Verdedigingslinies

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Sporen van verdedigingslinies zijn met weinig moeite door heel Zeeland aan te wijzen. Door zijn ligging in de Scheldedelta is Zeeland in militair-strategisch opzicht een belangrijk gebied. Met ringwalburgen verdedigden de bewoners van het gebied zich tegen invallen van de Vikingen. In Zeeuws-Vlaanderen vormden zich vanaf de zestiende eeuw de Staats-Spaanse linies. Zo’n vierhonderd jaar later trok de Duitse bezetter langs duizenden kilometers Europese kust de Atlantikwall op.

Vestingwallen Retranchement. (Beeldbank SCEZ)

Ringwalburgen

Op hun tochten deden de Vikingen vanaf de negende eeuw ook Zeeland aan. Met name ringwalburgen herinneren aan deze tijd. Ze werden vermoedelijk door de plaatselijke bevolking opgetrokken, op initiatief van lokale heersers en kloosterorden. Bij invallen van de Vikingen kon de bevolking zich daar terugtrekken. De ringwalburgen lagen in een lijn van zuid naar noord: Oostburg, Oost-Souburg, Middelburg, Domburg en Burgh.

Een ringwalburg is een terrein in de vorm van een cirkel met een brede gracht en een aarden wal eromheen. De wal was bekleed met plaggen en bovenop de wal stond een houten borstwering of palissade. Waarschijnlijk was er maar één toegang: een poort die over een brug over de gracht kon worden bereikt en die met balken afgesloten kon worden.

In de 10de eeuw gingen in de burgen permanent mensen wonen. Op het terrein werden huizen gebouwd. Daarna verloren ze hun verdedigingsfunctie. De ringwalburgen in Oost-Souburg en Burgh werden (ten dele) gereconstrueerd.

Terrein ringwalburg in Burgh. (ZB, Beeldbank Zeeland, foto A. Dingemanse)

Staats-Spaanse linies

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog ontstonden de zogeheten Staats-Spaanse linies. Hiervoor werden bestaande verdedigingswerken verbeterd en nieuwe verdedigingswerken aangelegd. Ook na de Tachtigjarige Oorlog zouden ze worden uitgebreid en vernieuwd, tot aan de inval van de Fransen in 1794.

Behalve vestingsteden, als Sluis en Hulst, maakten forten met wallen en grachten, en liniedijken er deel van uit. De forten werden op strategische plekken gebouwd, daar waar het omliggende gebied goed gecontroleerd kon worden. Ze bestonden uit een verhoging van aarde met een wachttoren daarop, soms ook met kruitmagazijnen en huisvesting voor soldaten. De dijken hadden eveneens een militaire functie; ze werden doorgestoken om een gebied onder water te zetten zodra de vijand naderde. In de 18de eeuw verrezen afwateringssluizen die ook als inundatiesluis dienst konden doen. De Zwartenhoekse Zeesluis en de sluis bij fort Het Boerenmagazijn zijn nog altijd als zodanig herkenbaar.

Zichtbare verwijzingen naar de Staats-Spaanse linies zijn onder meer ook de Olieschans en Kruisdijkschans in West-Zeeuws-Vlaanderen. De dorpen Retranchement en Philippine en het huidige IJzendijke ontstonden uit een vesting. Omdat de versterkingen afwisselend door de Spaanse of de Staatse troepen werden aangebracht, afhankelijk van wie het gebied in handen had, worden deze linies nu de Staats-Spaanse Linies genoemd.

Restanten van de Staats-Spaanse linies in IJzendijke. (foto Ben Seelt, DNA-Beeldbank Laat Zeeland Zien)

Atlantikwall

Een verdedigingslinie van enkele honderden jaren later betrof de Atlantikwall. Deze werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers aangelegd langs de kust van de Atlantische Oceaan en de Noordzee. De linie besloeg een lengte van zo’n 6.200 kilometer. Ook Zeeland werd daarin opgenomen.

Vooral de monding van de Westerschelde werd zwaar verdedigd en Vlissingen was om die reden een belangrijke locatie. Voor de verdediging van de havenstad werden aan de zeezijde zware kustbatterijen en luchtdoelgeschut opgesteld. Voor de verdediging aan de landzijde was vanaf de duinen bij Valkenisse tot bij Fort Rammekens een tankgracht gegraven, waarachter kazematten voor mitrailleur- en antitankgeschut waren opgericht. Dit zogeheten Landfront is nu rijksmonument.

Bunker in Koudekerke. (foto Ben Biondina, DNA Beeldbank Laat Zeeland Zien)

In 1942 vestigden de Duitsers hun hoofdkwartier van de Atlantikwall op Walcheren en de Bevelanden op Toorenvliedt bij Middelburg. Toen in de loop van 1944 de dreiging van een geallieerde invasie groter werd, bouwden zij op het terrein zeven bunkers, waaronder een communicatiebunker, die tegenwoordig museaal is ingericht.

Behalve verschillende soorten bunkers en tankgrachten werden tal van andere hindernissen opgeworpen, zoals mijnenvelden en drakentanden (betonnen piramides). Op de stranden kwamen versperringen en prikkeldraad te staan, om te voorkomen dat geallieerde troepen er zouden landen. In 1944 werden daaraan op last van maarschalk Rommel schuin ingegraven palen toegevoegd die verbonden waren met staaldraad en mijnen: de ‘Rommel-asperges’.

De maand juni van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed staat in het teken van ‘Verdedigingslinies’.

Lees meer over het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed.

Het Gemeentearchief Goes en Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband besteden in het kader van dit thema aandacht aan de stellingen in 1940.