Wind vormt karakters

Zeeuwse Tourwinnaar op komst?
verhaal Arnold Parre

Iemand die een windvaantje wordt genoemd waait met alle winden mee. Dit doet hij om te overleven. In het wielrennen kennen we ook de eeuwige wieltjeszuigers, die als geen ander in het wiel van hun voorganger fietsen. Op kop willen rijden, ho maar! Dat verstoppertje spelen lukt soms aardig. Maar in een winderig Zeeland kun je je nooit verstoppen. Zeker als fietser niet. Waar zeilers en surfers een veilig heenkomen hebben gezocht moet de fietser door. Als je in een waaier rijdt dan moet je het met het aflossingsspel meedoen. Anders is het over en uit. En het kan waaien aan de Zeeuwse kust…

Zeer zware windstoten

In de kuststrook vanaf zee tot 10 kilometer landinwaarts waait gemiddeld genomen de meeste wind van ons land. Zware en zeer zware windstoten komen daar dus het vaakst voor. Ook in de Zeeuwse polders kan het stormen en flink spoken. In de Belgische wedstrijd De driedaagse van De Panne was het verleden jaar ook raak. Een windstoot zorgde ervoor dat een coureur als een espenblad de lucht inging. Een windstoot kwam onder de lichte carbonfiets. Berijder en fiets waren een prooi voor de wind. Een televisiecamera registreerde dit moment feilloos.

Het publiek vindt dit mooi. Dat afzien, diep gaan, verklaart ook de populariteit van het cyclo-crossen waar geploegd en gelopen wordt door de modder. Balken liggen in het parcours waarover gesprongen moet worden. De een blijft in het zadel, de ander neemt de fiets op de rug. Veldrijden is voor de neutrale kijker een opwindend spektakel.

Staat hier de fiets bij van een aankomend talent? (foto Arnold Parre)Staat hier de fiets bij van een aankomend talent? (foto Arnold Parre)

Op de fiets naar school

Vroeg beginnen is het motto om ergens sterk in te worden. Als je op het platteland woonde en woont moest je een eind fietsen naar de middelbare school in een van de Zeeuwse provinciestadjes. Hordes fietsers met achterop een schooltas onder de snelbinders is en blijft een bekend verschijnsel. En dan twee keer per dag de wind tegen hebben is vaste prik. Wat de heuvels zijn voor Limburg, is de wind voor Zeeland. Elke dag trotseren de scholieren de elementen. Dat vormt het karakter.

Vroeger geen buienradar en dure hartslagmeters. Alleen een regenpak of een vuilniszak waar twee mouwgaten in zijn geknipt. Het zorgt voor turbo dijen, doorzettingsvermogen, uithoudingsvermogen, een goede conditie. Soms groepen de fietsers naast elkaar. Dan weer rijden ze in tempo. Dan is de wind weer zo sterk dat het lijkt of er een sur place wordt gemaakt.

Van die pelotonrijders maakten De Roo uit Schore, Raas uit ‘s-Heerenhoek, Priem uit Ovezande en Bal uit Kwadendamme eens deel uit. In de tijd van Jo de Roo – begin jaren vijftig – reed de jeugd op gemoffelde fietsen met houten blokken op de pedalen. Die konden van de trappers afgehaald worden zodat de fiets met je mee kon groeien.

De zwarte van Schore

Het traject Schore-Goes v.v. legde voor Jo de Roo de basis voor een toekomst in de wielersport. Met zijn uithoudingsvermogen kwam de zwarte van Schore in 1962 voor de tweede keer aan de start in Bordeaux-Parijs. Het jaar daarvoor, toen Wim van Est won, was hij zesde geworden. Bij zijn debuut kwam hij er achter dat deze marathon, deze monsterachtige klassieker, hem wel lag. Zeshonderd kilometer door het Franse land. En dan nog wat plichtplegingen na afloop.

Tegen de wind fietsen behoort tot Jo's DNA. (foto Arnold Parre)Tegen de wind fietsen behoort tot Jo’s DNA. (foto Arnold Parre)

Afzien in een eendaagse wedstrijd, dat kon Jo als geen ander. Tegen een muur van wind fietsen hoorde bij zijn Zeeuws DNA. Zaterdag 17 april 1965 werd de Ronde van Vlaanderen gereden in barre omstandigheden. 126 deelnemers vertrokken in zeer slecht, winderig weer met veel regen. Jo de Roo bleek deze elementen het best te trotseren. Hij liet in de finale de Vlamingen Ward Sels en Georges van Coningsloo als verzopen katten achter zich.

De Roo: “Voor mij was de Tour niet zo’n belevenis, want ook het randgebeuren eist de aandacht op. De drie Tours die ik uitgereden heb, gingen toch moeizaam. Ik had ook een hekel aan verplaatsingen.” Ondanks zijn voorkeur voor eendagswedstrijden en de klassiekers won Jo nog drie etappes in de Tour. Die resultaten zijn terug te vinden in het nog te verschijnen boek over hem, geschreven door René van den Berge. In het boek komt ook de tegenwind in Jo’s privéleven aan de orde. De anders zo gesloten De Roo is erg openhartig.

De wielerheld Jo de Roo fietste in een tijdperk waarin het woord ontbering nog echte betekenis had. “Eerst moest je door de pijngrens om als renner boven het maaiveld uit te komen.” Niet voor niets was zijn grote voorbeeld Briek Schotte, die in 1942 en 1948 de Ronde van Vlaanderen won. Op 4 april 2004 kwam Briek te overlijden op de dag dat de Ronde van Vlaanderen voor de 88ste keer gereden werd.

Terug naar Jo, op wie de tijd nog geen vat heeft. Zelfs nu hij de kaap van zeventig ruim is gepasseerd, zit hij nog veel op de fiets om de wind te trotseren. Hij kent als geen ander het peloton schoolgangers op de fiets. Met een spiedend oog is hij altijd op zoek naar een scholier die aanleg heeft voor de wielersport.

Zeeuwse Tourheld

Het verschijnsel van de hordes fietsende scholieren op het platteland is al die jaren onveranderd gebleven. Het lijkt nog slechts een kwestie van tijd voordat er een nieuwe Zeeuwse Tourheld opstaat.

Hordes mensen zullen uitlopen om de nieuwe Zeeuwse Tourwinnaar te ontvangen. (foto Arnold Parre)Hordes mensen zullen uitlopen om de nieuwe Zeeuwse Tourwinnaar te ontvangen. (foto Arnold Parre)

Het zou Zeeland als fietsprovincie nog meer glans geven. Het is te hopen dat het wielrennen weer een pittige, eerlijke sportieve duursport wordt, waar de sterksten boven komen drijven. De Zeeuwse tegen-de-wind-fietsers maken dan veel kans. Op één voorwaarde: het moet dan afgelopen zijn met het dopingslagveld, dat uiteindelijk alleen maar verliezers oplevert.