Binnendijken: waardevolle landschapselementen

Dijken vormen de ruggengraat van het Zeeuwse polderlandschap, zegt men wel. Dijken kunnen ook beeldbepalend zijn in ons vlakke landschap. Vooral in die delen van Zuidwest-Nederland waar een netwerk van polderdijken aanwezig is. De dijken vertellen hoe we ons land stukje bij beetje gemaakt hebben. ‘God created the world, and the Dutch made The Netherlands’.

Dijkenpatroon

Leesbaar landschap

Door de dijkenstructuur is de wordingsgeschiedenis van Zuidwest-Nederland ‘leesbaar’ in het landschap aanwezig. Aan het patroon van slingerende dijken kan men aflezen hoe de zeearmen en kreken, die soms nog deels aanwezig zijn, vroeger gelopen hebben, en hoe de vele inpolderingen plaatsvonden. Veel mensen vinden dat vanwege de cultuurhistorische waarde polderdijken behouden moeten blijven. Dat is in gemeentelijke bestemmingsplannen nu ook zo geregeld. De meeste polderdijken hebben planologisch een cultuurhistorische of landschappelijke nevenbestemming gekregen.

Afgraven

Zuinig zijn op polderdijken is nog niet zo lang gemeengoed. Om grote rechte landbouwkavels te creëren zijn bij ruilverkavelingsprojecten, uitgevoerd in de vorige eeuw, op grote schaal polderdijken afgegraven. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in het middengebied van Schouwen-Duiveland; veel dijken zijn daar verdwenen.
Tot in de jaren zeventig kwam het nogal eens voor dat een dijk in particulier bezit werd afgegraven, meestal in verband met agrarisch gebruik. Deze afgegraven dijkpatronen zijn verspreid in Zeeuws-Vlaanderen op verscheidene plaatsen te vinden.

Landschapsschoon

Het historisch dijkenarchief van Het Zeeuwse Landschap bevat bezwaarschriften die het in het verleden bij Gedeputeerde Staten van Zeeland indiende tegen het afgeven van ontgrondingsvergunningen voor het afgraven van polderdijken. Het laatste bezwaarschrift diende het toenmalige bestuur in 1975 in tegen het afgeven van een vergunning voor het afgraven van de Oosthavendijk in de gemeente Aardenburg. Omdat ‘… het afgraven van deze dijk het landschapsschoon in West Zeeuws-Vlaanderen schaadt’. Gedeputeerde Staten en later de Raad van State verklaarden dit bezwaarschrift ongegrond. De Oosthavendijk was eigendom van de Aardenburgsche Steenfabriek, die de vrijkomende klei nodig had. Bij het niet afgeven van een ontgrondingsvergunning dreigde de eigenaar met ‘… het staken van de productie en daardoor werkloosheid’. Ook toen al speelde het dilemma: milieu of economie?

Oosthavendijk

In 1992 is de steenfabriek bij Aardenburg gesloten en later werd Het Zeeuwse Landschap eigenaar van de afgegraven Oosthavendijk. In 1999 richtte het de aan de dijk grenzende Aardenburgse Havenpolder in als nieuw natuurgebied. Ook in dit geval ging het om commerciële kleiwinning, maar nu voor verzwaring van de zeedijk langs de Westerschelde. Bij de inrichtingswerken werd tevens de afgegraven Oosthavendijk opnieuw aangelegd.

Reconstructie

Voorstellen voor reconstructie van afgegraven polderdijken als een vorm van historisch landschapsherstel kwamen daarna meer naar voren. In West Zeeuws-Vlaanderen, een gebied met een bewogen inpolderingshistorie en rijk aan polderdijken, heeft Het Zeeuwse Landschap verschillende dijkgedeelten gereconstrueerd. Er is een studie gedaan naar mogelijkheden van meer herstelprojecten. Bij die studie en de discussies die er uit volgden kwam naar voren dat niet alle afgegraven dijkpatronen zijn te herstellen als daar de gelegenheid voor ontstaat. Hier spelen meerdere criteria een rol, zoals de huidige landschapswaarden ter plaatse en de specifieke indijkingshistorie van de omgeving.

Historie

In de vorige eeuwen werden er regelmatig dijken afgegraven om grond te verkrijgen voor de uitvoering van nieuwe inpolderingen, of voor herstelwerken na een dijkdoorbraak of vanwege militaire inundaties.

De bedijkingshistorie van West Zeeuws-Vlaanderen is ingewikkeld. Zomaar een verdwenen stuk dijk aanleggen kan gezien de historie van het landschap ‘fout’ zijn. De volgorde van inpolderingen ter plaatse kan daardoor onbegrijpelijk worden. Daarom moet van te voren duidelijk zijn welke fase van de bedijkingshistorie men wil reconstrueren.

Redenen voor bedijking

Niet alle binnendijken zijn aangelegd vanwege een inpoldering. Ook binnen bestaande polders legde men nogal eens dijken aan. Zo liggen er in Zeeuws-Vlaanderen verschillende liniedijken, voorheen militair verdedigingswal tussen fortificaties.

Linie van Communicatie bij Axel

Verspreid in Zeeland werden in polders secundaire waterkeringsdijken aangelegd in verband met eventuele dijkdoorbraken. Zo ligt er langs de kust van Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland een reeks inlaagdijken. Na de Watersnoodramp van 1953 werden er nieuwe dijken in de polders aangelegd om een gesloten systeem van secundaire waterkeringen te krijgen, een tweede gesloten ring op enige afstand van de zeedijk. Bij een nieuwe dijkdoorbraak kon de schade zo beperkt blijven. Op Schouwen-Duiveland werd in 1958 de grote polder Schouwen in tweeën gedeeld door de aanleg van de kaarsrechte Delingsdijk van Brouwershaven in het noorden naar Serooskerke in het zuiden. Bij een nieuwe doorbraak aan de kant van de Grevelingen of van de Oosterschelde zou de Delingsdijk zorgen voor halvering van de vloedkom en zo nog grotere schade voorkomen.

Actueel

Vandaag de dag hebben het Waterschap en Rijkswaterstaat met het oog op de zeespiegelrijzing weer terug gegrepen op het systeem van een brede verdedigingszone achter de primaire zeewering. Op ongeveer één kilometer afstand van de zeedijk tussen Breskens en Nieuwvliet-Bad is een nieuwe binnendijk aangelegd om een ‘gat’ in de verdedigingszone op te vullen. Een nieuwe dijk van enkele kilometers verbindt de oude polderdijken Puijendijk en St. Bavodijk. Zo blijft de historie van de Zeeuwse binnendijken actueel. Dichtbij de oudste polderdijk van Zeeland, aangelegd in de 11de eeuw op het Eiland van Cadzand, heeft men een 21ste-eeuwse binnendijk aangelegd.

Bron: ZEEUWSLANDSCHAP 2008/3