Buitenplaats Sint Jan ten Heere

Op een plek waar nu alleen nog akkers zijn, ten noorden van de weg van Aagtekerke naar Westkapelle, stond vroeger een van de mooiste buitenplaatsen van Zeeland. Sint Jan ten Heere was het zomerverblijf van rijke Middelburgse families. In de 19de eeuw werd het buiten afgebroken en werden de landerijen omgezet in landbouwgrond.

Voorzijde van de buitenplaats Sint Jan ten Heere, tekening door Jan Arends uit 1775. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, tekening Jan Arends)Voorzijde van de buitenplaats Sint Jan ten Heere, tekening door Jan Arends uit 1775. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, tekening Jan Arends)

Commanderij Kerkwerve

Op deze plek stond in de middeleeuwen een commanderij van de Orde van Sint Jan of Johannieter Orde, een ridderorde. Officieel heette dit klooster Kerkwerve, in de volksmond Sint Jan ten Heere. Het gebouw werd in de Tachtigjarige Oorlog vernield. De landerijen vielen toe aan de Staten van Zeeland. Die verkochten ze in 1576 aan jonker Arend van Dorp. Daarna bleef het complex in particuliere handen.

Boerenhuis met herenkamer

In 1626 kocht Hubrecht de Hase, burgemeester van Middelburg, het oude klooster. De Hase kwam in dezelfde tijd ook in het bezit van land aan de overkant van de weg. Daar kwam later de buitenplaats Hasenberg. Na het overlijden van de kleinzoon werd Sint Jan ten Heere verkocht aan François Velters, stadsthesaurier van Middelburg. Velters was vermoedelijk de eerste die het als buitenhuis gebruikte. Achter het huis stond een grote schuur en rond het terrein liep een gracht.

Het voormalig klooster Kerkwerve in de tijd dat het in bezit was van de familie Velters, eerste helft 17de eeuw. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap)Het voormalig klooster Kerkwerve in de tijd dat het in bezit was van de familie Velters, eerste helft 17de eeuw. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap)

Na de dood van Velters ging Sint Jan ten Heere over op zijn zoon Hendrik. Na diens overlijden in 1732 kwam het buiten in bezit van de rijke Middelburger Johan Pieter van den Brande (1707-1758).

Prestigieuze buitenplaats

Van den Brande liet op het terrein een nieuwe buitenplaats aanleggen, naar verluidt een van de mooiste buitens van Walcheren. Ontwerper van zowel huis als tuin was Jan Peter van Baurscheit, een bekende architect uit Antwerpen. Sint Jan ten Heere kwam na 1730 tot stand en werd vermoedelijk in 1744 voltooid.

Achterzijde van Sint Jan ten Heere, derde kwart 18de eeuw. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, tekening Jan Arends)Achterzijde van Sint Jan ten Heere, derde kwart 18de eeuw. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, tekening Jan Arends)

Het huis bestond uit een hoofdgebouw met twee vleugels. Links van het voorplein waren de stallen en het koetshuis, rechts de orangerie. In het huis bevond zich een centrale zaal van wel 20 meter hoog, met een opmerkelijk koepelplafond. Aan de achterkant bood de koepelzaal op de eerste verdieping zicht op de hoofdas van het park.

De parkachtige tuin, aangelegd in régence-stijl, bevatte onder meer hagen, moestuinen, vijvers en een kleine boomgaard. Zichtassen schiepen fraaie vergezichten en in nissen tussen de paden waren beelden geplaatst. Ook werd een bos aangelegd. In het park stond een tuinhuis, dat rond 1770, toen chinoiserie in de mode was, een Chinees aandoend dak kreeg. In de 19de eeuw werd het in Zwitserse stijl verbouwd en diende het ook als hertenstal.

Chinese tempel in de tuin van Sint Jan ten Heere. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, tekening Jan Arends)Chinese tempel in de tuin van Sint Jan ten Heere. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, tekening Jan Arends)

Smaak en status

Met de architectuur van een buitenplaats toonde de eigenaar zijn status, smaak en modebewustzijn. Een moderne vormgeving – in deze periode Frans georiënteerd – werd belangrijker gevonden dan het bewaren van oude bouwfragmenten. Van het oude johannieterklooster bleef in de buitenplaats van Van den Brande alleen de gracht bewaard.

Toen de bouwheer in 1758 overleed, ging het buiten over op zijn zoon Johan Pieter (1734-1793), net als zijn vader stadsbestuurder van Middelburg en een vermogend man. Hij kwam ook in het bezit van de vlakbij Middelburg gelegen buitenplaats Toorenvliedt. Na zijn dood in 1793 ging Sint Jan ten Heere over op zijn oudste dochter Maria Petronella van den Brande.

In 1825 ging Sint Jan ten Heere over op haar zoon Willem Versluys (1798-1875). Versluys sloot zich aan bij de Afscheiding, een religieuze beweging die zich rond 1830 losmaakte van de Hervormde Kerk. Hij stelde zijn buiten ter beschikking voor (illegale) samenkomsten en vestigde er zelfs een aparte Afgescheiden gemeente, onder de naam ‘Gereformeerde Gemeente Jesu Christi te Sint Jan ten Heere’. J.W. Vijgeboom, een voorganger van de Afgescheidenen, tevens tuinman, kwam op Sint Jan ten Heere wonen.

Voor afbraak verkocht

Na Versluys’ dood werd het buiten door de erfgenamen verkocht aan J. de Visser, burgemeester van Aagtekerke. Hij liet het huis afbreken en het land omploegen tot landbouwgrond. Uit een legaat van Versluys werd in Aagtekerke een kerk voor de Afgescheidenen gebouwd. De zijmuren werden opgetrokken uit stenen van het oude koetshuis. In Aagtekerke is de reformatorische basisschool naar Versluys genoemd: Jhr. W. Versluijsschool.

De karpervijver op Sint Jan ten Heere. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, tekening Jan Arends)De karpervijver op Sint Jan ten Heere. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, tekening Jan Arends)

Resteerde 19 hectare grond van de oude buitenplaats. Hierop kwamen vier boerderijen. Voor de bouw ervan werden eveneens stenen van de oude buitenplaats gebruikt. Eén boerderij werd gebouwd op de plaats van het tuinmanshuis, deze kreeg de naam Sint Jan ten Heere. Een tweede boerderij, Klein Sint Jan ten Heere, kwam waar eens de karpervijver was. De andere twee boerderijen kwamen op de hoek van de Hereweg en de zandweg naar Aagtekerke en schuin daartegenover.

Literatuur
Kees Bos e.a., Landschapsatlas van Walcheren; inspirerende sporen van tijd, Koudekerke 2008.
Martin van den Broeke, Jan Arends; buitenplaatsen op Walcheren, Alphen aan den Rijn 2001.
Martin van den Broeke, ‘Het pryeel van Zeeland’; buitenplaatsen op Walcheren, 1600-1820, Hilversum 2016.