Tholen

Kerk en een kist in het stadhuis
verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

De Grote of Onze Lieve Vrouwekerk domineert het stadsbeeld van Tholen. De bouw ervan startte al in de 15de eeuw, maar de kerk werd nooit helemaal voltooid. Ook het voormalige stadhuis dateert uit die tijd. Het gebouw zelf is als dusdanig niet meer in gebruik, maar het herbergt nog wel een bijzondere kist die met de oude bestuurlijke functie te maken heeft.

De Grote of Onze Lieve Vrouwekerk met de bakstenen toren, daterend van het einde van de 15de eeuw, torent hoog boven het stadje Tholen uit.De Grote of Onze Lieve Vrouwekerk met de bakstenen toren, daterend van het einde van de 15de eeuw, torent hoog boven het stadje Tholen uit.

Onvoltooid

Met de bouw van de huidige, onvoltooid gebleven kerk werd in 1460 begonnen. Het is een kruisbasiliek in rijpe Brabants-gotische stijl, waar heel lang aan is gebouwd. Zestig jaar na het begin van de bouw werkte men nog aan het koor, maar de kooromgang bleef onvoltooid. Het kerkgebouw omvat een toren, een schip met zijbeuken, een transept (dat is een kruis- of dwarsbeuk) en een koor met aan de noordzijde een deel van de kooromgang en aan de zuidzijde een ruime kapel.

Interieur

In het interieur vallen fraaie natuurstenen zuilen met koolbladkapitelen op. Overal in de kerk zijn grafzerken te vinden, vooral daterend uit de 16de en 17de eeuw. ‘Rijke stinkerds’ werden ze genoemd: rijke personen die in de kerk werden begraven. Als hun graven niet helemaal goed afgesloten werden, kon het na enige tijd onprettig gaan ruiken. Toen men tijdens restauratiewerken in 1948 het graf van de familie Van Vrijberghe in de kerk van Tholen opende, bleken de lichamen door mummificatie wonderwel bewaard gebleven.

Deze 18de-eeuwse plattegrond laat zien dat de Thoolse kerk bezaaid ligt met grafmonumenten. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)

Voorts zijn er bij de kerk nog wat aanbouwingen, waarvan met name een librije (een middeleeuwse bibliotheek – jammer genoeg zonder de oorspronkelijke inrichting) valt te noemen.

Kerktoren

Kerktorens zijn in ons land vrijwel altijd eigendom van de burgerlijke gemeente. De kerkelijke gemeenten worden namelijk in de Franse Tijd gedwongen hun torens als strategisch element (uitkijktoren en seinpost) aan de overheid af te staan. En na het vertrek van de Fransen in 1813-1814 is dat zo gebleven.

Noodzakelijk

Restauratie van kerk en toren vond plaats in de jaren 1947-1960. Maar recentelijk (in 2001-2002) bleken al weer de nodige restauratiewerkzaamheden noodzakelijk. Dat is het probleem met dit soort grote monumentale gebouwen: herstelwerkzaamheden zijn eigenlijk continu nodig.

Middelpunt

De kerk is letterlijk en figuurlijk het middelpunt van de samenleving. Dat bleef zo na de Reformatie. Tholen ging overigens als laatste stad in Zeeland over naar prins Willem van Oranje. De Grote Kerk werd in 1578 geplunderd en de goederen van de katholieke geestelijken werden in beslag genomen. De eerste predikant kwam er in 1581. Tholen bleef een religieus centrum, zij het dan nu vooral voor de (orthodox-)protestanten.

Tekening uit 1781 van de grafzerk van mr. Jasper Quirijnsen (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata). Dat hij een arts was die aan ‘piskijken’ deed, blijkt uit het urineglas dat hij vasthoudt. Quirijnsen overlijdt in 1531. Zijn vrouw Jacomine Claisdochter wordt, blijkens het randschrift, in hetzelfde graf bijgezet, evenals andere familieleden.

Kist in het stadhuis

Het 15de-eeuwse stadhuis in Tholen is te bezoeken, maar het is niet meer als gemeentehuis in gebruik. Wel herbergt dit voormalige stadhuis een bijzondere collectie kunsthistorische voorwerpen. Zo staat er een grote ijzeren kist, met drie sloten, waarvan de verschillende stadsbestuurders elk een sleutel bezaten. Je kon dus geen stukken lichten zonder je collega’s te raadplegen. Want de kist werd gebruikt voor het bewaren van belangrijke papieren zoals de oudste stadsoorkonden en financiële stukken.

De Thoolse kist op wieltjes, in het voormalige stadhuis van Tholen.

Wieltjes

Nu is dit op zich niet zo bijzonder, want veel steden kenden een dergelijke ‘schatkist’. Maar het Thoolse exemplaar is in het bezit van wieltjes, dus verrijdbaar, en dat maakt hem tamelijk uniek. Dat was handig in tijden van nood, zoals tijdens het beleg van de Fransen in 1747 toen men de kist uit veiligheidsoverwegingen het stadhuis heeft uitgereden en naar Middelburg heeft gebracht. De Thoolse kist voldeed blijkbaar goed aangezien hij als kluis tot 1929 in gebruik is gebleven.