Het buiten Ter Hooge

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

De geschiedenis van het buiten Ter Hooge gaat terug tot in de middeleeuwen, maar het huidige gebouw staat er sinds het midden van de 18de eeuw. De landschapstuin kreeg het complex in de 19de eeuw. Anders dan veel andere buitenplaatsen uit die tijd bleef het gespaard voor de slopershamer.

Ter Hooge met tuin aan de voorzijde. (Beeldbank SCEZ)Ter Hooge met tuin aan de voorzijde. (Beeldbank SCEZ)

Een rommelige opeenstapeling van gebouwtjes vormde oorspronkelijk het middeleeuwse kasteeltje Ter Hooge. Sijmon van der Hooge was hier in de 13de eeuw vermoedelijk eigenaar van. Daarna kwam het kasteeltje in handen van de familie Van Borssele. In 1713 werd het verkocht aan de Middelburgse koopman Steven Scheyderuyt. Deze liet een geometrische tuin aanleggen met vier sterrenbossen, een gracht met geschulpte rand en een laan achter het huis.

Ter Hooge was aanvankelijk een kasteeltje met meerdere gebouwtjes waar een slotgracht omheen was gegraven. Afbeelding uit de 'Cronyk' van Smallegange, 1696. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Ter Hooge was aanvankelijk een kasteeltje met meerdere gebouwtjes waar een slotgracht omheen was gegraven. Afbeelding uit de ‘Cronyk’ van Smallegange, 1696. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Sieraad

In 1744 kocht Jan van Borssele – een andere nazaat van het geslacht – Ter Hooge op. Hij was een man van aanzien, die in nauw contact stond met het hof van de stadhouder. In Zeeland werd hij representant van de Eerste Edele. In die hoedanigheid vertegenwoordigde hij de stadhouder in het gewestelijk bestuur. Met zijn gezin woonde Van Borssele later in Den Haag. Het was zijn bedoeling om Ter Hooge als buitenverblijf in gebruik te nemen. Maar het toenmalige slot was ouderwets en paste niet bij de status van Van Borssele. Hij liet alle gebouwen, op een middeleeuwse toren na, afbreken en vervangen door een modern buitenhuis. Ook de tuin ging op de schop. In 1776 merkte iemand over het buiten op: “eene ruime en visrijke vijver, sierlijke waterkommen, uitmuntende laanen, weelige beplantingen en aller aangenaamste ver-gezigten geven geen geringen sieraad aan dit kasteel.”

Ter Hooge, achterzijde. (Beeldbank SCEZ)Ter Hooge, achterzijde. (Beeldbank SCEZ)

Curiositeiten op het 18de-eeuwse Ter Hooge waren onder meer een hertenkamp en een groot bassin (een zogenaamd grand canal) waarin een heus speeljachtje lag. Speeljachten of bijvoorbeeld vlotbruggen kwamen veel voor en waren de enige manier om de parkaanleg vanaf het water te beleven. En dat was zeker de bedoeling, gezien de veelvuldige ontwerpen waarop zichtassen vanaf het water zijn ingetekend. In Zeeland speelt mogelijk ook nog mee dat veel van de VOC-schepen vernoemd waren naar Zeeuwse buitenplaatsen, aangezien de eigenaren tot de bewindhebbers van de VOC behoorden.

Een speeljacht ligt in het bassin van de vijver van het slot Ter Hooge, Middelburg. Tekening van Jan Arends, 1785. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)Een speeljacht ligt in het bassin van de vijver van het slot Ter Hooge, Middelburg. Tekening van Jan Arends, 1785. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)

Landschapstuin

Daniël Jacques de Superville kocht het buiten in 1805 voor een bedrag van 45.000 gulden. Kort daarna liet hij het grootste deel van de tuin veranderen. Ter Hooge kreeg een landschappelijke tuinaanleg. De Middelburgse tuinarchitect Pieter Schuppens tekende een deel van de ontwerpen. Een tempeltje voorzien van een de Romeinse godin Minerva op een heuveltje vormde het eindpunt van de belangrijkste zichtas in het park.

Verbouwingen

Na nog enkele keren van eigenaar te zijn gewisseld, kwam het buiten in 1871 in handen van graaf van Lynden. Rond 1880 volgden nieuwe verbouwingen. Er kwam een suite, eetkamer en biljartkamer, de achtergevel werd voorzien van een balkon en de voorzijde van een veranda en een klok. De tuin oogstte lof. Bijvoorbeeld van dominee Craandijk die in zijn Wandelingen door Nederland uit 1879 hierover het volgende schreef:”Een uitgestrekt plantsoen, waar het houtgewas welig tiert, omgeeft het huis. Kastanjes met breede kroonen, hooge en zware populieren, kloeke dennen en sierlijke acasia’s, een donkere laan van oude linden langs den vijver, trotsche bruine beuken en een prachtige plataan op het voorplein niet het minst, zij toonen de vruchtbaarheid van den bodem en maken ter Hooge tot een bezitting, waarop Walcheren roem mag dragen.”

Entree van Ter Hooge. (Beeldbank SCEZ)Entree van Ter Hooge. (Beeldbank SCEZ)

Als gevolg van de inundatie van Walcheren in 1944 gingen alle bomen van Ter Hooge verloren. De Heidemij maakte samen met eigenaar Rudolf Willem graaf van Lynden een ontwerp voor een nieuw park. Het landgoed is in beheer bij de familiestichting Lynden Ter Hooge, die in 1950 werd opgericht met als doel het behoud en beheer van het landgoed. Het park is grotendeels toegankelijk voor wandelaars. Het kasteel (deels), de oranjerie en de tuinmanswoningen worden bewoond door leden van de familie van Lynden. Gebouwen en landgoed zijn aangemerkt als rijksmonument.

Ter Hooge na de inundatie, circa 1947. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Ter Hooge na de inundatie, circa 1947. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Literatuur 
Martin van den Broeke, Buitenplaatsen op Walcheren; aanhangsel: leven en werk van Jan Arends, 1738-1805, Amersfoort 2001.