Het oudste werktuig van Zeeland

door Hans Jongepier

Ruim 25 jaar geleden vond een particulier tijdens het pierensteken een bijzonder voorwerp op de slikken, bij natuurreservaat de Schelphoek onder Serooskerke op Schouwen. Onderzoek bij de SCEZ wees uit dat het een vuurstenen vuistbijl uit de Oude Steentijd was.

Afmetingen

De bijl is 17,5 centimeter lang met een grootste breedte van 9 centimeter en een grootste dikte van 4,8 centimeter. Hij is aan weerszijden bewerkt en heeft een lichtbruin patina, dat is ontstaan door langdurig verblijf in de bodem. De oorspronkelijke kleur was lichtgrijs, afgaande op een kleine recentere beschadiging.

Vuistbijl uit de Oosterschelde bij de Schelphoek.Vuistbijl uit de Oosterschelde bij de Schelphoek.

IJstijd

Gezien het type dateert de vuistbijl mogelijk uit een warme fase van de voorlaatste ijstijd, 100.000 à 150.000 jaar geleden, en is daarmee het oudste werktuig dat ooit in Zeeland is gevonden. Ongeveer 40 kilometer ten westen van de vindplaats zijn van de bodem van de Noordzee eveneens enkele vuistbijlen opgezogen, maar die zijn kleiner en vermoedelijk ook jonger.

Neanderthalers en mammoeten

In de Oude Steentijd zwierven in onze streken Neanderthalers rond, de voorlopers van de moderne mens. Ze zullen vuistbijlen hebben gebruikt voor het slachten van grotere zoogdieren, zoals mammoeten en wolharige neushoorns. Ongeveer twee miljoen jaar geleden ontstond door riviererosie een brede geul, de Vallei van Zeeland. Deze omvatte ruwweg de huidige Oosterschelderegio. Kuddes mammoeten, steppewisenten en andere grote nu uitgestorven diersoorten liepen daar op de grasvlaktes rond.

Vissen op botten

Het genootschap Kor en Bot organiseert eens per jaar een tocht op de Oosterschelde om met een mosselkotter fossielen van deze prehistorische beesten op te vissen. Daarbij zijn de afgelopen decennia grote aantallen faunaresten uit de vallei omhoog gehaald. Hoe de vuistbijl op de slikken bij Serooskerke terecht is gekomen is onbekend. De bodemlagen, waaruit de bijl afkomstig kan zijn, liggen namelijk enkele tientallen meters dieper dan het slikniveau. Vermoedelijk is hij opgevist uit de Hammen, een zeer diepe geul voor de kust bij de Schelphoek, die de oeroude lagen aansnijdt.