Anton Koole – Verzetsstrijder in vermomming

Een neergestorte geallieerde radioman van een B-17 bommenwerper en een door de Duitsers gezochte jongen uit de Zeeuwse ondergrondse ontmoetten elkaar tijdens de Tweede Wereldoorlog in de schuur van een boerderij bij Hoedekenskerke. In de weken daaropvolgend ontstond een prille vriendschap tijdens een ontsnappingspoging die wel afkomstig leek uit een actiefilm.

Geen boer maar militair

Anton Koole was tijdens de oorlog actief in het verzet en gebruikte aliassen en vermommingen om gevangenneming van hem en zijn familie te voorkomen. Hij was in het verzet bekend onder de naam (lange) David en voor neergestorte geallieerde vliegeniers heette hij Dave, Bill of Rinus. Geboren op 28 januari 1919 in de gemeente Oost- en West-Souburg groeide boerenzoon Anton tijdens de oorlog uit tot verzetsheld. Voor zijn dienst in de ondergrondse ontving hij het Verzetsherdenkingskruis.

Anton had niks met het boerenvak en hij wilde ook niet in Duitsland gaan werken, dus meldde hij zich aan voor de militaire dienst. In 1939 en 1940 was hij soldaat. Vervolgens was hij twee jaar werkzaam als agent van de Marechaussee. In deze functie had Anton de perfecte positie om zijn eerste verzetsactiviteiten uit te voeren. Die bestonden onder andere uit het stelen van voedselbonnen, blanco identificatiepapieren en sigaretten uit lokale Duitse kantoren.

Het verzetsherdenkingskruis dat ook Anton Koole heeft ontvangen.

Koerier in het verzet

Uiteindelijk kwamen de Duitsers hem op het spoor, maar vlak voordat ze hem in de winter van 1942-1943 konden oppakken dook Anton onder in Oost-Zeeuws-Vlaanderen. Daar bleef hij actief in het verzet als koerier. Na een tijdje kreeg Anton de vaste taak om religieuze onderduikers te helpen. In 1944 werd hij districtshoofd van Oost-Zeeuws-Vlaanderen voor de provinciale tak van de verzetsorganisatie LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers). Naast bovengenoemde verzetsactiviteiten bracht hij neergestorte geallieerde vliegeniers in veiligheid door ze te begeleiden op hun ontsnappingsroute. Zo heeft Anton zeven neergestorte geallieerde vliegeniers naar de vrijheid gebracht. Anton werkte hiervoor nauw samen met het verzet in Zuid-Beveland.

Een van die zeven geredde vliegeniers was de Amerikaan Edwin West. Hij was radioman en luchtschutter op een B-17 vliegtuig van de ‘8 Air-Force-Bomb group 351’. Edwin en zijn crew moesten nog één missie volbrengen, alvorens zij terug konden keren naar de Verenigde Staten. Ze bombardeerden Elsenborn in Duitsland en keerden daarna terug in de richting van de vliegtuigbasis van Polebrook. Boven Axel brak echter de hel los. De bomformatie en het toestel van Edwin werden aangevallen door FLAK (‘Flugabwehrkanone’), luchtafweergeschut. Het toestel vloog in brand en stortte neer. De piloot beval zijn twaalf crewleden om uit het vliegtuig te springen. Edwin sprong met vluchtingenieur Leonard Barton en samen kwamen ze terecht in het weiland van de familie De Regt nabij Hoedekenskerke.

De route die het neerkomende vliegtuig van Edwin West aflegde, alvorens het toestel crashte nabij Wilhelminadorp. Alle inzittenden sprongen voordien uit het toestel en hebben het ongeluk overleefd. (Bron: The onderduiker: underground hero, door John Peper en Edwin West)

Verzetsman ‘Dave’

Het geluk was Edwin en Leonard goed gezind, want de familie De Regt maakte deel uit van het verzet en kon de juiste persoon regelen voor een ontsnappingsplan. Piet de Putter was een verzetsman op Zuid-Beveland en kwam de twee mannen na een aantal dagen ophalen. Hij bracht ze van schuilplaats naar schuilplaats, altijd op hooizolders van boerderijen. Na ongeveer twee weken was het tijd om per boot de oversteek naar Zeeuws-Vlaanderen te maken. Verzetsman ‘Dave’ – die later Anton Koole bleek te heten – zou hen begeleiden op een veerboot vanuit Hoedekenskerke naar Terneuzen, vanwaar zij fietsend de weg zouden vervolgen naar België.

De vlucht naar de vrijheid ging gepaard met nipte ontsnappingen aan Duitse soldaten. Hierin speelden Anton, zijn vermommingen en zijn vindingrijkheid een belangrijke rol. Op de veerboot van Hoedekenskerke naar Terneuzen verkleedde Anton zich als priester. Hij droeg een wijdvallend gewaad en in de mouwen verborg hij voedselbonnen. Wanneer een Duitse soldaat tijdens de vaart een gesprek aanknoopte met Edwin (die geen woord Duits of Nederlands sprak), greep Anton in en speelde hij een geloofwaardige rol als priester. Eenmaal veilig in Terneuzen aangekomen bracht Edwin twee weken door in het huis van de familie Huyssen.

Nadat Antwerpen op 4 september 1944 in geallieerde handen was gevallen en het Duitse 15e leger zich terugtrok via Zeeuws-Vlaanderen, vorderden enkele Duitse soldaten het huis van de familie Huyssen. Edwin zat een week lang verscholen in de kelder van dat huis terwijl ook de Duitse soldaten er verbleven. Anton kwam hem uit deze hachelijke situatie bevrijden, dit keer vermomd als lokale politieofficier.

Eenmaal in Zelzate, België, werd Edwin overhandigd aan de Belgische ondergrondse. Ook hier verschool hij zich twee weken in boerenschuren, alvorens hij zijn weg op eigen houtje kon vervolgen door bevrijd België en Noord-Frankrijk naar de Amerikaanse basis in Parijs. Edwin had het overleefd, net als de elf andere crewleden van zijn bommenwerper. Ook Anton kwam ongeschonden de oorlog door.

Na 42 jaar zijn Edwin West en Anton Koole weer herenigd. Op de foto: Edwin West (links), Maria Koole (Antons dochter, midden) en Anton Koole (rechts). (Bron: The onderduiker: underground hero, door John Peper and Edwin West)

Eeuwige vriendschap

De prille vriendschap tussen Edwin en Anton kreeg na de oorlog niet direct een vervolg, waardoor de twee elkaar uit het oog verloren. Pas in 1986 werden ze op initiatief van de Nederland America Foundation met elkaar herenigd. Sindsdien bezochten de mannen en hun families elkaar geregeld in Nederland, Canada en Amerika. Wat begon als een moedige ontsnappingspoging door twee jonge mannen eindigde in een bijzondere, eeuwige vriendschap.

Dit verhaal is gebaseerd op het boekje The onderduiker: underground hero van John Peper en Edwin West.