Op de hak genomen in de Steentijd

door Hans Jongepier

In 1994 vond een particulier een merkwaardig voorwerp op het strand bij Westenschouwen. Het ging om het onderste deel van het gewei van een edelhert, met daarin een doorboring. Nadat het beest was gejaagd werd het gewei blijkbaar van de schedel gehakt. De kapsporen waren op de overgang van schedel naar rozenkrans nog duidelijk waarneembaar. Ook de eerste zijtak was afgehakt, waarna op die plek een gat was geboord. Door het ronde gat bevestigde men een houten steel, zodat het voorwerp als bijl of hak kon dienen. Het object, waarvan de punt is afgebroken, heeft een lengte van ruim 12 centimeter. De randen bij de punt zijn gepolijst.

Geweibijl van het strand van Westenschouwen. (Beeldbank SCEZ)Geweibijl van het strand van Westenschouwen. (Beeldbank Erfgoed Zeeland)

Van dergelijke geweibijlen zijn er in de provincie Zeeland maar een handvol bekend. Een exemplaar is gevonden op het strand bij Domburg; een andere bijl is opgevist bij Zoutelande en twee zijn er afkomstig uit de monding van de Oosterschelde. Deze bijlen waren eveneens gemaakt uit edelhertgewei. Hoogstwaarschijnlijk zijn ze afkomstig van oude strandwallen, die vanaf 3500 voor Christus werden gevormd in de omgeving van de huidige kustlijn van Zeeland, in een tijd dat de zeespiegelstijging geleidelijk afnam en er een zandoverschot was ontstaan. Kort erna vond duinvorming plaats en kon de mens zich hier vestigen. De strandwallengordel liep in de late prehistorie vanaf Noord- en Zuid-Holland via Zeeland tot aan de Belgische kust.

De geweibijlen dateren meestal uit de nieuwe Steentijd, rond 2500 voor Christus. De prehistorische mens had toen geleidelijk de overstap gemaakt van jagen en verzamelen naar een agrarische leefwijze. Men hoefde niet meer door het landschap te trekken om voedselbronnen op te zoeken, maar men koos een geschikte vaste locatie uit om akkerbouw en veeteelt te bedrijven. Gezien de polijstsporen is de bijl van Westenschouwen mogelijk een landbouwhak geweest om de grond te bewerken.