Oorlogsdagboek Marie Verhage

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Bij kaarslicht op een zolderkamertje schrijft Marie Verhage uit Koudekerke in de oorlogsjaren 1940-1944 in haar dagboek. Ze doet verslag van de gebeurtenissen in het gezin, op de boerderij en in de wijdere omgeving. Over zaken van alledag maar ook over ongewone en ingrijpende ervaringen. Deze notities vormen een bijzonder, persoonlijk verhaal over de oorlogsjaren op Walcheren.

Marie Verhage op een foto uit 1946. (Collectie G. de Hamer)Marie Verhage op een foto uit 1946. (Collectie G. de Hamer)

Meidagen 1940: bombardementen, soldaten en vluchtelingen

Marie is bij het uitbreken van de oorlog 17 jaar oud. Ze woont met haar ouders, broers en zusje op een boerderij bij Koudekerke. Haar oudere zus is al getrouwd. In de vroege morgen van 10 mei 1940 hoort Marie als ze opstaat hevig motorgeronk en geknal van afweergeschut. “Zo zaten we ineens midden in de oorlog”, schrijft ze in haar dagboek.

Twee dagen later, op een zonnige Pinksterzondag, wordt de oorlog nog veel sterker voelbaar. De Duitsers bombarderen Vlissingen. De inwoners vluchten de stad uit. In stromen komen ze voorbij de boerderij van Verhage, smekend om een dak boven hun hoofd. Ze worden ondergebracht in kerken, scholen en schuren op Walcheren. Ook op de boerderij van de familie Verhage. In huis komen 17 mensen, in de schuur vinden 80 vluchtelingen onderdak. “Het was een verluchting als je naar de wei kon om de koeien te melken”, schrijft Marie op 15 mei, “even uit de drukte, daar kon je je gedachten de vrije loop laten gaan.”

Marie Verhage tijdens melktijd, circa 1942. (Collectie G. de Hamer)Marie Verhage tijdens melktijd, circa 1942. (Collectie G. de Hamer)

Na de verwoesting van Middelburg op 17 mei is er geen hoop meer dat de Duitse aanval gebroken kan worden. “Alles is overgegeven. Dat doet zo zeer.” Een dag later wappert van de kerktoren in Koudekerke de witte vlag. De mannen die het dorp hadden verlaten om in dienst te gaan, keren terug en veel gevluchte Vlissingers gaan terug naar hun huizen. Het leven herneemt zijn loop, zo goed en zo kwaad als het gaat.

Bezettingsjaren: evacuaties, hoop en spanning

In augustus 1942 dreigt evacuatie uit Zeeland voor iedereen die niet werkt: renteniers, ouden van dagen, vrouwen van wie de echtgenoot in Duitsland te werk is gesteld. Het gerucht gaat dat wie geen adres heeft om naar toe te gaan naar een kamp zal worden afgevoerd. De opoe van Marie vertrekt naar Muiden en de Duitsers vorderen haar huis. “Het afscheid viel niet mee. Wanneer zal men elkaar terug zien. De meeste oudjes zijn nog nooit buiten Zeeland geweest.”

In januari 1944 komen er berichten dat Walcheren mogelijk ontruimd zal worden, net zoals op Schouwen-Duiveland en Tholen is gebeurd. De spanning onder de mensen is voelbaar. Wat gaat er op Walcheren gebeuren? Tot een algehele evacuatie komt het uiteindelijk niet.

Het woonhuis bij de boerderij van de familie Verhage. (Collectie G. de Hamer)Het woonhuis bij de boerderij van de familie Verhage. (Collectie G. de Hamer)

Opmars naar bevrijding: water, water en verwachting

Het bericht in juni 1944 dat de geallieerden zijn geland op de Franse kust brengt grote vreugde in het gezin Verhage. Maar als ze een dag later uit bed komen, blijkt dat tien Duitsers zich hebben ingegraven in de tuin. Spannende dagen volgen. Het gezin Verhage slaapt met de kleren aan, zodat ze middenin de nacht kunnen vluchten. Eind juni verlaten de Duitsers hun stelling, maar niet nadat zij rond de hele boerderij een versperring van prikkeldraad hebben aangebracht.

Dan volgt op dinsdag 3 oktober 1944 het bombardement op de dijk van Westkapelle en later die op andere dijken. De gevoelens zijn gemengd. De verwachting is dat de Duitsers zich nu wel uit de voeten zullen maken. Maar er is ook veel leed om alle doden en gewonden die er zijn gevallen. En het water stroomt door de dijkgaten zo het land binnen. Op zondag 15 oktober bereikt het de boerderij van de familie Verhage. Het doel wordt bereikt: de bunkers staan onder water en “de Duitsers smeren ‘m er uit”. In de weken daarna leeft het gezin op het ritme van eb en vloed. In alle haast wordt eenmaal tijdens laag water een varken geslacht.

Waterstand in Koudekerke tijdens de inundatie. (ZB, Beeldbank Zeeland)Waterstand in Koudekerke tijdens de inundatie. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Bevrijding: granaten en slachtoffers

Het ergste leed moet dan nog komen. In de nacht van vrijdag 3 november – de gezinsleden liggen weer met kleren aan in bed – slaat een granaatscherf door het dak in de slaapkamer van de ouders. Maries moeder wordt geraakt. Dat ze het overleeft mag een wonder heten. Een naburig huis wordt voluit getroffen; daar vallen twee doden en meerdere lichtgewonden. En dat terwijl de Duitsers allang vertrokken zijn. Uit de aantekeningen die Marie die dag maakt, valt haar wanhoop af te lezen: “Een boodschap [zou moeten uitgaan naar] de Tommy in Westkapelle dat het zo niet moest. We waren zowat bevrijd; er zat niet één Duitser meer die vechten zou.” De bevrijding laat nog vier dagen op zich wachten. Op 7 november 1944 schrijft Marie het kort maar krachtig in haar dagboek: “Walcheren bevrijd”.

Lees de uitgebreide versie van het Oorlogsdagboek van Marie Verhage.