Zeeland: food, design en erfgoed

Het gevarieerde landschap en de rijke historie van Zeeland bevatten vele verhalen. Deze zijn verzameld en ondergebracht in negen iconische verhaallijnen: de Zeeuwse erfgoedlijnen. Om de erfgoedlijnen beleefbaar te maken voor zowel inwoners als toeristen heeft ontwerpstudio Foodcurators in opdracht van Provincie Zeeland en in samenwerking met Erfgoed Zeeland het project Zeeland Souvenirs & Placemarkers ontwikkeld.

Als start zijn vier betekenisvolle plekken in Zeeland zichtbaar gemarkeerd. Op elke locatie wordt een verhaal verteld en is dit verhaal vertaald in een hedendaags product, een souvenir.

Centraal in dit project staat de term ‘falsely authentic’. Deze term uit academische studies naar toerisme en lokale economieën duidt op producten of diensten die geen betekenisvolle verbinding hebben met de lokale gemeenschap van een plek. Het project Zeeland Souvenirs & Placemarkers bevraagt authenticiteit als tweeledig begrip in relatie tot streekproducten, tot souvenirs en tot erfgoed. Het begrip ‘falsely authentic’ vertegenwoordigt in dit project de artistieke ruimte om concepten te ontwikkelen voor Zeeland waarin food en erfgoed aan elkaar worden verbonden.

Verdronken en herrezen: Koudekerke gruitbier

Koudekerke is een van de 117 verdronken dorpen van Zeeland. De Plompe Toren is het enige overblijfsel van dit dorpje aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland. De toren is als kerktoren gebouwd in opdracht van de heer van Koudekerke: Lodewijk van Gruuthuse. Hij kocht het ambacht Haamstede waartoe ook Koudekerke behoorde. Gruuthuse dankte zijn rijkdom aan het gruitrecht dat zijn familie was toegekend in Brugge. Dit recht was een monopolie op de verkoop van gruit aan bierbrouwers. Gruitbier is het oorspronkelijke bier van de Lage Landen, maar wordt bijna niet meer gebrouwen sinds de introductie van hop in bier. Om Koudekerke en haar heer te gedenken serveren we in Zeeland het Koudekerke gruitbier; een streekproduct van een verdronken ‘streek’.

In de middeleeuwen was het gebruik van hop in bier nog niet bekend. Gruit was een mengsel van kruiden waarvan gagel het belangrijkste ingrediënt was. Het had een licht bittere smaak en verbeterde de houdbaarheid van het bier. Gagel was een van nature veelvoorkomende plant in Nederland en België, maar staat nu op de rode lijst van beschermde soorten. Om wilde gagel te kunnen plukken heb je een vergunning nodig.

Koudekerke gruitbier is een fris, mild bitter bier gebrouwen met wilde gagel.

De souvenirstand van het Koudekerke gruitbier bij de Plompe Toren (foto Viorella Luciana).

Bij de Plompe Toren staat een souvenirstand die het verhaal van Koudekerke vertelt. Er worden ook speciale gruitbierglazen (gemaakt in een gelimiteerde oplage) verkocht.

Gruitbierglas (foto Viorella Luciana).

Lees meer over het Verdronken Koudekerke.

Heren en kerken: het onbeheerde praalgraf van de Evertsens

Vele vooraanstaande figuren (adel, geestelijkheid, patriciërs) hebben hun stempel gedrukt op Zeeland. Dat is terug te zien in imposante kerken en stadhuizen en vele monumenten. Deze weelde brengt ook een uitdaging voort, want dit erfgoed is kostbaar in onderhoud. Soms moet er een nieuwe bestemming gevonden worden voor een gebouw omdat het niet meer aan de moderne vereisten voldoet. En heel soms bestaat er onduidelijkheid over wie de verantwoordelijkheid draagt voor een monument. Zoals in het geval van de Evertsens.

Johan en Cornelis Evertsen waren broers en beiden waren admiraal tijdens de Eerste, Tweede en Derde Engels-Nederlandse Oorlogen. Vanwege hun heldhaftigheid in de zeeslagen werden zij postuum geëerd met een gezamenlijk praalgraf. Dit graf werd eerst geplaatst in de Noordmonsterkerk in Middelburg. In 1818 werd het praalgraf verplaatst naar de Nieuwe Kerk in Middelburg. En na 1940, toen de Abdij en de Nieuwe Kerk zwaar beschadigd raakten door oorlogsgeweld, moest het graf weer verhuizen. Vandaag de dag staat het in de Wandelkerk, tussen de Koorkerk en de Nieuwe Kerk in de Abdij van Middelburg.

De Wandelkerk is drukbezocht en er worden vaak borrels en recepties gehouden. ‘De broers’ vormen de achtergrond van deze borrels, maar het praalgraf heeft – wellicht per ongeluk – ook gediend als bijzettafel voor glazen. Hierdoor heeft het enkele beschadigingen en vlekken opgelopen. Vanwege de verplaatsing tijdens de oorlog en de ingewikkelde eigendomssituatie van het Abdijcomplex is nu niet duidelijk wie de verantwoordelijkheid draagt voor het praalgraf van de gebroeders Evertsen.

Het ‘praalpallet’ bij het praalgraf (foto Viorella Luciana).

Naast het praalgraf staat nu een ‘praalpallet’. De ironie dat twee admiraals die eerst als helden werden vereerd nu de decoratieve achtergrond van vele borrels zijn geworden is omgedraaid: de Evertsens zijn nu een merk geworden. Evertsen & Evertsen (‘vaste gasten bij de borrel sinds 1818’) eist het praalgraf van de gebroeders Evertsen terug op. Het merk verkoopt borrelproducten en een deel van de opbrengst wordt bewaard voor onderhoud en restauratie van het praalgraf. Dit geld wordt bewaard in een grote kist tot duidelijk is wie de verantwoordelijkheid voor dit erfgoed op zich kan nemen.

Evertsen & Evertsen: vaste gasten bij de borrel sinds 1818 (foto Viorella Luciana).

Lees meer over een ander graf met een raadsel: Waar is het graf van rooms-koning Willem?

Het Zeeuwse licht: ecologisch kuren in Domburg

Domburg is al sinds de 19de eeuw een populaire badplaats. Dr. Mezger voerde hier zijn therapieën en behandelingen uit en trok daarmee Europese adel naar deze omgeving. In het kielzog van deze rijke elite trokken ook kunstenaars naar Domburg. Zij raakten bevangen door de schoonheid van het Walcherse landschap, de karakteristieke gezichten van de lokale bevolking en de helderheid van het zonlicht. Aan de kust van Domburg zorgen zoutkristallen in de lucht voor weerkaatsing, waardoor het unieke ‘Zeeuwse licht’ ontstaat. Niet alleen de schoonheid van het licht en de omgeving maakten Domburg geliefd; het nemen van zeebaden zou ook gezond zijn. Aan de zilte lucht en het zeewater werden (en worden) heilzame werkingen toegeschreven.

De aanhoudende populariteit van Domburg maakt een duurzaam beheer van het strand steeds relevanter. Er ontstaan aldoor nieuwe inzichten over de effecten van grootschalig badtoerisme. Zo blijkt dat chemische filters in zonnebrandcrème in het zeewater terechtkomen en zo schade aanrichten aan het ecosysteem. Shampoo en douchegel die onder de stranddouches worden gebruikt komen ook in de zee terecht.

In samenwerking met Hogeschool Zeeland lectoraat Marine Biobased Specialties heeft ontwerpstudio Foodcurators een ecologische kuurzeep ontwikkeld: de Zeeuwse Badparel. Deze zeep bevat alleen natuurlijk afbreekbare ingrediënten die het ecosysteem van het strand geen schade toebrengen. Speciaal ingrediënt is Codium Fragile, een bijzonder viltwier uit de Oosterschelde. De kuurzeep kan veilig gebruikt worden in de branding of onder de stranddouche, maar natuurlijk ook om thuis te kuren.

De Zeeuwse Badparel (foto Viorella Luciana).

De Zeeuwse Badparel is te vinden op het strand in Domburg. Daar is een mini-wellness geplaatst: een plek waar je kunt uitrusten, opladen en kunt genieten van deze speciale omgeving. In deze mini-spa vind je ook instructies voor een thalassokuur. De zeep wordt in kleine tabletten van 20 gram verkocht. Baad in het Zeeuwse licht, neem een duik in de branding, en kom stralend en herboren van het strand!

Souvenirstand met de Zeeuwse Badparel op het strand van Domburg (foto Viorella Luciana).

Lees meer over de Opkomst van Domburg als badplaats.

Poort naar de wereld: hoe Zeeuws is de bolus?

Zeeland is eeuwenlang een toevluchtsoord geweest voor religieuze vluchtelingen. Onder andere de hugenoten, die als protestanten in het 17de- en 18de-eeuwse Frankrijk geen godsdienstvrijheid hadden, trokken naar Zeeland. Een eeuw eerder vestigden Sefardische joden (afkomstig uit Portugal) zich in Zeeland, nadat zij in eigen land vervolgd werden vanwege hun geloof. In Middelburg hadden ze een huissynagoge en in de loop van de 17de eeuw kregen ze toestemming om een eigen Joodse begraafplaats te stichten. Niettemin leidden zij in Zeeland een onopvallend bestaan.

Hun aanwezigheid heeft echter wel degelijk invloed gehad. De Sefardische Joden hadden hun eigen eetcultuur, die langzaamaan uitgewisseld werd met de Zeeuwse eetcultuur. Zo werden typische Joodse manieren van eten bereiden als frituren in olie geïntroduceerd in Zeeland. Naar het schijnt is ook de bolus afkomstig van een zoet broodje dat de Sefardische Joden naar Zeeland brachten. Langzamerhand is dit broodje verworden tot een Zeeuws icoon.

Vandaag de dag zijn er nog steeds groepen die hun toevlucht zoeken tot Zeeland. In het asielzoekerscentrum in Middelburg wachten mensen uit verschillende landen hun procedure af. Onder hen zijn veel Iraniërs. Als zij nieuwe Zeeuwen worden, brengen ook zij weer nieuwe invloeden mee. Misschien leren we via hen nieuwe gerechten en smaken kennen. Iraniërs kennen een ander zoet brood: nan-e-shirmal, een brood dat met melk, suiker en kardemom wordt gebakken. Misschien is dit wel de nieuwe bolus?

Display in de bakkerij in Zierikzee met het verhaal van de Zeeuwse bolus (foto Viorella Luciana).

Om te laten zien dat erfgoed nooit stilstaat en steeds in ontwikkeling is, staat in Zierikzee bij De Man Die Bakt een display die de Joodse achtergrond van de bolus belicht. Hier is ook een speciale bakmix te koop, waarmee je twee kanten op kunt: bak je de vertrouwde bolus of kies je een nog onbekende heerlijkheid van ver?

Een bakmix met twee kanten (foto Viorella Luciana).

Lees meer over de Portugese Joden in Zeeland.