Wemeldingse Johannieters

door Jan Kuipers
verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Twee keer is het terrein van de middeleeuwse commanderij van de Johannieters bij Wemeldinge op Zuid-Beveland ernstig belaagd. In 1937/38 is het geëgaliseerd; de fundamenten werden op enkele resten na tot onder de bouwvoor weggebroken. In november 1969 voerde men ter plaatse drainagewerk uit. Beide keren kon wat archeologisch vondstmateriaal (aardewerk) worden veiliggesteld.

Kreekrug

De Orde der Johannieters is in 1113 in Palestina gesticht met een tweeledig doel: de verpleging en bescherming van zieke pelgrims. Het was de tijd van de Kruistochten. De Nederlandse vestigingen van deze geestelijke riddderorde vielen onder de ‘balier’ van Utrecht. De Johannieters waren ook elders in Zeeland gevestigd, zoals in Sint-Jan ten Heere en Middelburg op Walcheren. De Wemeldingse commanderij lag aan de restgeul van de kreekrug Kapelle-Wemeldinge, tussen de huidige Wemeldingse Zandweg en het Biezewegje. Er liep geen behoorlijke weg naartoe, het meeste verkeer zal over water hebben plaatsgevonden.

Fantasietekening van de commanderij, achttiende eeuw (Zeeuws Archief/ZI).

Kapel

De commanderij werd pas in 1400 vermeld. Er waren een hospitaal en een aan Sint-Gallus gewijde kapel aan verbonden. In de kapel vierde men dagelijks één gezongen en vier gelezen missen. Er brandde dag en nacht een kaars voor het Heilig Sacrament. De commanderij bezat tien bedden, beschikbaar voor zieken en arme vreemdelingen. Het complex omvatte onder meer een groot stenen gebouw, een stal en waarschijnlijk een schuur voor opslag van het door de commanderij verbouwde graan. Het aanzienlijke grondbezit lag grotendeels in Kapelle. In 1495 bestond de veestapel van de commanderij uit vier paarden en zes koeien. Er woonden toen drie ordebroeders in de commanderij: de commandeur en twee andere broeders. Alleen de commandeur vervulde geestelijke taken. Verder waren er een kok en een huisknecht aanwezig.

Gemeentekaart van Wemeldinge uit 1866, met daarop aangegeven commanderij en grondbezit (Versélewel de Witt Hamer 2011).

Het einde

In 1540 was er nog maar één priesterbroeder aanwezig. De Opstand tegen Spanje en de daarmee gepaard gaande protestantisering betekende kort nadien het einde voor de toch al kwijnende commanderij. Bij een visitatie (inspectie) in 1594 verklaarden omwonenden dat de plaats al jaren onbewoond was, commandeur Hendrik Vos en anderen waren naar Goes en vervolgens naar Leiden vertrokken. Vos verklaarde dat de kapel door de oorlogstoestanden volledig was verwoest. Maar de Johannieters waren al dertig jaar geleden weggegaan ‘wegen böser Luft’ , dus uit angst voor de ‘Zeeuwse koortsen’ (een vorm van malaria]. Nog in 1604 en 1610 werd hoeve ‘De Jonge Boogaers’, ten zuidwesten van de commanderij vermeld als eigendom van de Sint-Jansheren, hoewel katholieke goederen in de Republiek doorgaans waren geconfisqueerd. De boerderij werd afgebroken in 1990 en wat verderop herbouwd. De ‘kloostergebouwen’ zijn vermoedelijk al omstreeks 1600 gesloopt om het bouwmateriaal elders te kunnen gebruiken.

Literatuur

C. Dekker, Zuid-Beveland. De historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de Middeleeuwen (2e dr., Krabbendijke 1982).
Encyclopedie van Zeeland dl. II (Middelburg 1982), 182, trefwoord ‘Kloosterwezen’.
Jan J.B. Kuipers, ‘Het Sint-Jansherenhuis te Wemeldinge’. Nehalennia afl. 119, 1998, 24-28.
J.A. Mol, ‘De Johannieter Commanderij van Wemeldin­ge’. Historisch Jaarboek voor Zuid- en Noord Beveland 10 (1984), 35-56.
Tom Versélewel de Witt Hamer, ‘De Johanni(e)ter Orde in Nederland (12). Commanderij Wemeldinge’. Johanniternieuws december 2011, 14-19.