Bijzonder funerair erfgoed in Burgh

verhaal Dennis de Kool

Het kerkgebouw van de Hervormde Gemeente Burgh telt vier verschillende grafmonumenten. Twee daarvan werden vervaardigd door de beeldhouwer Johannes Blommendael. Dit kwetsbare funeraire erfgoed in Zeeland verdient om verschillende redenen een nadere bespreking.

Wandgraf (1697) door Johannes Blommendael. (foto Dennis de Kool)Wandgraf (1697) door Johannes Blommendael. (foto Dennis de Kool)

Johannes Blommendael

Johannes Blommendael wordt gezien als de meest begaafde leerling van de beeldhouwer Rombout Verhulst (1624-1698). De herkomst en het geboortejaar van Johannes Blommendael zijn niet bekend. Op 18 oktober 1671 trouwde hij met Willemijntje Oerlemans in Den Haag. Op 9 maart 1675 werd Blommendael ingeschreven bij de Haagse Confrérie Pictura, waar hij in 1695 assistent-regent en in 1699 hoofdman werd. De naam van Blommendael komt ook voor in de boekhouding van de Haagse Tekenacademie. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat Blommendael aldaar tekenlessen volgde. In de literatuur worden verschillende leerlingen van Blommendael genoemd die verder onbekend zijn gebleven. Tijdens zijn leven ontving Blommendael belangrijke opdrachten, die hij met hulp van zijn meesterknecht Lucas Janssens uitvoerde. Nadat stadhouder-koning Willem III, een belangrijke opdrachtgever, in 1702 onverwacht overleed, verhuisde Blommendael van Den Haag naar Amsterdam. Zijn verblijf in Amsterdam heeft niet lang geduurd; op 13 april 1707 werd hij in Leiden begraven. Zijn zoon Frans trad in zijn voetsporen en werd eveneens beeldhouwer.

Veelzijdig oeuvre

Blommendael was een veelzijdige beeldhouwer. Allereerst heeft hij zich geprofileerd als portretbeeldhouwer. Het Mauritshuis bezit twee marmeren borstbeelden van Willem III die Blommendael in 1676 en 1699 vervaardigde. Daarnaast heeft Blommendael zich toegelegd op interieur- en geveldecoraties. De beeldhouwer is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de uit hout gesneden figuren in de Trêveszaal (1696-’97) in Den Haag. Een ander voorbeeld is de geveldecoratie (1692) van het Arsenaal in Delft. In 1693 leverde Blommendael een hardstenen wapen dat in een nis boven de ingang van de kerk van Dinteloord werd geplaatst. Verder heeft Blommendael tuinornamenten vervaardigd. Een voorbeeld is een tuinvaas (circa 1695) op Paleis Het Loo die aan hem wordt toegeschreven. Deze vaas is gebaseerd op een ontwerp van Daniël Marot (1661-1752), die destijds een invloedrijk ontwerper in de Noordelijke Nederlanden was. Marot ontwierp onder meer interieurstukken, tuinen en grafmonumenten. Veel van deze ontwerpen werden als prent uitgebracht. De toeschrijving is gebaseerd op een betaling aan Van Blommendael op 15 september 1698 wegens het maken van twee marmeren vazen. Verder is in de literatuur vermeld dat Blommendael ook werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de Haagse triomfboog (1691), waarvoor Romeyn de Hooghe ontwerpen leverde. Ten slotte heeft Blommendael verschillende grafmonumenten vervaardigd. In deze bijdrage worden de twee grafmonumenten in de kerk van Burgh belicht.

Wandgraf (1701) door Johannes Blommendael. (foto Dennis de Kool)Wandgraf (1701) door Johannes Blommendael. (foto Dennis de Kool)

Portretbuste

De epitafen werden opgericht ter ere van de oprichters van de kerk, namelijk Pieter de Huybert (1622-1697), die onder andere schepen, raad en thesaurier van Middelburg en raadpensionaris van Zeeland was en Jan Pieterszoon de Huybert (1652-1701), die luitenant-generaal der cavalerie was en diens echtgenote Catherina Cornelia. Bij het eerste wandgraf (1697) is de signatuur van de beeldhouwer linksboven het centrale wapenschild op de onderste rand van de plint aangebracht: ‘J:Blommendael.F:’. Dit wandgraf is bijzonder vanwege de portretbuste. Blommendael heeft deze toepassing waarschijnlijk ontleend aan zijn leermeester Rombout Verhulst. Verhulst introduceerde het portret als noviteit in de grafsculptuur van de Noordelijke Nederlanden. In het door Verhulst ontworpen epitaaf voor Isaac Sweers (1674) in de Oude Kerk van Amsterdam is reeds een borstbeeld van de overledene verwerkt.

Obelisk en portretmedaillons

Het tweede wandgraf (1701) bevat eveneens opmerkelijke details. Het eerste opvallende element is de toepassing van de obelisk. De obelisk gold als een klassiek zinnebeeld van roem en onsterfelijkheid en werd vooral in de Franse en Zuid-Nederlandse grafsculptuur toegepast. Daniël Marot introduceerde de obelisk als vormbepalend element in de Noord-Nederlandse grafkunst. Vermoedelijk heeft Blommendael bij de toepassing van de obelisk inspiratie geput uit de prenten van Daniël Marot. Marot kan ook een aandeel in het ontwerp hebben gehad. In de literatuur is dus ten onrechte vermeld dat het door Marot ontworpen en door Pieter van der Plas vervaardigde grafmonument (circa 1705) voor Menno baron van Coehoorn in de kerk van Wijckel het eerste Nederlandse praalgraf is waarin de obelisk werd verwerkt. Pas in de loop van de achttiende eeuw werd de obelisk op grotere schaal als decoratief element verwerkt in grafmonumenten, bijvoorbeeld door de beeldhouwer Jan Baptist Xavery (1697-1742).

Het tweede opvallende kenmerk betreft de twee portretmedaillons van de overleden personen ter weerszijden van de obelisk. Dit wandgraf is een van de weinige 17de-eeuwse grafmonumenten in de Noordelijke Nederlanden waarin twee portretmedaillons zijn geïntegreerd. De gebeeldhouwde graftekst op de obelisk is verloren gegaan. Op het gerestaureerde grafmonument is een stenen plaat zonder tekst geplaatst. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bezit een door Willem van der Lely vervaardigde tekening van het oorspronkelijke grafmonument en tevens de volledige tekst van de Latijnse inscriptie op de grafplaat. Onderaan de tekst zijn het jaartal 1701 en de signatuur (‘J:Bloemendaal fecit’) vermeld. De signatuur is als zodanig ook weergegeven op de tekening. Verder bevat het wandgraf gangbare details, waaronder wapenschilden, krijgsattributen, doodshoofden en een zandloper.

Restauratie

De twee belichte grafmonumenten zijn ook om een andere reden bijzonder. De wandgraven raakten namelijk tijdens een brand in 1924 ernstig beschadigd en werden op een later moment gerestaureerd. Een opmerkelijk detail is dat een ander wandgraf in de Rotterdamse Laurenskerk een vergelijkbaar lot onderging. Dit in 1691 vervaardigde grafmonument ter ere van vlootvoogd Johan van Brakel raakte tijdens het bombardement van de havenstad in 1940 ernstig beschadigd en werd na de oorlog gerestaureerd. Een reden te meer om deze kwetsbare grafmonumenten te koesteren.

Het blussen van de kerk tijdens de brand in 1924. (foto door onbekende fotograaf)Het blussen van de kerk tijdens de brand in 1924. (foto door onbekende fotograaf)

Literatuur
P.M. Fischer, ‘Koninklijke Beelthouwer Johannes Blommendaal. Zijn verblijf in Amsterdam en zijn sterfdatum’, in: Bulletin KNOB 87 (1988), nr. 4, 135-138.
E. Neurdenburg, De zeventiende eeuwsche beeldhouwkunst in de Noordelijke Nederlanden. Hendrick de Keyser, Artus Quellinus, Rombout Verhulst en tijdgenooten (Amsterdam 1948).
F. Scholten, ‘Daniel Marot, ontwerper van grafmonumenten’, in: K. Ottenheym (red.), Daniel Marot, vormgever van een deftig bestaan. Architectuur en interieurs van Haagse stadspaleizen (Zutphen 1988), 85-99.
F. Vermeulen, ‘De kerk te Burg op Schouwen verbrand’, in: Bulletin KNOB 25 (1924), 270-273.
Website RKD.
D.S. van Zuiden, ‘De Beeldhouwer Johannes Bloemendael’, in: Oud-Holland 30 (1912), 1, 31-35.

Dit artikel verscheen ook in Zeeuws Erfgoed, jaargang 16, december 2017.