Paptaart uit Groede

Paptaart is een gebak dat in het westen van Zeeuws-Vlaanderen wordt gegeten, traditioneel op de eerste woensdag van oktober als er Baomesse-kermesse werd gevierd.

De paptaort is een rond gebak met een opstaande rand en een vulling van gele room, een soort dikke vanillevla. Het deeg wordt gemaakt van bloem, gist, melk, ei, basterdsuiker en zout. De pap wordt bereid uit melk, rijstebloem, basterdsuiker, ei, zout en een kaneelstokje. Over de paptaart gaat een dikke laag bruine of witte basterdsuiker.

Groese paptaart. (Foto Henk Kosters, cc-by-nc-sa 2.0)

Groese paptaart. (Foto Henk Kosters, cc-by-nc-sa 2.0)

Herkomst

Hoe de paptaart in Zeeuws-Vlaanderen terecht is gekomen, weten we niet. Sommigen vermoeden dat Lutherse emigranten het gebak hebben meegenomen toen ze in de 18de eeuw naar Groede kwamen. In dat geval zouden de paptaarten familie zijn van de vlaaien uit het Land van Hulst en Zuid-Limburg. Een andere theorie is dat de paptaart al eerder in West-Zeeuws-Vlaanderen is geïntroduceerd, namelijk door de Hugenoten uit Frans-Vlaanderen, die in de 17de eeuw naar het westen van Zeeuws-Vlaanderen vluchtten. In Duinkerken en Rijsel wordt namelijk vrijwel hetzelfde gebak verkocht (couque au riz). Net als de bolus, die door Portugese Joden in Zeeland werd geïntroduceerd, is ook de paptaart dus vermoedelijk meegekomen met vluchtelingen die in Zeeland neerstreken.

Baomesse-kermesse

Vast staat in ieder geval dat paptaartjes vroeger vooral in de omgeving van Groede werden gegeten na het betalen van de pachten van de landbouwgrond op 1 oktober. Naar verluidt werden de boeren erop getrakteerd door rijke Gentenaren die in de omgeving grond bezaten. Op de Baomesse-kermesse (Sint-Bavokermis), die de eerste woensdag van oktober plaatsvond, gold de paptaart als een traditionele lekkernij. Het is in Groede nog altijd een traditie om op deze dag paptaart te eten.

Literatuur
Veronique de Tier, Jikkemienen, postekop en vosse soppen, Zeeuws in de keuken. In: Veronique de Tier e.a., Proeven van dialect; een kijkje in de keuken van Nederlandse dialecten, het dialectenboek 8, z.pl. 2005, 196-197.
Zeeuwse Pot; van mosselsoep en kaneelpap, Zeeuwse streekgerechten en wetenswaardigheden, Soest 2008, 48-49.