Het buiten Toorenvliedt

Regenten ontvluchtten in de 17de eeuw de drukke en stinkende steden en woonden gedurende de zomermaanden in buitenverblijven. Deze aanvankelijk kleine boerderijen of huizen werden in de loop van de 17de en 18de eeuw omgebouwd tot classicistische bouwwerken met grote, onder architectuur aangelegde tuinen. Door zijn vele buitenhuizen met tuinen werd het eiland Walcheren de Tuin van Zeeland genoemd. Een van de fraaie, nog bestaande buitenhuizen is Toorenvliedt bij Middelburg, dat in 1726 zijn huidige vorm kreeg. Begin 20ste eeuw verbleef hier de historicus Johan Huizinga met zijn vrouw Mary Schorer. Hij werkte er aan zijn beroemde Herfsttij der Middeleeuwen. Tijdens de oorlog werd Toorenvliedt een bunkercomplex.

Toorenvliedt op een tekening uit de 18de eeuw. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Toorenvliedt op een tekening uit de 18de eeuw. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Buitenplaats

Een buitenplaats is een monumentaal huis, vaak met bijgebouwen, dat een harmonieus en onlosmakelijk geheel vormt met een omliggende tuin of park. In heel Nederland, vooral in het westen en midden, lieten gefortuneerde stedelingen tussen 1600 en 1900 in het landelijk gebied buitenplaatsen aanleggen. Zo konden ze in de zomer de ongezonde en door vervuilde grachten stinkende stad ontvluchten.

‘Een schoone, playsante en welgelegen hof-stede’

Toorenvliedt – dat toen nog niet deze naam had – werd in 1690 als hofstede gekocht door de Koudekerkse predikant Petrus Pottey. Bij het overlijden in 1725 van zijn weduwe, Maria Tresel werd het geheel omschreven als ‘een schoone, playsante en welgelegen hof-stede, genaamd Thoorn Vlied, met zijn Heerenhuys, dreven en plantagie’, en ‘visrijke vyvers’ en bijbehorende boerderij.

Uitbreiding

Na de dood van Maria Tresel kwam het buiten in bezit van Galenus Tresel, geneesheer, raad, schepen en burgemeester van Middelburg. Na zijn dood ging Toorenvliedt over op zijn dochter Susanna Barbara, die daarbij het naastgelegen speelhof aankocht. Haar zoon Galenus Tresel Bevers, bewindhebber van de VOC en schepen en raad van Middelburg, liet het huis naar achteren uitbreiden. Dat gebeurde tussen 1750 en 1758. Het huis, dat tot die tijd twee kamers diep was, kreeg daarmee zijn huidige omvang. In die tijd werden ook een bos en een tuin met oranjerie en de huidige vijvers aangelegd. In de oranjerie groeiden onder meer sinaasappelboompjes en ananasplanten. In de 19de eeuw werd aan de achterzijde van het huis een serre gebouwd.

Toorenvliedt in 2009. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto J. Francke)Toorenvliedt in 2009. (ZB, Beeldbank Zeeland, foto J. Francke)

Landschapstuin

De latere gouverneur van Zeeland, Jacob Hendrik Schorer verwierf Toorenvliedt in 1794 via zijn huwelijk met Johanna Maria van den Brande. Schorer was op dat moment pensionaris van Middelburg. Het echtpaar Schorer liet de tuin van Toorenvliedt opnieuw aanleggen, nu in  landschapsstijl. Er kwamen slingerende paden en vijvers, een hertenkamp en een bergje met een prieel. Ook kocht Schorer een naastgelegen boerderijtje met omliggende landen aan. Daar wilde hij op zijn oude dag landbouw bedrijven, een geliefde bezigheid in hogere kringen in die tijd. Zover kwam het echter niet. Zijn zoon, Johan Cornelis Schorer van de Souburgen experimenteerde er wel met de teelt van zijderupsen en de kweek van bijzondere planten.

Johan Huizinga

Toorenvliedt kwam in 1922 als erfenis in bezit van jonkvrouw Mary Vincentia Schorer (1877-1914). Zij trouwde met de bekende historicus Johan Huizinga (1872-1945). Hij schreef op Toorenvliedt het boek Herfsttij der middeleeuwen, een hoogtepunt in de Nederlandse geschiedschrijving.

Johan Huizinga en Mary Schorer in de tuin van Toorenvliedt omstreeks 1901. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto A. Bolle)Johan Huizinga en Mary Schorer in de tuin van Toorenvliedt omstreeks 1901. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto A. Bolle)

Adriaan en Olivier

Hun zoon Leonhard Huizinga situeerde zijn schelmenromans over de tweeling Adriaan en Olivier op het buiten, dat hij in zijn boeken Korenvliet noemde. Hierdoor is Toorenvliedt een bekende buitenplaats in Nederland geworden.

Bunkers

In de Tweede Wereldoorlog bouwden de Duitsers elf bunkers op het terrein. Het bunkercomplex Toorenvliedt was een belangrijk onderdeel van de Atlantikwall, een Duitse verdedigingslinie. De Duitsers vestigden hun divisiehoofdkwartier in het landhuis. Van daaruit leidden zij de verdediging van Walcheren en de Bevelanden.

Het terrein van Toorenvliedt met de bunkers in de jaren vijftig. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland, foto Aero-Phot)Het terrein van Toorenvliedt met de bunkers in de jaren vijftig. (ZB, Beeldbank Zeeland, foto Aero-Phot)

In 1948 verkochten de erven Huizinga de buitenplaats aan de gemeente Middelburg. Het huis was uitgewoond. En van de tuin was niets overgebleven, nadat deze door de inundatie in 1944 in het zoute water was komen te staan. In het huis kwam een school. De bekende landschapsarchitect C.P. Broerse maakte een ontwerp voor het park. De bunkers werden aan het zicht onttrokken. Ze bleven wel staan, omdat opblazen te duur was. In het park kwam een openluchttheater. De laatste ‘bewoner’ van Toorenvliedt was Staatsbosbeheer.

Toorenvliedt tijdens de inundatie in 1944. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Toorenvliedt tijdens de inundatie in 1944. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Literatuur
Martin van den Broeke, Jan Arends, buitenplaatsen op Walcheren, Alphen aan den Rijn 2001.
Hans Sakkers en Marc Machielse, Bunkers op Toorenvliedt; Duits hoofdkwartier van de Atlantikwall op Walcheren 1942-1944, Koudekerke 1998.