Oranjezon

In de 13de eeuw worden de schorren ten westen van Vrouwenpolder ingedijkt. Zo ontstaan oa de Gerstepolder en de Beekhoekspolder. Vanuit Domburg verwaait het strandzand en vormt de eerste duinen. Die groeien uit tot een ongerept, woest duinlandschap: Oranjezon. Het gebied hoorde bij het markizaat van Veere en dankt zijn naam aan de oorspronkelijke eigenaars: de graven van Nassau, later prinsen van Oranje. En dus niet, zoals ook wel wordt gedacht, aan het prachtige gezicht op de ondergaande zon. In de loop der eeuwen heeft de mens het gebied op verschillende manieren gebruikt en zo zijn sporen nagelaten. Nu is het weer een natuurgebied, in beheer bij Het Zeeuwse Landschap.

Konijnenwarandes, bos en vroon

Van de Middeleeuwen tot 1760 werden de duinen verpacht voor de konijnenvangst, als zogeheten ‘konijnenwarandes’. De konijnenjacht was een belangrijke bron van inkomsten. Niet alleen voor de consumptie, maar meer nog voor de vellen. Er werden onder andere hoeden van gemaakt, die tot in Parijs hun weg vonden.

In het gebied tussen de duinen en de polders was bos aangeplant: het Oranjebosch, ook wel Princenbosch genaamd. De rest van het gebied was in gebruik als vroon: weidegrond voor het vee.

Waterwinning

Rond 1850 was de gezondheidstoestand in Zuidwest-Nederland ronduit slecht: pokken, tyfus en cholera waren schering en inslag. De bewoners haalden hun drinkwater toen nog uit regentonnen en welputten. In 1889 kocht de gemeente Middelburg een deel van het duingebied om er schoon drinkwater te winnen. Eerst via waterwinputten en later zijn er in het kader van de werkverschaffing kanalen voor gegraven. Het water ging via een leiding naar de Watertoren in Middelburg. Daar kon een grote hoeveelheid worden opgeslagen en van daaruit verder worden getransporteerd.

Sinds 1995 is de waterwinning gestopt, maar in geval van nood kan Oranjezon binnen 24 uur schoon drinkwater leveren aan heel Walcheren.

Dynamisch en gevarieerd landschap

Oranjezon biedt alles wat een natuurliefhebber zich kan wensen. De grote variatie in het gebied zorgt voor een enorme rijkdom aan planten en dieren. Oranjezon heeft al langer de status van natuurmonument en in 2008 is daar die van ‘aardkundig monument’ aan toegevoegd. Het is een van de weinige plekken langs de Nederlandse kust waar je in het landschap kunt zien hoe duinen op een natuurlijke wijze ontstaan en veranderen. Vanaf het brede strand waait het zand naar de duinvoet. Daar, in de zeereep, achter de eerste begroeiing, blijft het stuivende zand liggen. Zo groeit Oranjezon nog steeds een beetje.

Zeldzame planten

Meer landinwaarts is er minder wind, waardoor struiken de kans krijgen zich te vestigen. Geleidelijk aan groeit het struweel uit tot loofbos, met vooral berk en eik. Waar het zand toch nog door de wind is weggeblazen ontstaan duinvalleien. Hier groeien bijzondere planten: lekker in de luwte en ruim voorzien van zoet water. Door begrazing of betreding ontstaat duingrasland in plaats van struweel en daar vind je weer andere, vaak zeldzame planten.

Beheer

De afgelopen eeuw is het aanzicht van Oranjezon grondig veranderd. Het graven van waterwinningskanalen, de aanplant van bos en helm en het oprukken van vogelkers maakten het tot een verruigd, dichtgegroeid en verdroogd gebied.

Met het huidige beheer krijgt de natuur het weer voor het zeggen en is er weer volop variatie in het landschap, zoals dat hoort bij een dynamisch duingebied. Het gebied is vochtiger nu de waterwinning is gestopt. Kanalen zijn gedempt en daardoor komen de duinvalleien weer terug. Dennen horen hier oorspronkelijk niet thuis. Ze zijn indertijd aangeplant om te vermijden dat het zand in de waterwinningskanalen zou stuiven. De naaldbossen worden langzaamaan omgevormd: door gerichte kap en natuurlijke verjonging komt er een gevarieerder en oorspronkelijker bos met bijpassende planten en struiken.

Duingrasland

Vogelkers is een echte ‘woekeraar’, die andere planten en struiken weinig ruimte laat. Door het te verwijderen wordt het gebied opener en gevarieerder. Ook de grazers – pony’s, paarden, koeien en niet te vergeten de reeën en damherten – dragen hun steentje bij. Niet alleen doordat ze er grazen, maar ook door hun betreding, komen er weer mooie duingraslanden.

Herten

Reeën en herten kwamen oorspronkelijk niet voor in Oranjezon. Inmiddels zijn ze deze statige dieren hier niet meer weg te denken. De reeën zijn op eigen houtje vanuit Oost-Nederland via Brabant naar Zeeland getrokken. De damherten hebben een eigen verhaal: tijdens de inundatie van 1944 werden ze vrijgelaten uit het hertenpark van de buitenplaats Zeeduin. Inmiddels is er een stabiele wilde populatie.