Ganuenta

verhaal Redactie Zeeuwse Ankers, gepubliceerd op

Tussen 180 en 230 na Chr. lag op de zuidoever van de rivier de Schelde een bloeiende havenplaats met de naam Ganuenta. In de loop van de tijd is die nederzetting verdwenen vanwege erosie door de rivier. Pas in 1970 werd de locatie weer ontdekt op de bodem van de Oosterschelde. Bij toeval werden toen stukken van twee natuurstenen wij-altaren voor de godin Nehalennia opgevist. Onderzoek en vele altaarvondsten daarna duidden op een havenplaats met een tempel voor die godin. Het heiligdom had de vorm van een vierkante Gallo-Romeinse omgangstempel, zoals op deze plaats in 2005 is gereconstrueerd.

Schakel in handel

Ganuenta was een belangrijke haven voor handel en transport in het noordwesten van het Romeinse Rijk. Het was, zoals het huidige Rotterdam, een schakel tussen een binnenvaartnetwerk in Nederland, Belgiƫ en Duitsland en het zeetransport naar Engeland en Frankrijk. Regionale producten als zout, vissaus en aardewerk vormden de basis voor de handel. Maar ook luxe aardewerk en wijn werden doorgevoerd.

Nehalennia

De inheemse godin met de Keltische naam Nehalennia – alleen bekend uit vondsten van hier, Domburg en Keulen – speelde in deze handel een hoofdrol. Van oorsprong een vruchtbaarheidsgodheid werd zij de specifieke beschermgodin van schepen, opvarenden en handelswaar in de Romeinse Scheldemainport. Reders, schippers en handelaren sloten met de godin een contract voor een behouden vaart. Zij losten bij goede afloop hun belofte in, vaak door het plaatsen van een wij-altaar bij de tempel. Die vele gevonden votiefstenen vormen de voornaamste kennisbron voor handel en religie in Zeeland in de Romeinse tijd.