De provincie Zeeland in 1814

De provincie Zeeland kreeg in 1814 zijn huidige vorm. De geschiedenis van het gebied is natuurlijk al veel ouder. Maar in het koninkrijk der Nederlanden, dat tot stand kwam nadat Napoleon zich in 1813 uit de Nederlanden had terugtrokken, kreeg Zeeland zijn huidige gedaante. Het grondgebied van de provincie werd uitgebreid met wat nu Zeeuws-Vlaanderen heet.

Bord met de kaart van Zeeland als decor. Anoniem, 1822. (Collectie Rijksmuseum)Bord met de kaart van Zeeland als decor. Anoniem, 1822. (Collectie Rijksmuseum)

Bevrijding van de Fransen

Nadat de Franse keizer Napoleon bij Leipzig was verslagen, trokken zijn troepen zich eind 1813 uit Nederland terug. De zoon van de voormalige stadhouder Willem V, Willem Frederik, keerde terug naar Nederland. Hij was in 1795 met zijn vader naar Londen gevlucht. Op het strand van Scheveningen zette hij op 30 november 1813 voet op Nederlandse bodem. Geallieerde troepen veroverden daarna ook Zeeland. Zierikzee, Tholen en Goes gingen tussen 7 en 13 december over in Nederlandse handen. Op 15 december werd het departement van de Monden van de Schelde, waarvan Zeeland deel uitmaakte, officieel herenigd met de Nederlanden. Franse troepen hielden Walcheren en Staats-Vlaanderen toen nog bezet. De Franse prefect Pierre Joseph baron Pycke voelde de nederlaag aankomen en vertrok naar Parijs. Zijn plaatsvervanger regelde nog de ontruiming van de bezette gebieden. Toen Walcheren Nederlands gebied was geworden, vertrok ook hij. Als laatste werd op 7 mei 1814 het Land van Cadzand bevrijd.

De uit Londen teruggekeerde Willem Frederik werd koning van Nederland. Hij was niet de eerste koning van ons land. Tussen 1806 en 1810 was dat Lodewijk Napoleon geweest, de broer van de Franse keizer. Hij regeerde over het Koninkrijk Holland, zoals Nederland toen werd genoemd. Nadat Lodewijk in 1810 het veld had moeten ruimen, had Napoleon het koninkrijk ingelijfd bij zijn eigen keizerrijk.

Schilderij van koning Willem I door Joseph Paelinck, 1819. Collectie Rijksmuseum.Schilderij van koning Willem I door Joseph Paelinck, 1819. Collectie Rijksmuseum.

De nieuwe vorst Willem kreeg soevereine macht. Dat wil zeggen dat hij alle belangrijke beslissingen zelf kon nemen. Op 16 mei 1814 benoemde hij de vroegere burgemeester van Middelburg, Jacob Hendrik Schorer, tot gouverneur van Zeeland. In de praktijk maakte Schorer toen in z’n eentje het bestuur van Zeeland uit.

Zeeuws-Vlaanderen

Het gebied ten zuiden van de Westerschelde heette tijdens de Republiek Staats-Vlaanderen. Slechts een klein deel ervan behoorde toen tot het gewest Zeeland. Het grootste deel viel rechtstreeks onder de Staten-Generaal in Den Haag. De vraag was wat er met dit gebied moest gebeuren nu het koninkrijk tot stand was gekomen. Een paar maanden hoorde Staats-Vlaanderen bij de provincie Brabant. Maar de politieke top in Zeeland wist de koning ervan te overtuigen dat het gebied beter bij Zeeland kon komen, omdat daarmee al eeuwenlang bestuurlijke banden bestonden. Zo gebeurde het. Bij wet van 20 juli 1814 werd het voormalige Staats-Vlaanderen bij de provincie Zeeland gevoegd. Vanaf dat moment ging men spreken van Zeeuws-Vlaanderen.

Interieur van de Statenzaal in het Abdijcomplex te Middelburg, omstreeks 1920. Zeeuws Archief, HTAM.Interieur van de Statenzaal in het Abdijcomplex te Middelburg, omstreeks 1920. Zeeuws Archief, HTAM.

Provinciale Staten

In de begintijd van het koninkrijk waren vooral de koning en zijn vertegenwoordigers, de gouverneurs van de provincies en de burgemeesters heel machtig. Later zou er meer macht naar het parlement, Provinciale Staten en de gemeenteraden gaan. Net als de andere provincies kreeg Zeeland in 1814 een nieuw provinciaal bestuurscollege. In Provinciale Staten zaten vertegenwoordigers van de ridderschap (adel), de steden en het platteland. De stadsbesturen kozen de afgevaardigden namens de steden. Stemgerechtigden op het platteland die voldoende belasting betaalden (vaak waren dat grondbezitters) mochten de leden van een kiezerscollege kiezen. Dat koos dan weer de vertegenwoordiging namens het platteland in de Staten.

In deze jaren werd het fundament gelegd voor de staatsinrichting van Nederland zoals we die nu kennen. Die bouwde voort op de democratische idee├źn uit de Bataafse Republiek en behield veel bestuurlijke hervormingen uit de Franse tijd. In de twee eeuwen daarna zou ze nog een aantal malen ingrijpend worden veranderd.

Literatuur
Jeanine Dekker, Politieke verhoudingen, in: Paul Brusse en Jeanine Dekker (red.), Geschiedenis van Zeeland, deel 3: 1700-1850, Zwolle/Utrecht 2013, 169-219.