Volgeladen koggen op Zeeuwse stromen

door Jan Kuipers
verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Bij de historische handelsvaart denken we voor Zeeland vooral aan de dagen van de Verenigde Oost-Indische en de West-Indische Compagnie (VOC en WIC): de zeventiende en achttiende eeuw. Maar ook in de middeleeuwen was Zeeland een centrale regio in de Europese handel en koopvaardij.

Een lange rij steden

Vlaanderen, Zeeland, Brabant en Holland vormden in de veertiende en vijftiende eeuw het centrale handelsgebied van de Nederlanden. Van hieruit werden de waren via binnenvaarwegen gedistribueerd, of verscheept naar noordelijke Hanzesteden. De oude Zeeuwse steden dankten hun ontwikkeling en bloei in de eerste plaats aan de haringvisserij en het handelsverkeer te water.

Middelburg kreeg in 1217 stadsrechten en breidde zich rond 1250 aanzienlijk uit. Tweede Zeeuwse stad in de late Middeleeuwen was Zierikzee (stadsrechten 1248). Andere ontluikende steden waren Vlissingen, Ter Vere (Veere), Domburg, Westkapelle, Reimerswaal, Goes, Kortgene, Brouwershaven, Tholen en Sint-Maartensdijk. In het huidige Zeeuws-Vlaanderen kwamen de Noord-Vlaamse stadjes Hulst, Axel, Biervliet, Aardenburg, Oostburg, IJzendijke, Sint-Anna ter Muiden en Sluis tot bloei.

Haringbuis, collectie Stadhuismuseum Zierikzee (foto H.M.D. Dekker).Haringbuis, collectie Stadhuismuseum Zierikzee (foto H.M.D. Dekker).

Sluis, voorhaven van Brugge

Vooral Sluis, rond 1280 aan het Zwin gesticht als voorhaven van Brugge, was eeuwenlang een belangrijke haven, ook militair. ‘Wie Sluis bezit, bezit Vlaanderen’ was een gevleugeld woord. Haar grootste welvaart beleefde de stad in de eerste helft van de vijftiende eeuw: zij handelde met de Duitse Hanze, Genua, Venetië, Catalonië en Portugal. In Sluis werd de tol geïnd van alle waren die het Zwin binnenkwamen, terwijl er ook de stapel van wijn en droge vis was gevestigd. Zoutnering, haringvisserij, handel in masten en andere activiteiten brachten eveneens grote inkomsten. De neergang kwam na 1450, vooral wegens verzanding van het Zwin.

Sluis op een kaart van de Zwinstreek van Jan de Hervy, 1501.Sluis op een kaart van de Zwinstreek van Jan de Hervy, 1501.

Handelsstromen

In de late dertiende eeuw vervoerden Zeeuwen Engelse wol naar het vasteland voor de Vlaamse en, in mindere mate, de groeiende Zeeuwse lakennijverheid. Deze bleef van belang tot in de achttiende eeuw; van 1551-1799 had Veere de wolstapel van Schotse handelaren voor de Lage Landen. Middelburg was in de veertiende eeuw ook doorvoerhaven voor konijnenvellen uit Engeland en Portugal. Ze werden onder meer in Dordrecht verwerkt tot bont. Genuezen en Catalanen voerden in de vijftiende eeuw typisch zuidelijke ladingen naar onze streken: olijfolie, dadels, rijst, noten, rozijnen, fruit, suiker, aluin en katoen. Als retourvracht namen ze laken, gezouten haring, graan en luxe waren als tapijten en schilderijen mee.

Stadszegel van Veere met kogge, tweede helft veertiende eeuw.Stadszegel van Veere met kogge, tweede helft veertiende eeuw.

Retourvrachten en overslag

Als retourvrachten van de vrachtvaart komen in de vijftiende eeuw in Walcheren onder meer bonen, erwten, vlas en uienzaad voor. Men meldt in 1473 de aanvoer van ajuinzaad als retourvracht in Middelburg, dat toen een overslaghaven was voor onder andere Brugge, Antwerpen en Bergen op Zoom. Rond 1550 was er sprake van export van uien en uienzaad vanuit Middelburg naar Engeland en Schotland. Wijn werd uit Duitsland en Frankrijk aangevoerd. De haven van Arnemuiden was aan het eind van de middeleeuwen de belangrijkste bestemming in de Lage Landen voor schepen uit La Rochelle en Bordeaux met ladingen wijn; deze worden tussen 1470 en 1520 in notariële akten 392 keer vermeld.

Tarwe, vlas, meekrap

Agrarische producten werden vaak als bulkgoed verscheept. De Italiaanse reiziger Guicciardini prees na 1550 de voortreffelijke Zeeuwse tarwe. Al omstreeks 1100 zien we granen vermeld bij de Zeeuwse grondcijnzen van de abdijen. In de zestiende eeuw was Zeeland zelfs het belangrijkste graan verbouwende gewest, dat tarwe naar de overige Nederlandse gewesten exporteerde. Vanaf de veertiende eeuw horen we ook over vlas. Vlaanderen en Hulsterambacht groeiden uit tot een centrum van de vlasnijverheid; veel Vlaams en Hulsters vlas werd naar Spanje uitgevoerd.

Een belangrijk landbouw- en exportproduct was ook meekrap, eeuwenlang een karakteristiek Zeeuws landbouwgewas. De wortels leverden de grondstof voor een roodbruine textielverf. In de late middeleeuwen was het een zeer belangrijk exportartikel, waarop Zeeland in Europa vrijwel het monopolie had. Engeland was steeds de hoofdafnemer.

Deel van de Scheldekaart uit 1504, met het tolhuis van Iersekeroord (onder) en tal van handelsschepen.Deel van de Scheldekaart uit 1504, met het tolhuis van Iersekeroord (onder) en tal van handelsschepen.

Koggen, karvelen, kraken

Welke typen schepen vervoerden al deze waar? Het handelsschip bij uitstek sinds de dertiende eeuw was de kogge. Het type kwam voor in de Oostzee, Noordzee, de oostelijke Atlantische Oceaan en de Spaanse havens. De kogge was een plomp en buikig schip, met een breedte die ongeveer de helft van de lengte kon beslaan! Dit gedrongen scheepstype werd oorspronkelijk uitgerust met één, later meer masten, die waren getuigd met één groot vierkant zeil. Voor- en achterschip waren vaak verhoogd met ‘kastelen’, vooral wanneer deze schepen voor de oorlog werden gebruikt. De buikige koggen zijn te zien op de schepenzegels van veel laatmiddeleeuwse steden, zoals Veere. Tegen het eind van de middeleeuwen verschenen andere typen voor de internationale vaart, zoals karvelen en kraken.

Breeuwsel van dierenhaar van een schip uit Hulst, gebouwd bij Lubeck (na 1223).Breeuwsel van dierenhaar van een schip uit Hulst, gebouwd bij Lubeck (na 1223).

Scheepsdelen uit Hulst

Bij archeologisch onderzoek ten behoeve van het plan Nieuwe Bierkaai in Hulst zijn in 2011 in de middeleeuwse kadebeschoeiing delen van vier schepen aangetroffen. Drie van de vier hadden connecties met de Oostzee en Scandinavië, zo bleek uit nader onderzoek. Het oudste schip was kort na 1223 gebouwd in de omgeving van de Duitse Oostzeehavenstad Lübeck; er waren reparaties aan verricht in Zuid-Scandinavië. Een ander schip dateert uit ongeveer 1229, en was waarschijnlijk opgekalefaterd met mosbreeuwsel uit noordoost-Denemarken. Een derde vaartuig, gebouwd tussen 1302 en 1315, kwam uit de omgeving van de Poolse Oostzeehavenstad Gdansk als herkomstgebied. Bekend was al, dat middeleeuws Hulst behalve op Spanje ook  handelde op Frankrijk (vooral wijn) en Engeland (wol). Het archeologisch onderzoek leverde nu ook voor Hulst bewijs van contact met steden uit het Oostzeegebied, die behoorden tot het befaamde Hanzenetwerk.

Literatuur

Jan J.B. Kuipers, Zeeuwen te water. Sporen van een maritiem verleden (Middelburg 1996).
Jan J.B. Kuipers, Van Saxhaven tot Nieuwe Bierkaai. Archeologie en geschiedenis van de Hulster haven (Hulst 2017).