Buitenplaats Overduin

Het huidige buitenhuis werd rond het midden van de negentiende eeuw gebouwd. Maar dat was niet het eerste op deze plek. In de middeleeuwen stond hier een boerderij. Die maakte in de zeventiende eeuw plaats voor een buitenplaats, compleet met herenhuis en park. Kort na 1800 werd dit huis gesloopt, maar nog geen veertig jaar later verrees opnieuw een – voor die tijd moderne – buitenplaats. De bewoner, Willem Cornelis Mary de Jonge van Ellemeet, huisvestte er diverse verzamelingen en trok daarmee bezoekers uit heel Europa.

Overduin (Erfgoed Zeeland).

Overduin (Erfgoed Zeeland).

Kerkelijk goed in de middeleeuwen

De gronden waarop de huidige buitenplaats Overduin ligt waren in de middeleeuwen vermoedelijk bezit van de abdij van Rijnsburg. Na de reformatie verkochten de Staten van Zeeland de kerkelijke bezittingen aan particulieren. Eind zestiende eeuw stond op deze plek een boerenhuis.

Herenhuis

Vermoedelijk is de boerderij tussen 1650 en 1680 uitgebreid met een herenhuis. In die tijd heette de plaats nog De Bleeckerije. In 1695 wordt gesproken van Overduin. Dat was op dat moment in bezit van Huijbrecht de Haze, burgemeester van Veere.

In 1717 zou er door de toenmalige eigenaar Pieter de Vos Jacobsz. een nieuw huis zijn gebouwd. In de decennia daarna was het buiten in bezit van diverse welgestelde families uit Middelburg. In 1739 werd het gekocht door de rijke Middelburger Alexander Johan Hieronymus Huyssen van Kattendijke. Hij breidde het huis uit met twee vleugels en kocht er ook grond bij voor de aanleg van een park. Zijn zoon Willem Jacob bleef de buitenplaats vermoedelijk gebruiken tot de Bataafse Omwenteling in 1795. Toen verloor hij al zijn bestuursfuncties en verliet hij het land. Overduin verkocht hij aan twee Middelburgse handelaren, voor wie de opbrengst van het hout uit de bossen van Overduin een aardige verdienste opleverde.

Sloop

Daarna kwam het buiten in handen van de Middelburgse stadsdokter Ericus de Lange. Vermoedelijk was hij het in wiens opdracht het herenhuis werd afgebroken. Dat gebeurde vóór 1813. De bomen, vijvers en lanen bleven, maar alle bebouwing werd gesloopt. Op de plek van het oude herenhuis kwam een grote landbouwschuur. Op het terrein bevindt zich nu nog een voorraadkelder, waarvan de herkomst onduidelijk is, maar die mogelijk bij het achttiende-eeuwse herenhuis heeft behoord.

Nieuwbouw

Er gloorde nieuw leven voor de buitenplaats toen Willem Cornelis Mary de Jonge van Ellemeet het terrein in 1839 aankocht. De Jonge van Ellemeet, de latere burgemeester van Oostkapelle, liet een nieuw herenhuis bouwen met daarbij een groot koetshuis en een tuinmanswoning. De landbouwschuur werd in 1857 nieuw opgetrokken en de boerderij werd in 1860 vernieuwd.

Koetshuis op Overduin (foto Peter van der Wielen).

Koetshuis op Overduin (foto Peter van der Wielen).

Het ontwerp voor het witgepleisterde herenhuis, dat in neoclassicistische stijl werd opgetrokken, was hoogstwaarschijnlijk van een jonge architect uit Utrecht, Nicolaas Johannes Kamperdijk. Voor het tuinontwerp tekende Jan David Zocher jr. Het park kenmerkte zich vooral door een grote rijkdom aan boom- en heestersoorten. In het park kwam ook een ‘menagerie’ met veel verschillende dieren. Later werd dit een hertenkamp.

Prentbriefkaart met hertenkamp van Overduin, circa 1900 (ZB, Beeldbank Zeeland).

Prentbriefkaart met hertenkamp van Overduin, circa 1900 (ZB, Beeldbank Zeeland).

Catsiana en cacteeën

De Jonge van Ellemeet was een verwoed verzamelaar van Catsiana, zaken die betrekking hadden op Jacob Cats. Hij wijdde er het Museum Catsianum aan, dat zich op de eerste verdieping van zijn huis bevond. De verzameling bevatte onder meer alle 217 verschillende edities van Cats’ werk. Ook bezat De Jonge van Ellemeet een fraaie collectie tekeningen en aquarellen en een grote verzameling agaven, cacteeën en orchideeën. Hij had ook een grote bibliotheek over cacteeën aangelegd, die in heel Europa bekend was. In 1862 ontving De Jonge van Ellemeet koning Willem III op Overduin.

In 1930 was Overduin in bezit van Johan August Heyse, een Middelburgse bankier, en diens echtgenote Johanna Elisabeth Hubertha Tak. Zij gebruikten het buiten aanvankelijk als zomerverblijf, maar besloten in genoemd jaar om er permanent hun intrek te nemen. Ze lieten het huis ingrijpend verbouwen en moderniseren.

Inundatie

Het park met zijn plantenrijkdom ging in 1944, toen Walcheren onder water werd gezet, verloren. Alleen de herten overleefden, omdat de zoon van de pachtboer hen voorafgaand aan de inundatie naar de duinen had gedreven. De damherten die nu in het wild in de duinen van de Manteling leven, zijn er de nazaten van. Na de oorlog werd er voor het park een herbeplantingsplan gemaakt.

Huidig beheer

De laatste grote verbouwing van het huis vond plaats tussen 1959 en 1969. Het beheer van Overduin is nu in handen van de BV Buitenplaats Overduin (opgericht als naamloze vennootschap in 1962) en de Stichting Overduin (opgericht in 1970). De bv is in feite het landbouwbedrijf van Overduin. De stichting heeft tot doel het landgoed te behouden als cultuur- en natuurmonument. Het streven is onder meer om het park van Overduin terug te brengen tot de rijke, historische parkaanleg uit de tijd van De Jonge van Ellemeet.

Literatuur

R.H.M. van Immerseel, ‘Dat de Overduinsche bloemhof bloei’; de geschiedenis van de buitenplaats Overduin te Oostkapelle, z.pl. 2011.