Jagende boeren bij Haamstede

door Hans Jongepier

Tijdens herverkavelingswerken op Schouwen kwamen in 1957 bij Haamstede de restanten te voorschijn van een nederzetting uit de late steentijd. Deze vindplaats wordt Brabers genoemd. De bewoning vond daar mogelijk plaats op een oude strandwal in de omgeving van de monding van de Schelde. De archeologen troffen sporen van zeker drie huisplattegronden aan. In een oude leeflaag vonden ze onder meer aardewerkscherven en vuurstenen voorwerpen. Onder het vuursteenmateriaal bevond zich naast schrabbers en boortjes een groot aantal pijlpunten, waarvan er diverse een dwarse snede hadden in plaats van een punt. Ze worden daarom ook wel transversaalspitsen genoemd.

Dodelijk

Dergelijke pijlpunten veroorzaakten sterk bloedende wonden bij het aangeschoten wild en waren zeer dodelijk. Het smallere deel werd met darmen of boombast omwikkeld en soms met houtteer bevestigd op een houten pijlschacht. Dit is bij meerdere buitenlandse vondsten aangetoond.

Dodelijke transversaalspitsen uit Brabers (beeldbank Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland).Dodelijke transversaalspitsen uit Brabers. (Beeldbank Erfgoed Zeeland)

Vlaardingencultuur

De bij Haamstede aangetroffen archeologische resten behoren tot de zogenaamde Vlaardingencultuur (3500-2500 voor Christus). Bij die stad zijn eveneens belangrijke bewoningsresten uit dezelfde periode ontdekt. Gezien de huisplattegronden verbleven de mensen in die tijd waarschijnlijk permanent of semi-permanent in de kustregio. De nederzetting van Brabers kan het gehele jaar door op dezelfde plaats in gebruik zijn geweest, maar men kon ook tijdelijk elders wonen. De strandwal was geschikt voor kleinschalige akkerbouw, maar veeteelt zal economisch gezien belangrijker zijn geweest. De begroeide vlakte achter de strandwal vormde namelijk een geschikte plek voor het vee.

Geleidelijke overgang

De vele pijlpunten en de vestigingsplaats vlak bij zee wijzen erop dat de voedselvoorziening van deze prehistorische Zeeuwen erg gevarieerd was. Naast landbouw en veeteelt bedreef men de jacht op met name edelhert en ree. Men beoefende visserij en de mensen van Brabers verzamelden ook schelpdieren. Men was dus zowel boer als nog jager. De overgang van een nomadische leefwijze naar het beoefenen van de landbouw verliep in Zeeland vrij geleidelijk, een beeld dat overeenkomt met dat in heel West-Nederland en Vlaanderen.

Literatuur

J.R. Beuker, Vuurstenen werktuigen. Technologie op het scherp van de snede (Leiden 2010).
J.A. Trimpe Burger, ‘De Oude Duinen van Schouwen en de late steentijd’, Zeeland, tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen 2 (1993) 3, 108-113.
L.B.M. Verhart, ‘Settling or trekking? The late Neolithic house plans of Haamstede-Brabers and their counterparts’, Oudheidkundige mededelingen van het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden 72(1992)73-99.