Land van Saeftinghe

Sporen van de oudste landbouwers in Zeeland
verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Sporen van de oudste bewoners van Zeeland zijn op meerdere plekken in de provincie aangetroffen. Belangrijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van landbouwers in dit gebied zijn gevonden in het Verdronken Land van Saeftinghe.

Luchtfoto van het Verdronken Land van Saeftinghe. (Beeldbank Rijkswaterstaat, foto Joop van Houdt)Luchtfoto van het Verdronken Land van Saeftinghe. (Beeldbank Rijkswaterstaat, foto Joop van Houdt)

Het Verdronken Land van Saeftinghe in Zeeuws-Vlaanderen is met 3500 hectare het grootste brakwaterschorrengebied van Europa. Al in 821 werd het gebied Chavetinghe genoemd. Rond 1200 was het vrijwel helemaal ingepolderd. Maar tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd het voor militaire doeleinden onder water gezet. Tegenwoordig is het Verdronken Land van Saeftinghe een beschermd natuurgebied en telt het meerdere archeologische vindplaatsen. Vondsten kunnen hier alleen worden gedaan bij zeer laag water. De bodem gaf er aardewerkscherven uit het 4de millennium voor Christus prijs. Het oudste bewijs van landbouw in Zeeland. En nog steeds worden hier vuurstenen voorwerpen en houtskool gevonden.

Afslag van vuursteen, afkomstig uit het Land van Saeftinghe. (SCEZ, Beeldbank Archeologie)

Prehistorische dieren

Met regelmaat worden resten van prehistorische dieren uit een diepe put in de Westerschelde bij Terneuzen opgevist. Ze dateren van vóór 10.000 voor Christus. Het gaat om resten van de mammoet, wolharige neushoorn, steppewisent en reuzenhert. Ook in de Oosterschelde worden resten van prehistorische dieren opgevist.

Jagers

De oudste vondsten die wijzen op de aanwezigheid van mensen komen onder meer van het strand van Cadzand. Het gaat om vuursteenafslagen en vuurstenen werktuigen. Ze dateren uit de oude steentijd (300.000 jaar geleden tot 8000 voor Christus). Op de slikken bij Serooskerke (Schouwen) vond iemand jaren geleden een vuistbijl die door een Neanderthaler is gemaakt. In Axel werden in 1965 vuurstenen spitsen, schrabbers (voor de bewerking van huiden, hout en plantaardig materiaal), stekers en afslagen gevonden uit de oude en midden-steentijd (in Zeeland 8000-4000 voor Christus). Ze wijzen op tijdelijke jachtkampjes.

Vuurstenen schrabber, strand Cadzand. (SCEZ, Beeldbank Archeologie)

Vondsten uit de midden-steentijd zijn er alleen uit Zeeuws-Vlaanderen, met name op de toppen van de pleistocene dekzandruggen. Dat waren strategische plekken. Elders in Zeeland gaan de resten uit deze tijd schuil onder dikke lagen zand, klei en veen. In Aardenburg zijn jachtkampementjes gevonden met haardplaatsen en gebruiksvoorwerpen. De jacht op onder meer elanden, wilde zwijnen, edelherten en reeën was toen belangrijk voor de voedselvoorziening.

Overgang naar de landbouw

De eerste mensen die zich in Zeeland vestigden waren jagers en verzamelaars. In de nieuwe steentijd (4000-2000 voor Christus) werden dat akkerbouwers en veehouders. Rond 3500 voor Christus vestigden de eerste mensen zich min of meer permanent in dit gebied en ontstonden er nederzettingen. De mensen gingen aardewerken potten maken en geslepen bijlen van (vuur)steen. In het Verdronken Land van Saeftinghe zijn fragmenten van een pot uit de zogenaamde Michelsbergcultuur (4400-3500 voor Christus) opgegraven: niet versierd, grijsbruin aardewerk.

Geslepen bijl, vondst uit de opgraving Brabers, 1957. (SCEZ, Beeldbank Archeologie)

De belangrijkste nederzetting uit de nieuwe steentijd die we nu kennen, is Brabers bij Haamstede. Daar groef provinciaal archeoloog Jan Trimpe Burger in 1956 en 1957 de sporen van twee kleine woonboerderijen op. Tot nu toe zijn dit de oudste huizen die in Zeeland bekend zijn, zo’n 4500 jaar oud. Brabers was vermoedelijk een permanente nederzetting, of wellicht een nederzetting die voor een lang seizoen is gebruikt.

Opgraving Brabers bij Haamstede, met tweede van links provinciaal archeoloog Jan Trimpe Burger. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Opgraving Brabers bij Haamstede, met tweede van links provinciaal archeoloog Jan Trimpe Burger. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)

Granen

Uit de bronstijd (2000 tot 800 voor Christus) zijn maar weinig vondsten bekend. De ijzertijd (800 tot ongeveer het begin van onze jaartelling) daarentegen heeft meer sporen achtergelaten. Evenwel geen ijzeren voorwerpen; daarvoor lag Zeeland te zeer aan de rand van het Keltische cultuurgebied waar deze voorwerpen wel voorkwamen. In Zeeland zijn resten uit de ijzertijd aangetroffen in de vorm van aardewerk en (delen van) huisplattegronden. Ten noorden van Serooskerke op Walcheren is een erf met boerderij uit de late midden-ijzertijd ontdekt. Ook werd op verschillende plaatsen bedekte gerst, een graansoort, gevonden – een indicatie dat landbouw overal werd beoefend. De mensen leefden toen nog in kleine nederzettingen van hooguit een paar boerderijen bij elkaar. Pas in de Romeinse tijd nam het aantal boerderijen binnen een nederzetting toe.

Literatuur
J. Jongepier, Zeeland in de prehistorie, Middelburg 1995.
J. Jongepier, Prehistorie, in: Paul Brusse en Peter Henderikx (red.), Geschiedenis van Zeeland, deel 1: prehistorie – 1550, Zwolle 2012, 31-41.
Jan J.B. Kuipers en Johan Francke, Geschiedenis van Zeeland; de canon van ons Zeeuws verleden, Zutphen 2009.