Sint-Philipsland: polders en schiereiland

Vanaf de late 18de eeuw groeide het eiland Sint-Philipsland door de aanleg van nieuwe polders. Sinds 1884 vormde de Slaakdam een verbinding met het vasteland van Brabant. Sint Philipsland werd een schiereiland met de aanleg van de Prins Hendrikpolder in 1906. Dammen sloten in de 20ste eeuw het schiereiland verder aan bij de omgeving. In de 20ste eeuw waren het de Duitse bezetter en de watersnoodramp die Sint Philipsland bedreigden en overvielen. Deltawerken en Schelde-Rijnkanaal zorgden vervolgens voor grote wijzigingen in het landschap. Ook de middelen van bestaan veranderden: van de teelt van meekrap naar zilverui, van scheepvaart en visserij naar toerisme. Lange tijd kende Nederland het eiland vooral van verkeersberichten op de radio over de veerdienst Anna Jacobapolder-Zijpe. Nu zijn het vooral de indrukwekkende natuurgebieden.

Sint-Philipsland, luchtfoto 2013. (Beeldbank Rijkswaterstaat, foto Joop van den Houdt)Sint-Philipsland, luchtfoto 2013. (Beeldbank Rijkswaterstaat, foto Joop van den Houdt)

Overstromingen

In 1487 werden op initiatief van Anna van Bourgondië dijken aangelegd in een schorrengebied tussen Brabant en Duiveland. Dit ‘Sinte Philipslandt’ moest in 1532 al worden opgegeven. Vanaf 1645 werden de schorren opnieuw bedijkt. Sint-Philipsland werd herboren. Het nieuwe eiland ontkwam niet aan de natuurrampen die in de regio zoveel schade en slachtoffers veroorzaakten. Door storm en stormvloed braken eind 17de eeuw enkele malen de dijken en overstroomden de polders. Zo verdween Sint Philipsland na de stormvloed van 26 januari 1682 grotendeels onder water. Men wist de dijken echter te herstellen en de polders weer droog te krijgen. Op 3 maart 1715 veroorzaakte een stormvloed opnieuw overstromingen, dit keer echter zonder grote schade.

Nieuwe polders

Vanaf de late 18de eeuw groeide het eiland door de aanleg van nieuwe polders. De eerste daarvan ontstond in 1776. Ten oosten van de bestaande Oude Polder werd de Henriëttepolder aangelegd. De naam verwijst naar de initiatiefneemster van deze bedijking, Henriëtta Margaretha van Hoorn-de Mauregnault. In 1847 kreeg Willem Frederik del Campo toestemming voor de aanleg van een nieuwe uitbreiding ten noordwesten van de Oude Polder. De Anna Jacobapolder, genoemd naar de vrouw van Del Campo, Anna Jacoba van Sonsbeek, werd nog datzelfde jaar aangelegd.

Verdere uitbreiding en dam

Op initiatief van Del Campo kwam in 1859 ook een kleine polder tot stand. Deze Willemspolder, genoemd naar de initiatiefnemer, ligt ten westen van de Anna Jacobapolder. In 1859 begon eveneens de aanleg van een dam door het Slaak aan de oostzijde van het eiland. Reeds in 1850 vroeg Adrianus van Haaften, later burgemeester van Sint-Philipsland, hiervoor toestemming. Hoewel hij deze toestemming in 1853 kreeg, werd pas in 1858 begonnen met de aanleg. Al snel na de opening van de dam voor verkeer bleek dat deze te laag was en gemakkelijk door golfslag werd aangetast. In 1884 viel het besluit deze dam te vervangen door een nieuwe dam op een meer zuidelijk gelegen plaats.

Kaart van de gemeente Sint-Philipsland, 1866. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)Kaart van de gemeente Sint-Philipsland, 1866. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)

Eiland af

De Slaakdam verbindt het eiland Sint-Philipsland met Noord-Brabant. In 1906 startte de bedijking van het schorrengebied ten noorden van deze dam. De polder die zo ontstond, heet Prins Hendrikpolder, naar de echtgenoot van koningin Wilhelmina. Reeds in 1911 brak een dijk door aan de noordzijde. Een stuk landinwaarts werd vervolgens een nieuwe dijk aangelegd om zodoende het gat te dichten. Het wederom aan het water prijsgegeven stuk land draagt de naam Slikken van de Heen. Met de Prins Hendrikpolder is Sint-Philipsland vastgegroeid aan Noord-Brabant. Het betekende het einde van Sint-Philipsland als eiland. Vanaf dat moment was het een schiereiland.

Sint-Philipsland met de namen van polders op een kaart uit de periode 1887-1890.Sint-Philipsland met de namen van polders op een kaart uit de periode 1887-1890.

Laatste polder

In 1935 kwam een dijk tot stand die de zuidpunt van de Anna Jacobapolder met de westelijke punt van de Oude polder verbindt. Het werk onder leiding van de Nederlandse Heidemij vond plaats als werkverschaffingsproject. Het gebied dat nu als nieuw land werd gewonnen, had voorheen de naam Zuiderschor. De nieuwe polder kreeg na sluiting van de dijk op 25 juni 1935 de naam van de toenmalige dijkgraaf van het waterschap Rumoirt. Deze Abraham Wissepolder was de laatste uitbreiding van Sint-Philipsland.

Sint-Philipsland, op blad 'Willemstad 3' van een stafkaart uit 1911.Sint-Philipsland, op blad ‘Willemstad 3’ van een stafkaart uit 1911.

Tweede Wereldoorlog

In 1944 zetten Duitse bezetters een deel van het eiland onder water. Zij deden dit om de opmars van het geallieerde leger vanuit het oosten te stuiten. Aan de westelijke zijde van het schiereiland hadden de Duitsers op de plaats van het kleine dorp De Sluis namelijk zware verdedigingswerken gebouwd. Het dorpje met haven vanwaar ook het veer op Schouwen-Duiveland voer, moest daarvoor vrijwel volledig wijken.

1953

Bij de watersnoodramp van februari 1953 overstroomde bijna geheel Sint-Philipsland. De zeedijken van zowel de Oude polder bij het dorp Sint-Philipsland als van de Willempolder braken op enkele plaatsen. Vervolgens stroomde het water over binnendijken de andere polders in. Alleen de Prins Hendrikpolder bleef voor overstroming gespaard. Als gevolg van deze watersnoodramp verdronken 9 mensen. Op 26 maart 1953, na dichting van de dijken, waren alle polders weer droog. Vrijwel aansluitend werd begonnen met de uitvoering van de Deltawerken. De verhoging van dijken en (gedeeltelijke) afsluiting van zeearmen hadden ook voor Sint-Philipsland ingrijpende gevolgen.

Sint-Philipsland (dorp) vanuit de lucht, 2 februari 1953. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Sint-Philipsland (dorp) vanuit de lucht, 2 februari 1953. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Kanaal

In 1967 startte het graven van het Schelde-Rijnkanaal. Het kanaal van 32 kilometer lengte loopt van de haven van Antwerpen naar het Volkerak ten noordoosten van Sint Philipsland. Voor de aanleg van dit kanaal werden de Slaakdam en de Prins Hendrikpolder doorgraven. Dit gebeurde precies op de grens met de provincie Noord-Brabant. De getijdeloze vaarroute die Antwerpen met Rotterdam en de Nederlandse grote rivieren verbindt, werd in 1976 opengesteld. Een brug over het kanaal (de ‘Fliplandse brug’) vormt sinds 1973 de verbinding tussen Sint-Philipsland en Noord-Brabant. In verband met de constructie van het Schelde-Rijnkanaal werd ook een dam aangelegd. Deze Krabbenkreekdam ligt aan de zuidoostelijke zijde van Sint-Philipsland. Sinds 1973 vormt deze dam een rechtstreekse schakel met Tholen.

Schelde-Rijnkanaal en brug in aanbouw bij Sint-Philipsland, 1973.Schelde-Rijnkanaal en brug in aanbouw bij Sint-Philipsland, 1973.

Philipsdam

De aanleg van de stormvloedkering en afsluiting van de Oosterschelde hadden een ingrijpende invloed op de waterhuishouding in het achterland. Ook in met name het oostelijk deel van de Oosterschelde moest daarom een aantal dammen en sluizen worden ontworpen. Dit zijn de zogenaamde Compartimenteringswerken. De Philipsdam is een van deze werken en werd aangelegd in de periode 1976-1988. Met de aanleg van deze dam kon ook het waterpeil in het Schelde-Rijnkanaal op een vast peil werden gehouden. De Philipsdam loopt van de Slaakdam naar het noorden waar hij aansluit op de Grevelingendam.

Veer Anna Jacobapolder – Zijpe

Via de Philipsdam is Sint Philipsland sinds 1987 naar het noorden verbonden met Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland. Het scheepvaartverkeer tussen Hollands Diep en Oosterschelde kan de Philipsdam passeren via de Krammersluizen. Daar zorgt een scheidingssysteem voor het uit elkaar houden van zoet- en zoutwater.

Wapen van Sint-Philipsland, circa 1800.Wapen van Sint-Philipsland, circa 1800.

Tholen

Tot 1 januari 1995 was Sint-Philipsland een zelfstandige gemeente. De vlag van deze gemeente verwijst naar de band uit het verleden met de familie Van Bourgondië. Het motief van de zeven diagonale banen van groen en geel op deze vlag (groen en goud op het gemeentewapen) is gebaseerd op het wapen van de Bourgondiërs.
Sinds 1995 maakt Sint-Philipsland deel uit van de gemeente Tholen. Inwoners van Sint-Philipsland blijven echter afkomstig uit Flupland of Flipland zoals Sint-Philipsland in de volksmond ook wel wordt genoemd.
Het zijn echt geen Tholenaren.

Literatuur
H. Uil, m.m.v. J.A. Klompe, Sint Philipsland: eiland in de Zeeuwse delta 1487-1987, Sint Philipsland 1987.
M.H. Wilderom, Tussen afsluitdammen en deltadijken, deel 2: Noord-Zeeland (Schouwen-Duiveland, Tholen en St.-Philipsland), Vlissingen 1964.
J.B.P. Zuurdeeg, Tholen en Sint-Philipsland in vogelvlucht, Tholen 2006.