Tuincultuur op de buitenplaatsen

Vooral op Walcheren bouwden rijke kooplieden en regenten uit Vlissingen en Middelburg tientallen buitenhuizen op het platteland. De eigenaren lieten bij hun buitens grote tuinen aanleggen, aanvankelijk in formele stijl, later in de modieuze landschapsstijl.

Tuinaanleg

In de eerste helft van de 18de eeuw was de aanleg van tuinen rond een buitenplaats mode geworden. Een geometrisch aangelegde tuin was een voorwaarde voor elke zichzelf respecterende eigenaar. Welke tuinarchitecten de tuinen bij de Walcherse buitenplaatsen ontwierpen, is onbekend. Ook van de buitenhuizen is zo goed als geen architect bekend. Behalve van Hof Sint-Jan ten Heere, dat door J.P. van Baurscheit sr. werd ontworpen. De tuinen bij de Walcherse buitenplaatsen hadden grote kanaalvormige vijvers. De in symmetrie opgezette en beplante compartimenten in de tuin en de daar langs gegroepeerde lange paden wekten de illusie dat je er tot aan de horizon kon doorlopen.

Gezicht op de oude buitenplaats Duinvliet te Aagtekerke, met op de voorgrond de tuinlieden. Tekening in kleur, 1810-15. (Zeeuws Archief, collectie Zeeuws Genootschap, Zelandia llustrata)Gezicht op de oude buitenplaats Duinvliet te Aagtekerke, met op de voorgrond de tuinlieden. Tekening in kleur, 1810-15. (Zeeuws Archief, collectie Zeeuws Genootschap, Zelandia llustrata)

Landschapsstijl

Na het midden van de 18de eeuw werd de formele stijl gaandeweg vervangen door de landschapsstijl. Natuurlijk golvende paden vervingen de rechte lanen. Bomen en struiken mochten ongehinderd doorgroeien. Vijvers slingerden zich door de bossen en glooiende grasvelden werden aangelegd. Ook achter deze natuurlijk ogende landschapsstijl schuilde echter een ontwerp.

Meanderende vijver bij Veldzigt, Middelburg, omstreeks 1900. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Meanderende vijver bij Veldzigt, Middelburg, omstreeks 1900. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Park

In de tuinen werden klassieke tempeltjes en Chinese paviljoens gebouwd. Voorwaarde voor deze tuinen was wel dat het buitenhuis op een uitgestrekt perceel stond. In de tweede helft van de 18de eeuw en in de 19de eeuw werden vele buitens tot landschapsparken omgevormd. Walcheren had in die tijd zijn ‘eigen’ landschapsarchitect: Pieter Schuppens.

Chinese tempel bij hof Sint Jan ten Heere, 1775, tekening Jan Arends. (Zeeuws Archief, collectie Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)Chinese tempel bij hof Sint Jan ten Heere, 1775, tekening Jan Arends. (Zeeuws Archief, collectie Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)

Een herkenbaar element in die tijd is de driesprong van lanen in de tuin achter het huis, de zogenaamde patte d’oie.

De tuin van het buiten hof Ten Duyne, Oostkapelle, in de Cronyk van Smallegange, 1696. Achter het huis is een kleine driesprong zichtbaar. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)De tuin van het buiten hof Ten Duyne, Oostkapelle, in de Cronyk van Smallegange, 1696. Achter het huis is een kleine driesprong zichtbaar. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Rococo

De rococo stijl werd vooral populair in de tweede helft van de 18de eeuw. Tuinen werden opgezet als een aaneenschakeling van kleine intieme ruimtes. Tal van slingerende paadjes verschenen, die de losse elementen met elkaar verbonden.

Kluizenaars

De zogenaamde ‘hermitage’ was samen met hertenkampen, grotten en cascades een favoriet thema bij de tuinindeling. In het bos van het buiten werd met eenvoudige materialen een kluizenaarswoning gebouwd. De eigenaar kon zich daar terugtrekken uit het drukke stadse leven en genieten van de rust, in harmonie met de natuur. Een enkeling hulde zich daarbij in kluizenaarskledij. Er waren ook buitenplaatsen waar voor dat doel iemand in dienst werd genomen. Kasteel Westhove had zo’n hermitage. In de late 18de eeuw was dit kasteel in bezit van de Middelburgse regent Johan Adriaan van de Perre. Hij nam Godefridus Karel Poelman uit het Brabantse Putten in dienst als jager. Poelman speelde af en toe voor bohémien.

Houtvesterswoning van Hoogduin te Domburg. Prentbriefkaart van omstreeks 1920. (Zeeuws Archief, collectie Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)Houtvesterswoning van Hoogduin te Domburg. Prentbriefkaart van omstreeks 1920. (Zeeuws Archief, collectie Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)

Oranjerie

In de tuinen van de buitenplaatsen werden nog andere bouwwerkjes neergezet. Zo werden er oranjerieën geplaatst. In de oranjerie werden tropische vruchten verbouwd. Ook liet men er tropische planten zoals de yuca, citrus en agave overwinteren. Deze kuipplanten stonden bij goed weer in de tuin. Een oranjerie heet naar de sinaasappelbomen die er groeiden.

De oranjerie bij het Middelburgse buiten Ter Hooge aan de Koudekerkseweg, omstreeks 1900. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)De oranjerie bij het Middelburgse buiten Ter Hooge aan de Koudekerkseweg, omstreeks 1900. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Theekoepel

Het werd in de 18de eeuw ook mode om theekoepeltjes (soms in Chinese architectuur) in de tuin te plaatsen. Een voorbeeld daarvan is het theekoepeltje van het buitenhuis De Griffioen van Hermanus van de Putte. Overigens werden de oranjerieën ook wel gebruikt om thee te drinken.

Theekoepel van De Griffioen aan de Domburgse watergang, Middelburg, 2008. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto J. Francke)Theekoepel van De Griffioen aan de Domburgse watergang, Middelburg, 2008. (ZB, Beeldbank Zeeland, foto J. Francke)

Menagerie

Een zogenaamde menagerie was nog exclusiever. Dit was meestal een omheind terrein met een vijver waarin zich dieren bevonden, vaak exotische vogels of andere ‘vreemde’ dieren. Populair waren pauwen en uitheemse eendensoorten.

Inundatie en ruilverkaveling

Van de 270 buitenplaatsen die Walcheren ooit telde, is nu nog geen tiende over. Van de indrukwekkende baroktuinen verdween een groot deel toen de landschapsstijl in de mode kwam. Met de inundatie van Walcheren in 1944 verdwenen de laatste 17de-eeuwse tuinen. En bij de wederopbouw prevaleerde herstel van het omringende landschap boven historische tuinaanleg. Uiteraard deed de ruilverkaveling er evenmin goed aan. Ook de eens voor Walcheren zo kenmerkende meidoornhagen zijn verdwenen, vanwege aantasting door perevuur, inundatie en ruilverkaveling.

Literatuur
Martin van den Broeke, Buitenplaatsen op Walcheren; aanhangsel: leven en werk van Jan Arends, 1738-1805, Amersfoort 2001.
E. den Hartog, C.E. Heyning e.a. (red.), Aspecten van Zeeuwse buitenplaatsen, Haarlem 2008 (Jaarboek 2006-2007 Kastelenstichting Holland en Zeeland).
H.W.M. van der Wyck, Het arkadisch Walcheren, getekend door Jan Arends, 1770-1790, Alphen aan den Rijn 2001.