Het Zeeuwse deegvint en varianten

Bij het sinterklaasfeest hoort gebak en lekkers. Nu zijn dat de chocoladeletters en banketstaven, maar vroeger waren dat in Zeeland vooral de sinterklaaspoppen van wittebrooddeeg. De ogen van de pop en de knopen van de jas van de pop waren krenten en soms hield het figuurtje in de handen twee kaarsen omhoog. De brooddeegpoppen worden vooral gegeten met goede boter en bruine suiker.

Deegvinters en deegpielen in de Zeeuwse dialecten.

Brooddeegpoppen

Vroeger waren de sinterklaaspoppen van wittebrooddeeg die men rond 5 december kan kopen, bekender dan nu. In het Woordenboek der Zeeuwse Dialecten (1964) is de naam deegvint behalve in West-Zeeuws-Vlaanderen en het Land van Axel nog opgegeven in plaatsen op Walcheren, Tholen en Goeree. In het Supplement (2003) wordt het woord deegvent, deegvint, deegveint behalve in West-Zeeuws-Vlaanderen en het Land van Axel nog opgegeven in drie plaatsen op Zuid-Beveland (’s-Heerarendskerke, ’s-Heerenhoek, Kloetinge). De samenstellers van het Supplement geven aan dat die deegvent alleen nog in Zeeuws-Vlaanderen algemeen te verkrijgen is. Ook uit reacties op 5 december 2016 in het programma Goedemorgen Zeeland blijkt dat de lekkernij vooral bekend is gebleven in Zeeuws-Vlaanderen en niet in de andere regio’s van Zeeland.

Andere Zeeuwse benamingen

De meest gebruikte naam is deegvint (of deegvinter in het Land van Axel). In het Supplement staan wel nog wat andere benamingen genoteerd die niet in het Woordenboek der Zeeuwse Dialecten voorkwamen. Een ervan is het algemene broodvent (vaker broodventje) in Nieuwdorp, met de aantekening dat het daar al tientallen jaren niet meer te krijgen is. In Axel en Terneuzen wordt deegpiele opgegeven. Het is een pop van brooddeeg maar in de vorm van een eend. Het dialectwoord voor de eend is in die streek immers piele. Het is dus dezelfde pop als de deegvint, maar de pop heeft een andere vorm. Volgens de informant van Terneuzen kun je de pop ook krijgen in de vorm van een paard, vaak met een mannetje op de rug. En blijkbaar waren er ook bakkers die koeien maakten in brooddeeg. In Hulst en waarschijnlijk ook daarbuiten wordt de pop ook gewoon manneke genoemd. Misschien werd deze sinterklaaspop ook gegeten bij andere gelegenheid. Colijnsplaat kent immers kossemisventje voor dezelfde pop, verkrijgbaar tot in de jaren 20 van de vorige eeuw.

Andere koeken

In Clinge kent men de sinterklaospoppe, maar de afbeelding in het Supplement laat vermoeden dat dit een ander soort koek is, nl. een koek van speculaas. Ook in Middelburg, Zierikzee en West-Zeeuws-Vlaanderen moet ooit een gebak bekend geweest zijn in de vorm van een A-B-bordje. Het woord A-B-borretje wordt daar immers opgegeven voor een sinterklaasgebak in die vorm.

De sinterklaospoppe, bekend in Clinge. (Supplement op het Woordenboek der Zeeuwse Dialecten)

Versmakken

Men kon vroeger ook dobbelen om deegventen of speculaaskoeken. In de herberg of bij de bakker zelf werd de brooddeegpop of speculaaskoek versmakt: iedere deelnemer zette een bepaald bedrag in bij de bakker of de herbergier. De winnaar kreeg de koek. Later dobbelde men om een gevulde letter. In het begin van de 19de eeuw leurden arbeidersvrouwen blijkbaar nog met lootjes om deel te nemen aan dergelijke verlotingen van grote deegvinters. Deze tradities zijn verdwenen o.a. door de loterijwet van 1905. de herkomst van de benaming smakken of versmakken voor het dobbelen, heeft te maken met het gooien van de dobbelstenen. Smakken betekent immers ‘met geweld neergooien’.

Bronnen
Debrabandere, F. (2005) Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams Etymologisch Woordenboek.
Debrabandere, F. (2007) Zeeuws Etymologisch Woordenboek.
Lijser, P. de (s.d.) Kezanse Kostelijkheden.
www.wnt.inl.nl (Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal)
www.zeeuwsewoordenbank.nl (Woordenboek der Zeeuwse Dialecten en Supplement)