Europese routes

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Zeeland is vanaf de oudste tijden en op allerlei manieren verbonden met de rest van Europa. Het gebied werd eeuwenlang bezocht door kooplieden en schippers van elders die in Zeeuwse havens goederen aan land brachten dan wel in hun schepen laadden. Ook pelgrims trokken hun sporen door de provincie. En toen er in de 19de eeuw via een spoorlijn en veerdienst een verbinding met Brabant en Duitsland tot stand kwam en over zee met Engeland, lag Zeeland centraal op een nieuwe Europese route.

Met België kwamen in de 19de eeuw verbindingen over het spoor tot stand. Affiche Belgische Staatsspoorwegen met aanbevelingen voor een excursie naar Walcheren, 1892. (Zeeuws Archief, collectie KZGW, Zelandia Illustrata)

Handelsroutes

Door zijn ligging aan zee maakte het gebied van wat we nu Zeeland noemen vanaf vroege tijden deel uit van handelsroutes dwars door Europa. In de Romeinse tijd was Zeeland een knooppunt voor de handel tussen het huidige Engeland, Frankrijk en Duitsland. Kooplieden en schippers uit onder meer Duitse en Franse gebieden voeren met handelswaar vanuit de havens bij het huidige Domburg en Colijnsplaat naar Engeland of de kust van Frankrijk. We danken er de Nehalennia-altaren aan die handelaren lieten opstellen bij de tempels die aan deze godin waren gewijd.

Votiefsteen Nehalennia. (Zeeuws Museum)

Op hun handels- en rooftochten deden de Vikingen vanaf de 9de eeuw ook Zeeland aan. Daarvan getuigen enkele objecten van Scandinavische oorsprong die bij archeologisch onderzoek in Domburg zijn gevonden. De Vikingen bereisden vanuit het noorden niet alleen het westen van Europa, maar ook het Noord-Atlantisch gebied, het Middellandse Zeegebied en de rivieren in Rusland en Oekraïne. In Zeeland herinneren met name de ringwalburgen aan deze tijd, die overigens juist door de lokale bevolking werden opgetrokken ter verdediging tegen invallen van de Vikingen.Zeeland lag in de middeleeuwen binnen het centrale handelsgebied van de Nederlanden. Van de Hanze, het handelsnetwerk uit de late middeleeuwen, maakten geen Zeeuwse steden deel uit, maar wel werd er met de Hanzesteden in het Oostzeegebied handel gedreven, onder meer vanuit Hulst. Sluis, gelegen aan het Zwin en functionerend als voorhaven van Brugge, was eeuwenlang eveneens een belangrijke haven. De stad beleefde zijn grootste bloei in de eerste helft van de 15de eeuw.Rond het midden van de 16de eeuw was de rede van Walcheren het centrum van de Zeeuwse handel en scheepvaart. Middelburg, Vlissingen, Arnemuiden en Veere werden belangrijke handelshavens. De laatste vooral dankzij de Schotse wolstapel. Even ten noorden van deze havens ontwikkelde Zierikzee zich tot een belangrijke handelsstad. Al deze steden hadden een eigen internationaal handelsnetwerk. Eén voor één verloren zij dat ook weer, Middelburg en Vlissingen als laatste na het eind van de 18de eeuw.

Spoorlijn en stoomvaart

Om de teruglopende economie te stimuleren, kwam in de tweede helft van de 19de eeuw een spoorverbinding dwars door Zeeland tot stand. Deze sloot via Roosendaal en Venlo aan op de spoorlijn naar Duitsland. Tot 1939 was het eindstation Vlissingen en daar kon de reis per stoomschip van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland worden voortgezet naar Engeland. Deze lijndienst werd behalve voor goederen- en personenverkeer ook ingezet voor het internationale postverkeer.

De mailboot Mecklenburg van Stoomvaart Maatschappij Zeeland vaart de haven van Folkestone binnen, circa 1925. (Zeeuws Archief, collectie KZGW, Zelandia Illustrata)

Zeeland kwam dankzij de spoorlijn en scheepvaartverbinding op een nieuwe route te liggen die Duitsland, Nederland en Engeland verbond. Tegelijkertijd was men er krachtens een verdrag met België aan gehouden om de vrije doorvaart voor het Belgische handelsverkeer naar Rotterdam te garanderen. Met de aanleg van de Kreekrakdam en Sloedam, nodig voor de spoorlijn, zou die verloren gaan. Daarom werden door Walcheren en Zuid-Beveland ook twee kanalen gegraven. Zo liepen er dus twee nieuwe internationale verkeersroutes door de provincie: een spoor- en scheepvaartverbinding in west-oost-richting, die Duitsland met Engeland verbond, en een vaarroute (door kanalen) in noord-zuid-richting, die België met Rotterdam verbond.

Pelgrimsroutes

Routes door Europa gaan niet alleen over handel en geld verdienen, maar kunnen ook een religieus karakter hebben. Nog altijd trekken pelgrims vanuit alle hoeken van Europa naar Santiago de Compostela. Voor deze beroemde pelgrimsroute is de Sint-Jacobskerk in Vlissingen een van de vertrekpunten. De legende dat in de 9de eeuw aan de kust van het Spaanse Cantabrië het graf van de apostel Jacobus was gevonden, bracht vanuit heel Europa een stroom mensen naar deze plek op gang. De pelgrims trokken van abdij naar abdij en overnachtten in herbergen. Vanaf de 13de eeuw vertrokken ook vanuit Vlissingen pelgrims, een groot deel van hen op schepen. De route is eeuwenlang nauwelijks nog gebruikt, maar sinds het eind van de 20ste eeuw trekken steeds meer mensen opnieuw naar Santiago de Compostela.

Sint-Jacobskerk in Vlissingen: vertrekpunt voor pelgrims naar Santiago de Compostela.

Culturele routes

Wat bleef er achter nadat de oude routes hun functie hadden verloren? Ooit hadden mensen afkomstig uit verschillende gebieden, met andere achtergronden, op deze routes contact met elkaar gemaakt. Soms kort, soms langdurig, soms vluchtig, soms ingrijpend. Die contacten lieten hun sporen na in onder meer de taal, kunst, literatuur, sociale verhoudingen, volkscultuur en religie.Oude handels- en pelgrimsroutes vormen nu, samen met andere routes langs tastbaar erfgoed, culturele routes door Europa. Die verbinden opnieuw plekken en verhalen.Zeeland maakt onder andere ook deel uit van de Liberation Route, waar je door middel van ‘luisterplekken’ kunt beleven wat zich rond de bevrijding in 1944 en 1945 afspeelde.

De maand mei van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed staat in het teken van ‘Europese routes’.

Lees meer over het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed.