Bakkruudjes

Trends en hypes zijn van alle tijden. Zo was het in de zeventiende en achttiende eeuw mode om de omgeving van buitenplaatsen en landhuizen te verfraaien door het aanplanten van planten uit Oost- en Zuid-Europa.

Stinzenplanten

Je kan je zo voorstellen hoe dat ging. De rijke kooplieden probeerden elkaar de loef af te steken door steeds fraaiere of zeldzamere soorten te introduceren. Naderhand werden de planten in bossen en parken aan hun lot overgelaten en soms wisten ze zich tot in de huidige tijd te handhaven. Dat zijn de zogenaamde stinzenplanten. De wilde narcis, de bostulp en het longkruid behoren tot deze illustere groep.

Longkruid

Sleutelbloemen

Ook sleutelbloemen behoren tot de stinzenplanten. Vraag een gemiddelde Zeeuw naar sleutelbloemen en hij zal geen idee hebben waar je het over hebt. In Zeeland worden sleutelbloemen vanouds bakkruudjes genoemd.

Sleutelbloem

Klemtoon

Bakkruudjes – met het accent op de uu – zijn zo genoemd vanwege een oud gebruik. De bloemen werden vroeger neergelegd in het pannenkoekenbeslag en dan meegebakken, zodat de maaltijd een extra feestelijk aanzien kreeg. Eigenlijk zijn het dus geen bakkrúúdjes, maar bàkkruudjes.

Bloei

Net als de meeste andere stinzenplanten komen de bakkruudjes al heel vroeg in het jaar tot bloei. Of misschien moet je zeggen laat, want in een gemiddeld Nederlands kwakkelwintertje kunnen de planten al voor de kerst in bloei komen.

Bron: ZEEUWSLANDSCHAP 24-4