Kleine bosjes in Zeeland

Zeeland is een relatief bosarme provincie. Een oorzaak hiervan is dat van oudsher alle vruchtbare kleigrond gebruikt werd als landbouwgrond. Oude kleibossen zijn daardoor zeldzaam en doorgaans erg bescheiden van omvang. Door hun ouderdom, ontstaansgeschiedenis en relatief schaarse voorkomen leveren ze desondanks belangrijke landschappelijke en (groene) erfgoedwaarden. Daarnaast wordt het steeds duidelijker dat kleine bosjes van groot belang zijn voor biodiversiteit en klimaatadaptatie.

Klein bosje bij Biervliet (SLZ, foto Joan van der Velden).

Klein bosje bij Biervliet (SLZ, foto Joan van der Velden).

Oude en nieuwe kleine bosjes

Op dit moment is slechts 2,7 procent van de landoppervlakte in Zeeland bos. De grotere bosoppervlakten zijn te vinden op de armere zandgronden, met name tegen de duinen (bijvoorbeeld bij de Boswachterij Westerschouwen en de Manteling bij Oostkapelle) en in het oosten van Zeeuws-Vlaanderen (bijvoorbeeld het Clingse Bos).

Bosjes op kleigrond zijn meestal klein en vaak een gevolg van particulier initiatief. Voorbeelden hiervan zijn de elzenhakbosjes (elzenmeten) en breed uitgemeten erfbeplanting. Ook kunnen de bosjes een gevolg zijn van overheidsbeleid, zoals ruilverkaveling, waarbij overhoeken ontstaan, en de 2-hectareregeling. Deze regeling werd ingevoerd na de inundatie in 1944 van Walcheren en hield in dat waar een nieuwe bungalow gebouwd mocht worden, minimaal 1 ha van het perceel beplant moest worden met opgaand hout.

Met de landelijke bossenstrategie (10 procent meer bos in Nederland) en de bosvisie van de Provincie Zeeland kan het aantal kleine bosjes de komende jaren aanzienlijk toenemen. Deze oude en nieuwe kleine bosjes zijn een meerwaarde in het landschap van Zeeland vanwege landschapsbeleving, biodiversiteit en leveren een bijdrage aan de klimaatdoelstellingen.

Verfraaiing van het landschap

Kleine bosjes vormen een verfraaiing van het Zeeuwse landschap, doordat ze een groene oase vormen in het veelal open landschap. Tijdens warme perioden is het heerlijk om even in de koele omgeving van een bos te wandelen, waarbij je vaak ook doorkijkjes hebt op historische bebouwing. Hiernaast zijn de kleine bosjes, door hun toegankelijkheid, bijzonder geschikt voor tal van educatieve activiteiten. Vanuit het oogpunt van natuur en behoud van karakteristiek landschap is het wel van belang dat de kleine bosjes vooral bestaan uit streekeigen bomen en struiken. Streekeigen soorten zijn soorten die van nature in Zeeland voorkomen of soorten die als typerend gelden vanuit cultuurhistorisch perspectief.

Doorkijkje op landgoed Ter Hooge (SLZ, foto Pieter Voets).

Doorkijkje op landgoed Ter Hooge (SLZ, foto Pieter Voets).

Biodiversiteit

In het verleden werden regelmatig vraagtekens gezet bij de ecologische meerwaarde van kleine bosjes. Een recentelijk onderzoek in diverse Europese landen laat echter zien dat kleine bosjes (‘zo groot als een voetbalveld’) per oppervlakte-eenheid minder planten en dieren huisvesten dan grote bossen, maar dat ze wel substantieel meer ecosysteemdiensten per oppervlakte leveren, zoals bestuiving van gewassen door insecten en het leveren van geschikter voedsel (bessen, jonge boompjes) voor diverse dieren. Door de positionering van de kleine bosjes in het open landschap werken ze als een soort magneet op bosminnende soorten, zeker als in het kleine bosje een gevarieerde vegetatie en structuur aanwezig is. Een ideale opbouw van een bos is weergegeven in onderstaande figuur en bestaat uit een zoom, een mantel en een gesloten bos.

Schematische weergave van ideale opbouw van bos (figuur SLZ).

Schematische weergave van ideale opbouw van bos (figuur SLZ).

De zoom bestaat uit grassen, kruiden en ruigere vegetatie. Vanwege de hoeveelheid zonlicht en bloemen is dit een goede biotoop voor insecten om op te warmen. De zoom gaat geleidelijk over in de mantel, die bestaat uit rijk bloeiende struiken als meidoorn, sleedoorn, hondsroos en bramen. De bloesem met veel nectar is bijzonder geschikt voor het aantrekken van vlinders en andere insecten. In de zoom kun je soorten als heggenmus en rosse woelmuis verwachten. Deze laatste gebruikt kleine bosjes als stapstenen om zichzelf te verplaatsen. In de mantel ontstaat steeds meer schaduw. Er staan enkele hoge en lage bomen met een weelderige ondergroei van soorten als fluitenkruid, brandnetel, zevenblad, kruipende boterbloem en look-zonder-look. In de bomen kunnen holtes zitten waar een grote bonte specht of bosuil kan broeden. De verlaten spechtenholen kunnen gebruikt worden als zomerverblijf voor ruige dwergvleermuizen of rosse vleermuizen, die ’s nachts aan de bosrand op insecten jagen. Op de bomen zelf zien we een variëteit aan mossen en korstmossen; de korstmossen het meest aan de warme zonzijde, de mossen meer aan de vochtige schaduwzijde.

In het gesloten bos staan de hogere bomen. Enkel op kleine open plekken, waar het zonlicht tot de bodem doordringt, ontkiemen jonge bomen. Verder groeien op de bodem soorten als bosveldkers, robertskruid en speenkruid, naast tientallen soorten mossen en verschillende paddenstoelen, zoals de vliegenzwam. Boven in de bomen zitten veel zangvogels, zoals de zwartkop. Ook broeden er roofvogels als de sperwer. Verder zien we in dit deel veel dood hout. Het hout mag dan dood zijn, maar het krioelt van het leven in de vorm van pissebedden, duizendpoten, mieren en keverlarven.

Natuurlijk hangt de biodiversiteit van een bosje af van de bodem, vochtigheid, leeftijd en de variëteit aan bomen en struiken, maar het is duidelijk dat ook kleine bosjes een bijdrage leveren aan de biodiversiteit van een gebied.

Er zijn veel insecten te vinden in de zoom van een bosje, zoals de kleine rode weekschildkever en oranje zandoogje (SLZ, foto Naomi Oostinga).

Er zijn veel insecten te vinden in de zoom van een bosje, zoals de kleine rode weekschildkever en oranje zandoogje (SLZ, foto Naomi Oostinga).

Klimaat

Kleine bosjes kunnen ook een rol spelen bij het behalen van de klimaatdoelstellingen. In de discussie rondom maatregelen tegen klimaatverandering worden twee globale strategieën onderscheiden: klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Mitigatie omvat maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen en daarmee verdere klimaatverandering te voorkomen. Adaptatie omvat alle mogelijke aanpassingen (technisch, maatschappelijk, enzovoort) om nadelige effecten van al in gang gezette klimaatverandering te voorkomen of te beperken en om eventuele kansen die eruit voortkomen te benutten. Maatregelen, kortgezegd, om onze samenleving – en de natuurlijke systemen die er de basis van vormen! – robuuster te maken tegenover een grilliger klimaat.

Het belang van bossen in klimaatmitigatie is welbekend. Wereldwijd wordt naar schatting een derde van de door ons uitgestoten CO2 door bossen vastgelegd in biomassa en bodems. Door ontbossing en aantasting van bos-ecosystemen komen juist enorme hoeveelheden broeikasgassen vrij. Het is inmiddels onomstreden dat herstel, uitbreiding en duurzaam beheer van het wereldwijde bosareaal essentieel zijn om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen. Grootschalige initiatieven spreken tot de verbeelding en worden breed gedragen. Toch leidt een eenzijdige focus op ’meer bomen’ niet per se tot gezonde, vitale bossen die een bijdrage kunnen leveren aan klimaatmitigatie.

Het belang van bossen in klimaatadaptatie is minstens zo groot en hangt samen met de ecosysteemdiensten die ze leveren: zaken als waterhuishouding en -zuivering, een stabiel microklimaat, biodiversiteit en biogrondstoffen, maar ook ruimte voor recreatie en bezinning. Een gezond bosecosysteem fungeert kortom als ’klimaatbuffer’, als stabiliserende factor tegenover de toenemende extremen in neerslag en temperatuur en de gevolgen daarvan. Verbetering van de kwaliteit van bestaand bos, groot en klein, is daarbij minstens zo belangrijk als de aanplant van nieuw bos.

Populierenbosje (Wilhelminadorp) dat met dicht bladerendek voor veel verkoeling zorgt (foto SLZ).

Populierenbosje (Wilhelminadorp) dat met dicht bladerendek voor veel verkoeling zorgt (foto SLZ).

Bronnen

A. Valdés e.a., High ecosystem service delivery potential of small woodlands in agricultural landscapes, in: Journal of Applied Ecology 57 (2020), 4-16.

Meerdere artikelen uit het tijdschrift Landschapsbeheer Zeeland 34 (3):
L. Calle, De Zeeuwse bossen in vogelvlucht; S. Janse, Kleine bosjes en klimaat; J. Pijcke, Biodiversiteit in kleine bosjes; J. van der Velden, Bossenstrategie, bosvisie en het belang van kleine bosjes; P. Voets, Recreëren in bosjes.

Auteurs: Joan van der Velden & Sam Janse, Stichting Landschapsbeheer Zeeland.