Koning Lodewijk Napoleon bezoekt Zeeland

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

In april en mei 1809 bezocht Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer, Zeeland. In bijna twee weken reisde hij de provincie door en stelde hij zich op de hoogte van de omstandigheden waarin de Zeeuwen leefden. Dat miste zijn uitwerking niet.

Eerste koning van Nederland

Lodewijk Napoleon was de eerste koning van Nederland. Tot die tijd was ons land een republiek geweest. Hij was de broer van de Franse keizer Napoleon en werd in 1806 door hem aangesteld als koning van Holland. Napoleon hoopte zo meer greep te krijgen op de Nederlandse gebiedsdelen. Het nieuwe Koninkrijk Holland besloeg grote delen van het huidige Nederland. Daaronder de Zeeuwse eilanden. Staats-Vlaanderen (het latere Zeeuws-Vlaanderen) was in 1796 al ingelijfd bij Frankrijk.

Portret van koning Lodewijk Napoleon. Detail schilderij door Charles Howard Hodges, 1809. (Collectie Rijksmuseum)Portret van koning Lodewijk Napoleon. Detail schilderij door Charles Howard Hodges, 1809. (Collectie Rijksmuseum)

Lodewijk stelde het belang van Nederland veel meer op de voorgrond dan zijn broer wenste. De keizer zette Lodewijk uit zijn functie nadat de Engelsen in 1809 Walcheren waren binnengevallen. Zeeland kwam begin 1810 rechtstreeks onder Frans bestuur.

Scheiding

In de vier jaar van zijn koningschap bereisde Lodewijk zijn hele koninkrijk. In het voorjaar van 1809 was Zeeland aan de beurt. Vanuit Brabant zette hij op 4 mei voet op Zeeuwse bodem. In Nieuw-Vossemeer bleek hij ontvankelijk voor de wens van de bevolking om bij Brabant te worden ingedeeld. Enkele dagen later tekende hij daartoe het besluit. Oud-Vossemeer bleef bij Zeeland.

Feestelijk onthaal

Vanuit Oud-Vossemeer reisde de koning per jacht naar Tholen. Aan de Veerdam stond een erewacht te paard klaar. Het hele stadje was versierd. Lodewijk bracht de nacht door in het huis Hoogstraat 13-15.

De volgende dag, vrijdag 5 mei, bezocht hij eerst de kerkgebouwen, het stadhuis en de meestoof in Tholen. Daarna reisde hij door naar Poortvliet, Scherpenisse en Stavenisse om van daaruit per boot over te steken naar Zierikzee. De klokken van de Sint Lievensmonsterkerk beierden, de stad was feestelijk verlicht en de Vierschaar was in gereedheid gebracht voor een groots diner. Vele vooraanstaande inwoners van Zierikzee maakten hun opwachting. Lodewijk logeerde bij kwartierdrost Samuel Boeije aan de Oude Haven (nu Havenpark 8).

Per koets

De volgende dagen verkende Lodewijk Schouwen-Duiveland. De koning maakte op zaterdag 6 mei een rijtoer langs Serooskerke, Westenschouwen, Haamstede, Renesse, Noordwelle, Kapelle en Brijdorpe. De zondag begon met het bijwonen van de mis in de katholieke kerk in Zierikzee. Daarna nam Lodewijk plaats in zijn koets voor een tocht langs Dreischor, Zonnemaire, Noordgouwe en Brouwershaven. Op maandag bezocht hij Ouwerkerk, Nieuwerkerk, Oosterland en Bruinisse.

Gedenkstuk opgedragen aan Lodewijk Napoleon en gemaakt door de Middelburgse tekenleraar Johannes Hubertus Reijgers. Papierknipwerk, 1806. (Collectie Rijksmuseum)Gedenkstuk opgedragen aan Lodewijk Napoleon en gemaakt door de Middelburgse tekenleraar Johannes Hubertus Reijgers. Papierknipwerk, 1806. (Collectie Rijksmuseum)

Zilveren sleutels

Op dinsdag 9 mei voer het koninklijk gezelschap vanuit Zierikzee naar Goes. Net zoals in de andere steden kreeg Lodewijk hier de zilveren stadssleutels aangeboden. Hij logeerde in het burgemeestershuis ‘De Korenbeurs’ aan de Grote Markt 17. Woensdag 10 mei maakte hij een tocht naar de schorren die de naar hem vernoemde Lodewijkpolder zouden gaan vormen (vanaf 1815 Wilhelminapolder). In het nachtelijk donker reisde Lodewijk per schip naar Middelburg. De stad was ter ere van zijn komst feestelijk verlicht.

Ooggezwel

Lodewijk bleef 6 dagen op Walcheren. Hij logeerde in een aparte vleugel in de Abdij. Op vrijdag bezocht hij eerst een aantal bestuursgebouwen in Middelburg. Daarna reisde hij naar fort Rammekens, Ritthem, West-Souburg, Koudekerke, Biggekerke, Zoutelande en Westkapelle. En op zaterdag 13 mei ging hij naar Veere, Vrouwenpolder, fort Den Haak, Oostkapelle, Domburg, Aagtekerke, Serooskerke en Brigdamme. In Serooskerke trof hij een jongeman met een ooggezwel. Lodewijk zette zich in voor diens genezing. Die avond was de koning hoofdgast op een groot feest in de Abdij. Op zondag 14 mei voerde hij in Middelburg gesprekken met verscheidene delegaties. De dag daarna bezocht hij een aantal openbare gebouwen en fabrieken in de hoofdstad.

Afscheid

Op dinsdag 16 mei ging de koning eerst naar Vlissingen. Over deze stad had hij weinig te zeggen, omdat Vlissingen sinds 1807 onder direct Frans bestuur stond. Laat in de avond reisde hij door naar Goes, waar hij overnachtte. Op woensdag 17 mei vervolgde hij de reis via Kloetinge en Kapelle door oostelijk Zuid-Beveland, onder meer langs fort Bath, naar Bergen op Zoom.

Giften en maatregelen

De koning schonk tijdens zijn reis aanzienlijke giften, bijvoorbeeld aan het weeshuis in Goes en voor de renovatie van de kerkgebouwen in Tholen. Ook vaardigde hij tal van maatregelen uit. Bijvoorbeeld voor de aanleg van nieuwe havenwerken in Tholen en Goes, ter verbetering van de economische situatie van Middelburg en ter stimulering van het geven van borstvoeding door moeders op Zuid-Beveland. Speciale belangstelling had hij voor oudheden en kunst, in het bijzonder voor de Nehalennia-altaren in Domburg. De ambachtsvrouw schonk ze later aan het nieuwe Koninklijk Museum.

Literatuur
Hans van den Eeden, Leve de koning! Lodewijk Napoleon op reis door Brabant en Zeeland, Heusden 2009.