De Walzenmolen

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

De meelfabriek Walzenmolen was een van de eerste grote industriële ondernemingen in Sas van Gent. Dominicus Verschaffel legde er omstreeks 1830 de basis voor en de drie daaropvolgende generaties uit zijn familie stonden telkens aan de leiding van het bedrijf. De familie behoorde weldra tot de notabelen van het industriedorp. Tot driemaal toe verrees er in Sas van Gent een groot bakstenen fabrieksgebouw voor de Walzenmolen. Tweemaal door nieuwbouw, eenmaal door wederopbouw na een verwoestende brand. Begin jaren negentig van de 20ste eeuw ging de fabriek dicht.

Overgebleven romp van de molen van Verschaffel op het bolwerk in Sas van Gent. (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto K.G. Rouwenhorst)Overgebleven romp van de molen van Verschaffel op het bolwerk in Sas van Gent. (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto K.G. Rouwenhorst)

Molen op het Bolwerk

Rond 1830 kocht Dominicus Verschaffel, afkomstig uit Desteldonck (bij Gent), een houten windkorenmolen op de wallen van Sas van Gent. Hij liet deze molen afbreken en bouwde op de plek een stenen grondzeiler, waarin hij tarwe en rogge maalde. In 1843 zette Verschaffel de eerste stap naar mechanisatie van zijn bedrijf. Hij bracht in de molen een olieslagerij aan. Vijf jaar later kreeg hij toestemming om een stoommachine te plaatsen. Die mocht hij uitsluitend gebruiken als het windstil was. Het apparaat had één ketel en kon 3 pk opwekken. Daarmee werden de molenstenen in beweging gebracht. Kennelijk beviel deze aandrijvingsmethode zo goed dat Verschaffel binnen drie jaar nog enkele stoommachines plaatste. Een was zelfs goed voor het opwekken van 12 pk.

De molen van Verschaffel op het bolwerk circa 1930. (ZB, Beeldbank Zeeland)De molen van Verschaffel op het bolwerk circa 1930. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Bloemfabriek aan de Oude Vesting

In 1866 kwam Dominicus’ zoon Johannes in het bedrijf. Onder diens leiding werd aan de Oude Vesting(gracht) een compleet nieuwe fabriek gebouwd. De oude molen op het Bolwerk werd in 1898 verkocht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte hij zwaar beschadigd, waarna hij in 1951 werd ontdaan van zijn kap en wieken.

Het graan voor de bloemfabriek kwam in schepen aan de kade in Sas van Gent aan, werd daar gelost en met paard en wagen, later in kiepauto’s naar de fabriek getransporteerd. Het eindproduct – het meel – verliet in juten zakken het fabrieksgebouw en ging vooral naar bakkerijen en brouwerijen.

De bloemfabriek van Verschaffel aan de Oude Vesting circa 1900. (ZB, Beeldbank Zeeland)De bloemfabriek van Verschaffel aan de Oude Vesting circa 1900. (ZB, Beeldbank Zeeland)

De bloemfabriek van Verschaffel was de eerste grote fabriek in de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone. Johannes wist zich op te werken tot notabele in het industriedorp. Hij was raadslid, wethouder en van 1890 tot zijn dood in 1903 burgemeester.

Malen met walsen

In 1893 besloot Verschaffel over te stappen op een nieuwe, uit Duitsland afkomstige productietechniek, waarbij het graan niet tussen stenen werd gemalen, maar met stalen walsen. In de meelfabriek in Middelburg was men enkele jaren eerder ook op deze methode overgestapt. Voor de installatie van dit nieuwe maalsysteem was veel geld nodig. Er moest zelfs een compleet nieuwe fabriek worden gebouwd. Daarom stapte Harold Mechelynck in de zaak. Deze zoon van een suikerfabrikant uit Gent had ook al geïnvesteerd in de Sasse beetwortelsuikerfabriek, de latere CSM. De nieuwe meelfabriek kwam te staan aan de Wilhelminalaan. Het bedrijf ging Walzenmolen heten.

Op 5 november 1901 brandde de fabriek volledig uit. Het bedrijf kon een klein jaar later worden herbouwd. Als gevolg van de ver doorgevoerde mechanisatie draaide de Walzenmolen al snel volcontinu met drieploegendiensten. Op zondag werd er niet gewerkt. De fabriek had in 1905 25 werknemers. Aan de fabriek was ook een laboratorium verbonden, waar de kwaliteit van de vervaardigde meel en gries werd gecontroleerd.

Walzenmolen omstreeks 1950. (ZB, Beeldbank Zeeland)Walzenmolen omstreeks 1950. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Hosties en beschuit

In 1903 overleed Johannes Verschaffel. Het bedrijf werd overgenomen door zijn zoon Victor. Enkele jaren later kwam ook diens broer Richard aan de leiding. De meelfabriek bracht hen veel financiële voorspoed. Victor behoorde in 1917 tot de 155 hoogstaangeslagenen van Zeeland. Nadat hij in 1936 was teruggetreden kwam Richards zoon Hubert Verschaffel in zijn plaats. Hij zou de laatste generatie zijn. De fabriek breidde ondertussen de productie van meel uit tot zo’n 40 variëteiten, die konden worden gebruikt voor een grote diversiteit aan bakproducten. Zo ging de Walzenmolen in 1958 bloem produceren voor de hostiebakkerij van het clarissenklooster in het Noord-Brabantse Megen. In de jaren zestig ging bloem uit Sas van Gent ook naar biscuit- en beschuitfabrieken, waaronder Bolletje beschuit.

In 1988 nam de firma Wessanen uit Amstelveen de fabriek over. Wessanen was in die tijd een van de grootste voedingsmiddelenconcerns in Europa. Vier jaar later al stootte het de meelsector af. Toen volgde een overname door concurrent Meneba (Meelfabriek der Nederlandse Bakkerijen). Overproductie op de meel- en bloemmarkt leidde echter spoedig tot de ondergang van de Walzenmolen. De fabriek werd kort na de overname in 1992 gesloten en het gebouw werd in 1995 gesloopt. Op de plek staat nu een supermarkt. Het enige dat in Sas van Gent nog zichtbaar aan de meelproductie herinnert is de romp van de korenmolen op het Bolwerk.

Walzenmolen in het jaar van zijn sluiting, 1992. (ZB, Beeldbank Zeeland)Walzenmolen in het jaar van zijn sluiting, 1992. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Literatuur
J.J. Havelaar en L.A. Sarneel-Antheunis, Buiten bedrijf, De Walzenmolen van Sas van Gent, Zeist 1997.
De Bloemfabriek te Sas van Gent en directeur Verschaffel.