Steentijdboeren bij Baarland

door Hans Jongepier

Archeologische vondsten hoeven niet altijd talrijk of spectaculair te zijn om toch een goed verhaal te vertellen. Een onderzoek uit 1980 bij Baarland levert daarvoor het bewijs. Buitendijks waren daar bij laag water stobben van dennen in een veenlaag zichtbaar. Het veen, dat er rond 3000 voor Christus begon te groeien, is door de Rijks Geologische Dienst bemonsterd. In de basis ervan bleken veel pollen van grassen, maar ook van granen en smalle weegbree aanwezig te zijn. Ze vormen aanwijzingen voor bewoning in de Nieuwe Steentijd (in Zeeland van 4000-2000 voor Christus), want granen en smalle weegbree duiden op de beoefening van landbouw.

Eerste boeren van Zuid-Beveland

Het is bekend dat in de loop van de Nieuwe Steentijd het aandeel van smalle weegbree in het algemeen sterk toenam door landbouwactiviteiten. Deze soort groeit meestal op graslanden en open plaatsen in bossen.
Het is dus mogelijk dat de eerste boeren van Zuid-Beveland, de pioniers, open plekken hebben gecreƫerd om kleine akkers aan te leggen. In die tijd bestond dit deel van Zeeland uit een opgeslibd gebied na eerdere overstromingen.

Vuurstenen pijlpunt, gevonden bij Kruiningen.Vuurstenen pijlpunt, gevonden bij Kruiningen.

Vuurstenen pijlpunt

Het is niet duidelijk of men ter plekke granen verbouwde, maar de resten kunnen wel uit de omgeving afkomstig zijn. Enkele kilometers westelijker, in de omgeving van Driewegen, is ooit een groot fragment van een geslepen vuurstenen bijl gevonden, wat er op wijst dat in die tijd boompjes zijn gekapt. Een ander bewijs voor menselijke aanwezigheid in de Nieuwe Steentijd is de vondst van een fraaie vuurstenen pijlpunt, die bij Kruiningen in een vergelijkbaar niveau is aangetroffen als dat van de pollen bij Baarland.

Landschap werd natter

Blijkbaar was het toenmalige landschap geschikt voor bewoning en de jacht. Uit het pollendiagram van Baarland bleek verder dat het landschap na 3000 voor Christus een stuk natter werd, gezien de vele moerasplanten die er toen groeiden. De Steentijdboeren hebben toen waarschijnlijk hun biezen weer gepakt. Einde verhaal!