Gedichten en spreuken van Vader Cats

Ooit waren de verzamelde dichtwerken van Jacob Cats een begrip in ons land. Naast de Bijbel sierde zijn werk menig boekenplankje. Maar later werd hij vanwege zijn moralisme vooral verguisd.

Hoewel hij in zijn studententijd al gedichten schreef, begon Jacob Cats (1577-1660) pas echt met dichten toen hij advocaat in Middelburg was. In 1618 verschenen daar Silenus Alcibiadis (later bekend geworden als Sinne- en minneplicht) en Maechden-plicht. Het betreft zogenaamde emblematabundels of embleembundels.

Boekillustratie door Adriaen van de Venne, in Cats' Houwelick. (Rijksmuseum)Boekillustratie door Adriaen van de Venne, in Cats’ Houwelick. (Rijksmuseum)

Moraliserend

De spreuken van Cats hebben een sterk opvoedende en vaak ook belerende of moraliserende (onder)toon. Hij dankt er ook zijn bijnaam aan: Vader(tje) Cats. Hoogstaande dichtkunst maakte hij niet, eerder volkskunst. Zijn moralistische lessen verpakte hij in toegankelijke taal en rijm. Hij was behalve bij de culturele elite populair in brede lagen van de bevolking.Enkele bekende spreuken van hem zijn:

kinderen zijn hinderen

elk vogeltje zingt zoals het gebekt is

om de wille van de smeer likt de kat de kandeleer

’t zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen

al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel

al draagt de aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding

Portret van Jacob Cats door Adriaen van de Venne, 1618. (Rijksmuseum)Portret van Jacob Cats door Adriaen van de Venne, 1618. (Rijksmuseum)

Bloei van de cultuur

In de periode dat Cats in Middelburg woonde, beleefde de stad zijn hoogtepunt. Niet alleen op economisch en militair gebied met de overzeese handelscompagnieën en de Admiraliteit, maar ook op cultureel gebied was er sprake van een bloeiperiode. Er woonden toen nogal wat dichters en schilders in de Zeeuwse hoofdstad. Dichters als Jacob Schotte, Simon van Beaumont en Joan de Brune, die met Cats bevriend waren. In 1623 verscheen hun bundel Zeeusche Nachtegael, waarin ook Cats vertegenwoordigd is. Vermoedelijk was hij zelfs de initiatiefnemer van deze dichtbundel.

Adriaen van de Venne

Cats raakte goed bevriend met de schilder Adriaen van de Venne (1589-1662). Van de Venne kwam uit Delft en vestigde zich met zijn vader of oudere broer Jan in het begin van de 17de eeuw in Middelburg. Hij was niet alleen tekenaar en dichter, maar schreef ook. Van de Venne illustreerde de werken van Cats. Zodoende ontstond als het ware een twee-eenheid: de prenten van Van de Venne ondersteunden de teksten van Cats en omgekeerd. Van de Vennes prenten hebben zeker bijgedragen aan de enorme populariteit van Cats’ literaire werk. In 1625 vertrok Van de Venne naar Den Haag, waar hij tot zijn dood bleef wonen.

Tekening van Adriaen van de Venne met gedicht van Cats uit Galathee ofte harder minneklachte 's-Gravenhage 1629. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)Tekening van Adriaen van de Venne met gedicht van Cats uit Galathee ofte harder minneklachte ‘s-Gravenhage 1629. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)

Dordtse synode

Cats woonde tussen 1623 en circa 1629 in Dordrecht. Daar had in 1618 en 1619 de nationale synode plaatsgevonden, waar het kerkelijke geschil tussen de remonstranten en contraremonstranten was besproken. Tevens werd hier besloten een (nieuwe) Nederlandse Bijbelvertaling te maken. Deze Statenvertaling kwam in 1637 gereed en was zeer invloedrijk, met name op theologisch en taalkundig gebied. Cats besteedde in twee gedichten aandacht aan de synode.

Verzameld werk

Naast de eerdergenoemde emblematabundels zijn andere bekende titels van Jacob Cats: Spiegel van den ouden ende nieuwen tijdt (1632) en Trou-ringh (1637). Hij maakte nog mee dat zijn verzameld werk werd uitgegeven (Alle de wercken, 1655) en zelfs de vermeerderde herdruk daarvan (1658). Cats vereerde zijn geboorteplaats Brouwershaven in 1655 met een exemplaar van zijn verzamelde werken, voorzien van zijn handtekening. Dit boek wordt nog steeds in het voormalige stadhuis van Brouwershaven bewaard. In 1700 verscheen de derde folio-uitgave van Alle de wercken. Hierin zijn ook de laatste gedichten van Cats’ hand opgenomen, te weten Gedachten op slapeloose nachten en zijn autobiografie op rijm: Twee-en-tachtigjarig leven.

Titelblad (kopergravure) van Alle de wercken, dl. II (Amsterdam/Utrecht 1700). Schilder/tekenaar: Adriaen van de Venne. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)Titelblad (kopergravure) van Alle de wercken, dl. II (Amsterdam/Utrecht 1700). Schilder/tekenaar: Adriaen van de Venne. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)

Het dichtwerk van Jacob Cats is zelden van hoog niveau, maar was met name in de 17de en 18de eeuw enorm populair. Het heeft grote invloed gehad. Onder aanvoering van de criticus Conrad Busken Huet werd het vanaf eind 19de eeuw verguisd als rijmelarij. In de 20ste eeuw zien we echter een bescheiden herwaardering van deze 17de-eeuwse volksdichter.

Literatuur
Domien ten Berge, De hooggeleerde en zoetvloeiende dichter Jacob Cats, ’s-Gravenhage 1979. 
P.J. Meertens, Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft van de zeventiende eeuw, Amsterdam 1943. 
Via de zogenaamde Short-Title Catalogue, Netherlands (afgekort STCN, bereikbaar via kb.nl/stcn kan met name informatie over de dichtwerken van Cats worden gevonden. Hiervan is ook een catalogus: 
Cats Calogus. De werken van Jacob Cats in de Short-Title Catalogue Netherlands  (Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 1996).