskind. Met een zegenende rechterhand en de rijksappel in de linkerhand is dit de voorstelling van Christus als de redder van de wereld. Dergelijke beeldjes werden in de late middeleeuwen gebruikt in de persoonlijke devotie.

Fragment van een pijpaarden beeldje van het Christuskind als Salvator Mundi (redder van de wereld), met rijksappel in de hand. Datering vijftiende eeuw. (SCEZ, Beeldbank archeologie)Fragment van een pijpaarden beeldje van het Christuskind als Salvator Mundi (redder van de wereld), met rijksappel in de hand. Datering vijftiende eeuw. (SCEZ, Beeldbank archeologie)

Het Warenhuis

In Het Warenhuis – Museum Land van Axel worden een aantal vondsten uit het verdronken Aendijcke tentoongesteld, waaronder de in dit verhaal afgebeelde objecten.

Literatuur
Robert M. van Dierendonck, Jan J.B. Kuipers, Hans Jongepier en Dicky de Koning-Kastelijn, m.m.v. Leida C.J. Goldschmitz-Wielinga en Henk Hendrikse, Littekens van landverlies, in: M. Hemminga (red.) Deltalandschap, natuur en landschap van Zuidwest-Nederland in historisch perspectief, Heinkenszand 2004, 111-145.
Arno van den Dorpel, Middeleeuwse pijpaarden en terracotta heiligenbeeldjes in Zeeland. Een analyse van de middeleeuwse religieuze beleving in Zeeland in functie van heiligenbeeldjes, Gent 2013 (ongepubliceerde Masterscriptie Universiteit Gent).
Adrie de Kraker, Verdronken dorpen in Zeeland (1). De vergeten opgraving naar het verdronken dorp Aendijcke, in: Zeeland 13 (2004) 1, 12-18.
Jan J.B. Kuipers (eindred.), Sluimerend in slik; verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland, Middelburg/Vlissingen 2004. 
Jan Trachet, Verdronken dorpen in het zuidoosten van Zeeland, Gent 2010 (ongepubliceerde masterthesis Universiteit Gent).
Jan Trachet, Verdronken dorpen in Zeeland en hoe ze te vinden, in: Ex Situ 1 (2012), 82-86.