Abdij van Middelburg

De Abdij van Middelburg is sinds de middeleeuwen het machtscentrum van Zeeland. Eerst als het klooster van de norbertijnen, later als zetel van het provinciaal bestuur. In de 19de eeuw huisvestten de Abdijgebouwen ook een aantal culturele instellingen van de Middelburgse burgerij. Zoals een concertzaal en zelfs een gymnastieklokaal. Ook om zijn historische waarde werd het complex steeds meer gewaardeerd. In mei 1940 werd de Abdij bijna helemaal verwoest. Maar al snel begon men met de wederopbouw. Het bestuur en de ambtenaren van de Provincie zetelen er nog steeds. Ook voor de Zeeuwse cultuur heeft de Abdij zijn betekenis behouden.

Middeleeuws klooster

In de 11de eeuw kwam binnen de katholieke kerk de zogeheten gregoriaanse hervormingsbeweging op gang. Aanhangers daarvan vonden dat geestelijken zo eenvoudig mogelijk moesten leven. Ze moesten vasten, handenarbeid verrichten en zo weinig mogelijk praten. In 1123 stichtte een voorman van deze beweging een klooster op Walcheren. Dat ging binnen enkele jaren over naar de orde van de norbertijnen. Het gebouw bevond zich binnen de oude ringwalburg van Middelburg. De Middelburgse abdij was toen het enige klooster in Zeeland en een van de drie in het graafschap Holland en Zeeland. In de loop van de 13de eeuw stichtten religieuze orden elders in Zeeland nieuwe kloosters.

De Abdij in Middelburg. (Beeldbank SCEZ)De Abdij in Middelburg. (Beeldbank SCEZ)

De middeleeuwse abdij is nu nog herkenbaar aan de zuidzijde van het Abdijplein: in de kerken, de abdijtoren (Lange Jan), de Kloostergang en het gedeelte links naast de doorgang naar de Kloostergang (Witte Toren), waar de abtswoning was.

De Middelburgse abdij groeide in enkele eeuwen uit tot het centrum van de macht in Zeeland. De abdij stichtte in Zeeland Bewesten Schelde (dat is Zeeland ten noorden van de Westerschelde) tientallen dochterkerken. De norbertijnen werden de grootste grondbezitter in de regio en hadden ook tiendrechten en ambachtsheerlijke rechten. De abt – het hoofd van de abdij – werd een machtig man. De laatste abt werd zelfs bisschop van het nieuwe bisdom Zeeland. Hij had ook functies in het wereldlijk bestuur. Hij was lid van het waterschapsbestuur van Walcheren en voorzitter van de Staten van Zeeland, de vergadering van edelen en steden die het gewest bestuurden. Als de Staten in Middelburg bijeenkwamen, deden ze dat in de abdij. De abdij was ook de plek waar de graaf verbleef als hij in Middelburg was en waar de Hoge Vierschaar werd gespannen. Daar werden dus de zware misdrijven in het graafschap Zeeland berecht.

Kloostergang, circa 1935. (Zeeuws Archief, HTAM, foto De Maasbode)Kloostergang, circa 1935. (Zeeuws Archief, HTAM, foto De Maasbode)

Zetel van het provinciebestuur

Toen Middelburg zich na een beleg van bijna twee jaar in 1574 overgaf aan de Prins van Oranje kwam er een einde aan het kloosterleven. De zestien norbertijner monniken die het beleg hadden overleefd, mochten de stad verlaten en vertrokken naar Antwerpen. De abdijkerken (de huidige Koorkerk en Nieuwe Kerk) werden in gebruik genomen voor de protestantse eredienst. In de andere gebouwen namen nog vóór 1600 de gewestelijke bestuurscolleges hun intrek. Zo bleef de Abdij het bestuurlijk hart van Zeeland. Voor de leden van de Staten die uit de andere Zeeuwse steden kwamen om in Middelburg te vergaderen, werden woningen ingericht. En als de Prins van Oranje in Zeeland was, verbleef hij met zijn gevolg in het Prinsenlogement. In de voormalige kloostergang werd de Munt van Zeeland geslagen en in de voormalige eetzaal van de kloosterlingen kwam een kanonnengieterij.

Vergaderingen en concerten

Toen Nederland in 1814 een koninkrijk werd, bleef het provinciaal bestuur van Zeeland in de Abdij. Nieuwe instellingen, waaronder het provinciaal gerechtshof, namen de vertrekken in van de opgeheven bestuurscolleges. Later kwamen er ook een concertzaal, school, venduhuis en zelfs een gymnastiekzaal. Allemaal instellingen ten dienste van de Middelburgse burgerij.

Abdij met Lange Jan en Nieuwe Kerk. (Beeldbank SCEZ)Abdij met Lange Jan en Nieuwe Kerk. (Beeldbank SCEZ)

Het besef van de historische waarde van de Abdij groeide. In het laatste kwart van de 19de eeuw werden de gebouwen grondig gerestaureerd en geschikt gemaakt voor het groeiende ambtenarenapparaat. De concertzaal maakte plaats voor een nieuwe Statenzaal. Drie zijden van de oude kloostergang werden zelfs gesloopt, zodat de koets van de commissaris des konings in het vervolg beter kon draaien. Het provinciale, later rijksarchief en de provinciale bibliotheek zouden zich in de Abdij vestigen.

Abdijplein omstreeks 1946. Stapels stenen liggen klaar voor de wederopbouw. (Zeeuws Archief, HTAM, foto Cornelis Henning)Abdijplein omstreeks 1946. Stapels stenen liggen klaar voor de wederopbouw. (Zeeuws Archief, HTAM, foto Cornelis Henning)

Verwoesting en restauratie

Op 17 mei 1940 ging door beschietingen en bommen het centrum van Middelburg in vlammen op. De Abdij veranderde in een steengroeve. Maar vrijwel onmiddellijk werd met de herbouw begonnen. In 1960 kon het provinciale bestuursapparaat de gerestaureerde gebouwen in gebruik nemen. Het Provinciehuis was zelfs helemaal nieuw gebouwd, in een historische stijl. Het Zeeuws Museum werd in de jaren zeventig in de Abdij ondergebracht. In de jaren tachtig werd de Statenzaal verbouwd en het Abdijplein opnieuw ingericht. Het plein wordt veel gebruikt voor grote culturele evenementen, zoals het Zeeland Nazomerfestival en de jaarlijkse folkloristische dag.

Literatuur
Jeanine Dekker e.a. (red.), De Abdij van Middelburg, Utrecht 2006.