Zeemijn ontploft bij Scharendijke in 1918

verhaal Huib Uil, gepubliceerd op

Het was een ontzettende knal. Europa was nog steeds in de greep van een wereldoorlog die haar weerga niet kende. Maar Nederland hield haar neutraliteit hoog. Dat betekende echter niet dat de oorlog aan ons voorbij ging. Zierikzee had het moeten ervaren door middel van een bombardement in 1917. Zeemijnen waren een ander gevaar.

Ontploffingsgevaar

In de Noordzee waren mijnenvelden aangelegd, vooral gericht tegen de Duitse schepen. Regelmatig sloegen mijnen los van hun ankers en dreven weg, ook naar de Nederlandse kust. In Scharendijke zat de spanning er goed in eind 1917. Toen kwam een mijn aandrijven die leek te gaan ontploffen. Maar nog voor de jaarwisseling had een sleepboot de mijn weggesleept.

Altijd waren er waaghalzen die meenden dat zulke mijnen niet zouden ontploffen en die uit waren op het metaal. Met soms fatale gevolgen zoals al eerder met een mijn bij Zierikzee was gebleken. Nog met Kerstdag 1917 waren twee jongemannen in Dreischor omgekomen. Naar aanleiding van het bericht uit Scharendijke was in de Zierikzeesche Nieuwsbode te lezen: ‘Zouden er nog meer slachtoffers moeten vallen!?’.

Weggeblazen daken en gesprongen ruiten

In de nacht van zondag op maandag 7 januari gebeurde wat werd gevreesd. Bij het Baken in Scharendijke, nabij de haven, kwam een mijn tot ontploffing. Tot ver in de omtrek werd de knal gehoord, tot in Zierikzee toe. De ravage was groot. Van twee woonhuizen en twee schuren werden de daken weggeblazen. Het ging om de panden van J. van der Werf en Jacob Ringelberg. Gelukkig waren er geen doden te betreuren en zelfs geen gewonden. Maar de materiële schade was enorm, zoals de toen genomen foto laat zien. Het had gesneeuwd en daardoor was de aangerichte schade nog beter te zien.

Schade na de ontploffing van de zeemijn bij het Baken in Scharendijke. (Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland)

Van tal van huizen waren de ruiten gesprongen of stuk. Het ging om honderden. Ook die van de school waren stuk zodat van het geven van onderwijs geen sprake kon zijn. Tevens waren diverse huizen en schuren ontzet door de enorme knal. Delen van de mijn bleken vele honderden meters landinwaarts te zijn gevlogen. De schade aan de zeedijk betrof de steenglooiing die over zo’n honderd meter was beschadigd. Het Waterschap Schouwen schatte de kosten van herstel op duizend gulden.

Schade aan de dijk, gadegeslagen door Scharendijkse jongetjes op hun klompen. (Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland)

Meteen gingen schilders aan de slag om nieuwe ruiten te zetten. Om maar eerst aan de beurt te zijn, was een bakker nog diezelfde nacht naar de glazenmaker gegaan vanuit de gedachte: wie het eerst komt, het eerst maalt. De angst zat er bij de inwoners van Scharendijke goed in. Vooral wanneer de wind uit het noordwesten waaide, hield menigeen zijn hart vast. Trouwens niet alleen daar, de ontploffing maakte grote indruk op de rest van het eiland.

Aan de orde van de dag

Het aanspoelen van mijnen was aan de orde van de dag. Kort na de ontploffing in Scharendijke spoelde een mijn aan bij de boulevard in Vlissingen. Bijna iedere dag waren er zulke berichten in de krant te lezen. De meeste mijnen kwamen niet tot ontploffing en werden weggesleept, gedemonteerd of tot ontploffing gebracht door de Marine. Maar waar dat wel gebeurde, kon de schade groot zijn. Zoals in Borssele, waar nog diezelfde maand januari 1918 een mijn ontplofte en eveneens grote schade aanrichtte. Afgezien van het ontploffingsgevaar gaven de mijnen vooral veel last voor het scheepvaartverkeer dat telkens op zijn hoede moest zijn.

Eind 1918 werd de wereldoorlog beëindigd door een wapenstilstand. Op 11 november werd deze getekend. Daarna kon worden begonnen met het opruimen van dit oorlogstuig.

Dit verhaal verscheen eerder als column in Wereldregio, 13 januari 2018.