Sporen van de Bronstijd in Nieuw-Namen

door Hans Jongepier

De beheerder van de Meester Van der Heijdengroeve in Nieuw-Namen trof in 2002 in de groevewand enkele aardewerkfragmenten aan, die er zeer oud uitzagen. Het was al bekend dat in de groeve aardlagen van enkele duizenden tot miljoenen jaar oud zichtbaar zijn. Na de vondstmelding heeft Erfgoed Zeeland de scherven voorzichtig opgegraven, want ze verkeerden in slechte staat. Het waren restanten van twee handgevormde potten, bestaande uit bodems en enkele wandfragmenten. Ze waren lichtbruin van kleur en onversierd. De resten bleken uit de late Bronstijd te dateren, circa 1000 voor Christus.

Moeilijk toeven

De functie van de potten is op basis van deze losse vondst onbekend. Ook over de Bronstijdsamenlevingen in Zeeland valt niet veel te melden. De huidige provincie bestond destijds grotendeels uit een kustveenmoeras, waarin het moeilijk toeven moet zijn geweest, want er zijn nog geen archeologische vondsten uit geregistreerd. Wel kan het een aantrekkelijk jacht- en visgebied zijn geweest. Aan de zeezijde lag een droge duinen- en strandwallengordel, waar de omstandigheden om zich te vestigen beter waren. Aan de oost- en zuidzijde grensde het veengebied aan de hoger gelegen Brabantse en Vlaamse pleistocene dekzandgronden, die aan het eind van de laatste ijstijd door de wind zijn gevormd. Uit die streken weten we meer over de Bronstijd, vooral over nederzettingen en sociale structuren. Nieuw-Namen bevindt zich juist op de rand van het Vlaamse dekzandgebied.

Bronstijdaardewerk uit Nieuw-Namen. (Beeldbank SCEZ)Bronstijdaardewerk uit Nieuw-Namen. (Beeldbank Erfgoed Zeeland)

Contacten

Tijdens opgravingen in het aangrenzende Waasland zijn verschillende plattegronden van boerderijen uit de midden-Bronstijd (1600-1200 voor Christus) blootgelegd. Verder zijn in hetzelfde gebied ook sporen uit de late Bronstijd en de daarop volgende vroege IJzertijd aangetroffen. Of de Bronstijdmensen van Nieuw-Namen nauwe contacten hebben onderhouden met de bewoners in het Waasland is nog niet duidelijk. In elk geval vormen de scherven samen met enkele vondsten uit de duinen van Schouwen de enige schamele overblijfselen uit die periode in Zeeland.

Literatuur

J. Jongepier, 2002, Prehistorisch aardewerk Nieuw-Namen; in: Zeeuws Erfgoed jaargang 1 no. 1, p. 4.
B. Lauwers en J. de Reu, 2011, Een midden-bronstijdbewoning te Sint-Gillis-Waas-Kluizenmolen (Oost-Vlaanderen, België); in: Lunula, Archaeologia Protohistoria 19, p. 27-33.