Spoorwegen

door Jan Kuipers

Met de voltooiing van het traject tot de haven van Vlissingen was de Zeeuwse spoorlijn op 1 september 1873 een feit. Het eerste initiatief dateerde van 1846, toen aannemer Dirk Dronkers een concessie kreeg voor de aanleg van een spoorlijn Vlissingen-Middelburg-Venlo-Maastricht. In 1839 had hij al een concessieaanvraag ingediend voor afdamming van het Sloe en het Kreekrak, en een kanaal door Walcheren. Dit was het jaar waarop de eerste Nederlandse trein daadwerkelijk reed van Amsterdam naar Haarlem.

Ondanks feestelijkheden in 1846 duurde het nog tot 1868 voor het eerste Zeeuwse deeltraject tot Goes gereedkwam; de spoorwegen waren intussen een staatsonderneming. Het Kreekrak was afgedamd in 1867. Een jaar eerder was ter compensatie van de scheepvaart en na veertien jaar graven het Kanaal door Zuid-Beveland opengesteld. In Middelburg circuleerde in 1867 al een feestvers, dat meldde: ‘Thans is ieder opgetogen, / Nu het spoedig waarheid wordt / Dat het weldoend stoomvermogen / Ook door Walchrens beemden snort’.

Spoorlijn tot Goes over de nieuwe Kreekrakdam, uit: <em>Gemeente Atlas</em> van J. Kuyper, 1865-1870.

Spoorlijn tot Goes over de nieuwe Kreekrakdam, uit: Gemeente Atlas van J. Kuyper, 1865-1870.

De afdamming van het Sloe volgde in 1871. Op 1 maart 1872 opende het traject tot Middelburg en op 1 september 1873 tot Vlissingen-Stad. Een week later opende koning Willem III het Kanaal door Walcheren, dat nodig was vanwege de aanleg van de Sloedam.

Stations

Eindpunt Vlissingen moest een belangrijk knooppunt worden, de verwachtingen waren hoog. Het jaarverslag van de Zeeuwsche Landbouwmaatschappij over 1869 voorspelde bijvoorbeeld ‘verbazende invloed’ en ‘ongekende bloei’. Walcheren en Zuid-Beveland zouden ‘de moestuin’ van Londen kunnen worden, ‘zoodra een stoomvaart tussen die stad en Middelburg of Vlissingen zal zijn geopend’.

De lijn naar Engeland kwam tot stand in 1875 met de Stoomvaart Maatschappij Zeeland (SMZ). Speciale boot- of mailtreinen arriveerden uit Duitsland in Vlissingen, dat uitgroeide tot de belangrijkste Europese haven voor postverkeer op Engeland. Dit was ook de reden voor de bouw van station Vlissingen-Haven (met zelfs een rijkversierde koninklijke wachtkamer). Vanuit Vlissingen-Stad was immers geen snelle overslag van poststukken op de boot mogelijk.

‘IJlgroet uit Vlissingen’, met op de locomotief een afbeelding van het station uit 1894 (Zeeuws Archief).

‘IJlgroet uit Vlissingen’, met op de locomotief een afbeelding van het station uit 1894 (Zeeuws Archief).

De overige Zeeuwse stations waren meestal eenvoudige stations van de 5de klasse, zoals Krabbendijke en Kapelle-Biezelinge. Het in 1982 vervangen station van Goes was iets fraaier: 4de klasse. De stations van Middelburg (1872, 3de klasse), een neoclassicistisch werk in rondboogstijl, en Vlissingen zijn rijksmonumenten. Vlissingen-Haven kreeg in 1894 haar definitieve vorm waardoor Vlissingen-Stad in onbruik raakte. Beide gebouwen zijn in de Tweede Wereldoorlog verwoest. Het huidige station op de plaats van Vlissingen-Haven dateert uit 1950.

Ook andere Zeeuwse stations verdwenen: Vlake, ’s-Heer Arendskerke (Eindewege) en Lewedorp (Noord-Kraaijert). De stationsgebouwen van de nog bestaande stations Oost-Souburg en Rilland-Bath zijn afgebroken.

Lokaalspoorwegen en tramlijnen

Op Belgisch initiatief kwam in 1871 een spoorlijn Mechelen-Terneuzen tot stand, geëxploiteerd door de Société Anonyme du Chemin de Fer de Gand à Terneuzen en de Société Anonyme du Chemin de Fer International de Malines à Terneuzen. De reizigersdienst op de lijn naar Gent werd al gestaakt in 1939, Terneuzen-Hulst-Sint Niklaas volgde in 1951/52. De lijn Terneuzen-Gent met een nieuwe verbinding Sluiskil-Dow Chemical in de Nieuw-Neuzenpolder bleef in gebruik voor goederenvervoer.

Zeeuws-Vlaanderen bezat ook een vrij dicht net van spoor- en tramwegen. De eerste tramlijn (Breskens-Maldeghem met zijtak Sluis) opende hier in 1887. De eerste stoomtramlijn van Zeeland lag tussen Middelburg en Vlissingen (1881). Ook elders in de provincie functioneerden tramlijnen, zoals Steenbergen-Nieuw-Vossemeer-Anna Jacobapolder (1900) en Zijpe-Brouwershaven/Burgh (1900/1915). Alle maatschappijen gingen uiteindelijk over op autobusdiensten.

Een deeltraject van de tramlijn Goes-Hoedekenskerke werd later gebruikt door de in 1966 geopende Oude Sloelijn, een goederenspoorweg naar het havengebied Vlissingen-Oost. Een Nieuwe Sloelijn kwam in 2008 in gebruik. De huidige toeristische Stoomtrein Goes-Borsele houdt een ander deel van het oude traject (naar Hoedekenskerke) levend.

Ongevallen, oorlogsschade

De Zeeuwse lijn ontkwam niet aan grote ongelukken. In 1899 reed een trein vanwege een defecte rem door een stootblok in Vlissingen. Er vielen drie slachtoffers. Een grote botsing tussen een passagiers- en een goederentrein vond bij dichte mist plaats bij Eindewege op 27 oktober 1976. Zeven doden, zeven ernstig gewonden en grote schade waren het droeve resultaat.

Het later aangelegde tweede spoor op de Zeeuwse lijn is in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gesloopt en afgevoerd. De oorlog bracht ook andere schade toe aan de lijn, niet alleen in Vlissingen. Zo werd de nog vrij nieuwe spoorbrug bij Vlake zowel in 1940 als 1944 bij oorlogshandelingen vernield.

De vernielde spoorbrug bij Vlake wordt gelicht, augustus 1940 (Zeeuws Archief, Kon. Mij. De Schelde, coll. 7513, nr. 5332).

De vernielde spoorbrug bij Vlake wordt gelicht, augustus 1940 (Zeeuws Archief, Kon. Mij. De Schelde, coll. 7513, nr. 5332).

Ook ontstond grote schade in Zuid-Beveland door de vloeden van 1906 en 1953. Het laaggelegen lijndeel bij Kruiningen, dat bij vloed onder water kwam, heette in 1953 in de volksmond de ‘badkuipspoorweg’.

Modernisering

Na de Tweede Wereldoorlog volgde snelle modernisering. In 1949 werden dieselelektrische treinstellen ingezet, die met ingang van de zomerdienstregeling 1950 in volledige uurdienst kwamen. In 1956/57 volgde elektrificatie van de lijn.

Voormalig seinhuisje Middelburg, sinds 2000 op het SGB-emplacement in Goes (foto H.M.D. Dekker).

Voormalig seinhuisje Middelburg, sinds 2000 op het SGB-emplacement in Goes (foto H.M.D. Dekker).

Veranderingen in dienstregeling en verbindingen bleven zich voordoen. In 1994 reed bijvoorbeeld de laatste rechtstreekse trein tussen Vlissingen en Zwolle. Een voornemen van de Nederlandse Spoorwegen in 2006 om de stations Arnemuiden, Kapelle-Biezelinge en Krabbendijke te sluiten werd na protesten vanuit Zeeland en de Tweede Kamer afgeblazen.