Twee epitafen van Jan Pieter van Baurscheit in Burgh

verhaal Dennis de Kool

Jan Pieter van Baurscheit de Oude (1669-1728) heeft zich voornamelijk geprofileerd als beeldhouwer van religieuze beelden, kerkmeubilair, tuinornamenten en portretbustes van hoogwaardigheidsbekleders. Zijn zoon Jan Pieter van Baurscheit de Jonge (1699-1768) geniet vooral bekendheid als architect. In hun atelier werden ook grafmonumenten vervaardigd. In dit verhaal worden twee epitafen in de kerk van Burgh belicht.

Jan Pieter van Baurscheit senior en junior

Jan Pieter van Baurscheit de Oude (1669-1728) was afkomstig uit het Duitse dorp Wormersdorf. In 1691 vertrok hij op jonge leeftijd naar Antwerpen, waar hij zijn atelier vestigde. Dit atelier werd een belangrijke leverancier van beeldhouwwerk in de Nederlanden.

Na zijn dood heeft Jan Pieter van Baurscheit de Jonge (1699-1768) het atelier voortgezet. Hij wist zich op te werken tot een succesvol architect. In de Noordelijke Nederlanden heeft het Antwerpse atelier veel opdrachtgevers in Zeeland bediend. Zo ontwierp Van Baurscheit de Jonge het huis en de tuin van de buitenplaats Sint Jan ten Heere bij Aagtekerke, de gevel van het Beeldenhuis en het Van Dishoeckhuis in Vlissingen.

Wandgraf in de kerk van Burgh, vervaardigd door Jan Pieter van Baurscheit de Jonge (foto Dennis de Kool).

Identieke monogrammen

Jan Pieter van Baurscheit de Oude en Jan Pieter van Baurscheit de Jonge hebben verschillende grafmonumenten vervaardigd. Aangezien vader en zoon bij de signering van hun werken doorgaans (vrijwel) identieke monogrammen hanteerden en daarnaast regelmatig samenwerkten, is het niet altijd duidelijk of een beeldhouwwerk werd vervaardigd door de vader, zijn zoon of beide beeldhouwers. De beeldhouwwerken die in hun atelier tot stand kwamen, hadden bovendien een dusdanige omvang en variëteit dat tevens een beroep werd gedaan op andere beeldhouwers, leerlingen en knechten. Aan het atelier werden onder meer opdrachten verleend voor grafmonumenten in Roermond, Oosthuizen, Antwerpen en Brussel. In Zeeland zijn drie grafmonumenten van Jan Pieter van Baurscheit de Jonge gelokaliseerd: twee in Burgh en één in Oosterland.

Twee epitafen in Burgh

In het kerkgebouw van de Hervormde Gemeente Burgh zijn vier verschillende grafmonumenten geplaatst. De twee opvallendste wandgraven werden vervaardigd door Johannes Blommendael. De andere twee wandgraven zijn van de hand van Jan Pieter van Baurscheit de Jonge. Het eerste epitaaf werd circa 1719 vervaardigd ter nagedachtenis van David de Huybert. Dit wandgraf bestaat uit een zwart marmeren wandplaat met pilasters aan weerszijden. De wandplaat is voorzien van een Nederlandstalig grafschrift, waar onder meer is vermeld dat David de Huybert burgemeester van Middelburg was. Op de plint van de linker pilaster is de volgende signatuur aangebracht: ‘PVBAURSCHEIT’. De letters V en B zijn in deze signatuur samengevoegd. Op de plint van de rechter pilaster staan de volgende letters: ‘S.C:I.F.’. Afgaand op signaturen van andere werken staan deze letters voor Sculptor (of Statuarius) Caesaris en Inventor (et) Fecit. Jan Pieter van Baurscheit wees daarbij op zijn status als beeldhouwer van de keizer en op het gegeven dat hij het wandgraf zelf ontworpen en uitgevoerd heeft. In de literatuur worden de epitafen in verband gebracht met Jan Pieter van Baurscheit junior, die op dat moment nog erg jong was. Vader en zoon voerden allebei de titel van architect en beeldhouwer van de keizer, dus ook Jan Pieter van Baurscheit senior komt in aanmerking als (mede)uitvoerder van dit project.

Strijdbare leeuwen

Onder de wandplaat is een doodskop met twee beenderen geplaatst met een lauwerkrans en een zandloper op zijn hoofd. De zandloper is een attribuut van de dood. Links en rechts van de doodskop zijn ornamenten met grillige vormen en palmtakken aangebracht. De wandplaat heeft aan de bovenzijde een boogvorm, waarop een wapenschild is geplaatst. Het wapenschild wordt geflankeerd door twee strijdbare leeuwen. Boven het wapenschild zijn een borstharnas en helm geplaatst, met daarboven een kroon en een strijdbare figuur met opgeheven zwaard. Het andere wandgraf, dat eveneens omstreeks 1719 werd vervaardigd, heeft een vrijwel identieke vormgeving. De Nederlandstalige graftekst maakt duidelijk dat dit monument werd opgericht ter ere van Barbara Theodora van Willigen. Zij was gehuwd met Pieter de Huybert, de zoon van David de Huybert. Op dit wandgraf zijn geen leeuwen geplaatst, maar twee naakte jongetjes die een gekroond rond wapenschild met kwasten vasthouden en draperie wegtrekken. Verder zijn hier twee gekrulde voluten aangebracht, die bij het andere wandgraf ontbreken.

Tweede epitaaf in de kerk van Burgh, vervaardigd door Jan Pieter van Baurscheit de Jonge (foto Dennis de Kool).

Restauratie

Als gevolg van een noodlottige brand in 1924 werden de wandgraven ernstig beschadigd. Gelukkig konden de grafmonumenten gerestaureerd worden. In de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag worden door Willem van der Lely vervaardigde afbeeldingen van de epitafen bewaard, die overigens enkele verschillen vertonen met de gerestaureerde wandgraven.

Literatuur
Baudouin, F.S.E. (1994) Architect Jan Peter van Baurscheit De Jonge, 1699-1768, Liers Genootschap voor Geschiedenis: Lier.
Breedveldt Boer, I.M. (2003) Tekenen en vasseren: het bedrijf van Jan Peter van Baurscheit (1699-1768) en de architectuur in het tweede kwart van de achttiende eeuw, Utrecht (proefschrift).
Jansen, A. & C. van Herck over J.P. Van Baurscheit I en II, Antwerpse beeldhouwers uit de achttiende eeuw”, in Jaarboek Oudheidkundige Kring Antwerpen (1942), pag. 35-106.
Vermeulen, F. (1924) ‘De kerk te Burg op Schouwen verbrand’ in: Bulletin KNOB, Jaargang 25, pag. 270-273.

Dit verhaal is onderdeel van een artikel over de grafmonumenten van Jan Pieter van Baurscheit in Zeeland, dat verscheen in Zeeuws Erfgoed, december 2018.