Inlagen bij de Keihoogte

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

De Keihoogte op Noord-Beveland getuigt van de strijd tegen het water. Op plekken waar oever- en dijkvallen een reëel gevaar waren, legden mensen vroeger inlaagdijken aan om een overstroming te voorkomen. Een inlaagdijk was eigenlijk een reservedijk. Hij functioneerde als een buffer achter de zeewering. De strook land tussen de zee- en inlaagdijk heet een inlaag. Eens spoelde de zee bijna heel Noord-Beveland weg. Wie nu aan de Keihoogte gaat staan, ziet de sporen nog van de strijd die de bewoners van dit eiland hebben geleverd.

Het water begint af te gaan, maar door de keiharde noordwestenwind rollen witgekuifde golven lustig aan. Ze bespelen de voet van de dijk. Je staat op de zeedijk vóór de inlagen Torenpolder/De Keihoogte op Noord-Beveland. En je beseft met deze wind hoe geruststellend het uitzicht op de Oosterscheldekering eigenlijk is. Recht vooruit werken spierwitte windmolens op de kering als gekken. Een eindje verder verrijst het grauwe, mausoleumachtige Topshuis. Achter je liggen de beide gedeeltelijk natte inlagen Torenpolder / De Keihoogte in de vorm van een vlinderstrikje.

Inlagen Torenpolder / De Keihoogte.Inlagen Torenpolder / De Keihoogte.

Vreemde winkelhaak

Alles getuigt hier van de vaak verloren strijd tegen het water. Zelfs de Westnol aan je voeten, een vreemde winkelhaak die in de Oosterschelde steekt. Het is een dijkrestant van de Ouweleckpolder. Deze ging in 1780 verloren. Eens omvatte die polder resten van Orizand (of Orisant), een eiland tussen Noord-Beveland en Schouwen dat in 1639 overstroomde. Het is de plaats waar in de Romeinse tijd de havenplaats Ganuenta lag.

Kloostermoppen

Bij de Keihoogte was vroeger een dorp. De plek dankt er zijn naam ook aan. Die oude nederzetting dook weer op in 1959. Bij egalisatiewerkzaamheden bij de hofstede Keihoogte werden vele Zeeuwse moppen en kloostermoppen (grote bakstenen) aangetroffen – vandaar de naam Keihoogte. Waarschijnlijk lag hier het dorp Vliete. Het ging bij vloeden in 1530 en 1532 met heel Noord-Beveland ten onder. Pas in 1598 werd de eerste fase van de herdijking van Noord-Beveland voltooid. Toen kwam de Oud-Noord-Bevelandpolder tot stand.

Kupen

De inlagen Torenpolder / De Keihoogte zijn eigendom van Stichting Het Zeeuwse Landschap. Kupen noemt men de inlagen op Noord-Beveland ook wel. De hele noordkust van Noord-Beveland wordt afgebiesd met inlagen die merendeels door deze stichting worden beheerd.Net als veel andere inlagen aan de noordkant van Noord-Beveland, is de Keihoogte erg geliefd bij vogelaars. Ook op bitter koude dagen kun je hun geparkeerde auto’s zien staan. Je weet dan dat ze in de vogelobservatiehut zitten of ergens rondsluipen met hun grote kijkers, camera’s en statieven.

240 dijkvallen

Evenals de zuidkust van Schouwen is de noordkant van Noord-Beveland diep getekend door de waterstaatsgeschiedenis. Dijk- en oevervallen, aanleg en verlies van inlagen, landinwaartse aanleg van nieuwe inlagen wisselden elkaar steeds af. Dat verklaart de onregelmatige vorm van de noordkust van het eiland en de in de zeearm uitstekende nollen. Alleen al tussen 1800 en 1960 zijn hier ruim 240 dijkvallen geteld. Ook uit een tijd van lang vóór bedijkingen en inpolderingen zijn sporen opgedoken.

Ganuenta

Ganuenta, ver in de Oosterschelde, leverde een massa altaarstenen van de inheems-Romeinse godin Nehalennia op. Bij de Noordhoeksnol ten westen van Colijnsplaat en aan de oostkust van Noord-Beveland zijn inheems-Romeinse boerderijen getraceerd. Tweeduizend jaar historie, bespoeld door de zilte golven van Nationaal Park de Oosterschelde.

Nooit klaar

De historie van het gebied van de Keihoogte mag stokoud zijn, als inlaag is de Keihoogte met de oostelijker gelegen inlaag ’s-Gravenhoeck de jongste van Noord-Beveland. Deze is namelijk pas gevormd bij het op Deltahoogte brengen van de Oosterscheldedijk in 1980. Lage duintjes in de inlaag Keihoogte, begroeid met de zeldzame blauwe zeedistel, herinneren nog aan de tijd toen het getij en zandverstuivingen hier vrij spel hadden. Het werk van zee en mens aan de noordkust van Noord-Beveland is nooit klaar.