Schorers graf

In een tijd dat het begraven in kerken nog gebruikelijk was, koos de Zeeuwse regent Willem Schorer een eenzame plek in het open landschap als laatste rustplaats. Op zijn verzoek werd hij begraven op de Sint-Pietersdijk, die zich ten noorden van IJzendijke in het Zeeuws-Vlaamse landschap uitstrekt. Wie was Willem Schorer en waarom koos hij deze eenzame plek als laatste rustplaats?

Jurist en bestuurder

‘Hier ligt begraven de weledle gestrenge heer Mr. Willem Schorer’, luidt de tekst op de sobere grafsteen. Schorer stamde uit een Middelburgse regentenfamilie en bekleedde zelf ook bestuursposten, met name op juridisch vlak. Hij had in Leiden rechten gestudeerd en keerde na zijn studie naar Middelburg terug. Vanaf 1740 was hij lid en vanaf 1765 voorzitter van de Raad van Vlaanderen, het rechtscollege voor Staats-Vlaanderen (het toenmalige Zeeuws-Vlaanderen). Dit gebied werd toen rechtstreeks vanuit Den Haag bestuurd en viel niet onder het gewestelijk bestuur. Daarom had het in Middelburg een apart rechtscollege.

Het eenvoudige graf van Willem Schorer op de Sint-Pietersdijk.Het eenvoudige graf van Willem Schorer op de Sint-Pietersdijk.

Schorer was een criticus van de toenmalige rechtspraak in de Republiek, in het bijzonder de versnippering ervan over verschillende gewesten en steden en het ingewikkelde taalgebruik dat hierin gangbaar was geworden. Hij publiceerde in 1777 Vertoog over de ongerymdheid van het samenstel onzer hedendaagsche rechtsgeleerdheid en praktyk.

Rijke stinkerds

Schorer was een fervent tegenstander van het begraven in kerken. Dat was toen nog gebruikelijk voor mensen uit hogere kringen. In deze tijd raakte deze gewoonte echter omstreden. Artsen en predikanten maakten bezwaar tegen de onhygiënische omstandigheden die het begraven in kerken opleverden. Doordat ze herhaaldelijk werden gelicht, sloten de grafstenen niet altijd meer goed aan. Uit de graven ontsnapte dan een doordringende lijklucht die in de kerk bleef hangen. Hiervan is de uitdrukking ‘rijke stinkerds’ afgeleid. Zelfs de sponsjes met reukwater in de zilveren loddereindoosjes (‘eau-de-la-reine’) die vrouwen tijdens het kerkbezoek onder de neus hielden, waren tegen deze stank niet opgewassen.

Ook in Zeeland stond eind achttiende eeuw het begraven in kerken ter discussie. Adriaan Kluit, hoogleraar aan de Illustre school te Middelburg, hield in 1776 in de Nieuwe Kerk in Middelburg een rede over ‘den bygeloovigen oorsprong en schadelyke gevolgen van ’t begraven in kerken en steden’. Het Zeeuws Genootschap vroeg er in 1784 eveneens aandacht voor. Het zou nog tot 1829 duren voordat het begraven in kerken verboden werd.

Landerijen

Onder de pleitbezorgers van het begraven buiten de kerken bevond zich Willem Schorer. Hij was in 1717 in Middelburg geboren als zoon van Johan Gulielmus Schorer en Hillegonda Alyda Paspoort. Via zijn moeder, die overleed toen hij zes jaar oud was, kwam hij in het bezit van grote stukken grond in Zeeuws-Vlaanderen. De Zachariaspolders hier heten naar zijn grootvader Zacharias Paspoort, die in 1691 penningmeester was van de in dat jaar bedijkte Helenapolder. Schorer wilde in de omgeving van zijn landerijen begraven worden. Zijn graf bevindt zich op de Sint-Pietersdijk, die de begrenzing vormt tussen de Sint-Pieterspolder (ingedijkt in 1699) en de Zachariaspolders (vermoedelijk in drie delen ingedijkt in 1740, 1774 en 1776).

Slikken bij Hoofdplaat. (Foto Ben Biondina voor DNA Beeldbank Laat Zeeland Zien)Slikken bij Hoofdplaat (foto Ben Biondina voor DNA Beeldbank Laat Zeeland Zien).

Schorer was nauw betrokken bij het juridisch getouwtrek tussen de Staten van Zeeland en de Staten-Generaal over de rechten op de Hoofdplaatpolder. Schorer betoogde dat de grond toekwam aan Zeeland. Nadat over het eigendom van de gronden een afdoende regeling was getroffen, werd de Hoofdplaatpolder in 1778 drooggelegd. Twee jaar later werd begonnen met de bouw van het dorp in deze polder. Schorer was onder meer betrokken bij de aanbesteding van de bouw van de kerk.

Spraakmakende echtscheiding

Schorer was ook betrokken bij een andere, spraakmakende rechtszaak, ditmaal als partij. Zijn huwelijk met Anna Elisabeth Eversdijk werd in 1749 ontbonden na een juridische procedure die zich concentreerde rond de vraag waarom het huwelijk niet seksueel geconsumeerd kon worden. Was hij impotent of zij frigide? Het huwelijk werd uiteindelijk nietig verklaard vanwege vermeende impotentie van Schorer. Schorer vond dat hij hiervan ten onrechte werd beschuldigd en poogde zijn gezicht te redden door de processtukken integraal in boekvorm te publiceren. Tal van pikante details uit de medische onderzoeken waaraan de echtelieden zich hadden moeten onderwerpen werden zo aan de openbaarheid prijsgegeven. Een jaar na zijn scheiding trouwde Willem Schorer met Juliana Philipi. Of uit dit huwelijk kinderen zijn voortgekomen is onbekend.

Schorer overleed op 6 december 1800 en werd – als gezegd – begraven te midden van zijn Zeeuws-Vlaamse landerijen. Naar verluidt had hij het stuk dijk daarvoor al in maart 1780 aangekocht.

Literatuur
P. Rosseel, Mr. Wilhem Schorer’s strijd tegen de overheid, in: Bijdragen tot de geschiedenis van West-Zeeuws-Vlaanderen 1983, 41-68.

Rietje van Vliet, Impotentie en frigiditeit; hoe het huwelijk tussen Willem Schorer en Anna Elisabeth Eversdijk op de klippen liep, in: Zeeland 13 (2004), 3, 94-102.
M.H. Wilderom, Tussen afsluitdammen en deltadijken, deel IV: Zeeuwsch Vlaanderen, Vlissingen 1973.