Collecteren voor de verminkte militairen van Waterloo

verhaal Huib Uil

De veldslag bij Waterloo, waarbij keizer Napoleon en zijn leger werden verslagen, maakte een verpletterende indruk. De gecombineerd Engelse, Pruisische en Nederlandse troepen hadden een grote overwinning behaald. De Nederlandse held was kroonprins Willem, die door zijn moedige houding in de strijd bij Quatre-Bras een belangrijk aandeel had in de overwinning.

De Slag bij Waterloo, schilderij door Jan Willem Pieneman, 1824. Op de voorgrond links ligt de gewonde prins Willem op een draagbaar. In het midden te paard de hertog van Wellington, bevelhebber van de Brits-Nederlandse troepen. (Collectie Rijksmuseum)De Slag bij Waterloo, schilderij door Jan Willem Pieneman, 1824. Op de voorgrond links ligt de gewonde prins Willem op een draagbaar. In het midden te paard de hertog van Wellington, bevelhebber van de Brits-Nederlandse troepen. (Collectie Rijksmuseum)

Groot was het aantal doden en dat gold ook voor de gewonden. De slag trok diepe sporen door tal van families. Het was duidelijk dat er veel moest gebeuren om het leed te verzachten. Op de allereerste plaats ging de aandacht uit naar het opvangen van de slachtoffers, maar ook moest Nederland paraat staan als er een nieuwe dreiging zou komen.

Collectes

In heel Nederland werd geld gecollecteerd om de verminkte militairen te verplegen en hun weduwen en wezen te ondersteunen. Ook op Schouwen-Duiveland was het meeleven groot. De stadsraad van Zierikzee stelde een commissie in om het ingezamelde geld onder zijn hoede te nemen. Als belangrijkste stad in de omgeving werd deze commissie ook belast met het overnemen van het geld dat in de overige plaatsen op Schouwen-Duiveland en op het eiland Tholen was bijeengebracht.

Dat was heel veel. Zierikzee was koploper met ruim 3813 gulden, gevolgd door de stad Tholen met 491 gulden. De derde plaats was voor Bruinisse met 483 gulden, gevolgd door Noordgouwe (246 gulden) en Brouwershaven (206 gulden). Tot in de kleinste plaatsen toe, was er gegeven. De collecte in Westenschouwen bracht ruim vijf gulden op. Hekkensluiter was het kleine Westkerke bij Scherpenisse waar ruim twee gulden was ingezameld. In totaal bedroeg de opbrengst bijna 7200 gulden.

Fonds 1815

De Zierikzeese commissie bestond uit rechter mr. Marinus Bonifacius de Jonge (voorzitter), Jan Nelemans, Johannes Fitzner, Jacobus Dekker, Martinus Bruijnvisch Maatjes en Stoffel van der Weyde Cz. (secretaris). Koning Willem I begreep dat het zaak was dit enthousiasme in stand te houden. Hij riep het Fonds ter Aanmoediging en Ondersteuning van de Gewapende Dienst in Nederland in het leven. De commissie in Zierikzee werd omgevormd tot een districtscommissie waarbij Noord-Zeeland werd aangewezen als het werkterrein. De naam van het fonds was lang en daarom werd in de wandeling gesproken over het Fonds 1815.

Slachtoffer in Zierikzee

De belangrijkste taak van het fonds werd de jaarlijkse collecte, die in alle plaatsen door tussenkomst van de gemeentebesturen op 18 juni, de dag van de slag bij Waterloo, werd gehouden. Tegelijk met het verzoek ging er een aantal exemplaren van het jaarverslag mee zodat nagelezen kon worden wat er met het geld was gedaan. Ook werd bemiddeld bij het toekennen van uitkeringen. Tot de slachtoffers van de oorlog behoorde onder meer Johannes Houtman, geboren in Zierikzee in 1785. Hij was opgegroeid in het Weeshuis te Zierikzee en ging in 1805 varen onder commando van de toen in Zierikzee gestationeerde kapitein A.W. de Man. Vier jaar later nam Houtman ontslag om in 1810 dienst te nemen op de Franse kaper Sans Souci. Tijdens een treffen met de Engelsen op 14 oktober van dat jaar werd hij gewond aan zijn rechterhand waarbij hij alle vingers verloor. Hij werd gevangen gezet in Yarmouth. Na twee├źnhalf jaar werd hij vrijgelaten. Via Amsterdam keerde hij in Zierikzee terug. Hoewel hij formeel niet in de termen viel, deed de districtscommissie een goed woordje voor hem. Onderstand kreeg Johannes Houtman niet maar dankzij deze poging weten we meer over zijn lotgevallen. Het archief van de districtscommissie, dat loopt over de periode 1815-1969 en dat berust in het Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, doet er verslag van. Het Fonds 1815 bestaat nog steeds met een aangepaste doelstelling.

Het archief van de districtscommissie Noord-Zeeland van het Fonds 1815 wordt bewaard in het Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.Het archief van de districtscommissie Noord-Zeeland van het Fonds 1815 wordt bewaard in het Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.

Dit verhaal verscheen eerder als column in WereldRegio, 6 november 2015.