De Drieling in Retranchement

Bij Retranchement staan er maar liefst drie grenspalen in een kaarsrechte lijn. De palen dienen de Belgisch-Nederlandse grens te markeren. Maar waar loopt de grens dan precies en waarom zijn er drie palen nodig, terwijl men elders maar met één paal volstaat? Deze zogenaamde ‘drieling van Retranchement’ is een unicum in Nederland en vertelt een bijzonder verhaal.

Grenspaal op de vestingwallen in Retranchement. (Beeldbank SCEZ)Grenspaal op de vestingwallen in Retranchement. (Beeldbank Erfgoed Zeeland)

Van paal tot paal beschreven

De grens met België is na een roerige periode in de eerste helft van de 19de eeuw tot stand gekomen. In 1842 werd – na lang gesteggel – het verdrag tussen Nederland en België ondertekend. Daarbij werd de officiële grensscheiding tussen beide koninkrijken nader uitgewerkt in een overeenkomst gesloten in 1843. Toegevoegd aan deze overeenkomst was het ‘Reglement voor het plaatsen van de grenspalen’, een reglement dat melding maakt van onder meer plaatsing, levering en nummering van de grenspalen. Tevens werd hierbij het ‘Beschrijvend Proces Verbaal’ opgemaakt, een tekst waarin de gehele grens tussen Nederland en België van paal tot paal wordt beschreven. Ook werd hierin gesproken over specifieke kwesties, zoals de ingewikkelde grenzen bij Baarle-Hertog/Nassau en de vrije scheepvaart op het Zwin.

De Nederlandse zuidgrens telt maar liefst 365 gietijzeren grenspalen die de in 1842 vastgelegde internationale grens met België markeren. De nummering van de palen is uniek en loopt wat de Belgische grens betreft vanaf nummer 1 bij het Drielandenpunt in Vaals tot en met nummer 365 bij de monding van het Zwin in Zeeuws-Vlaanderen. In 1869 hebben Nederland en België een aanvullende overeenkomst gesloten omtrent de grensafscheiding van het Zwin. Door de steeds toenemende verzanding was het midden van de waterweg, de oorspronkelijke grens, niet goed meer zichtbaar. Hierdoor werden er dit jaar een aantal grenspalen verplaatst en werden vier nieuwe grenspalen toegevoegd met de nummers 366, 367, 368 en 369.

Een van de grenspalen bij Retranchement. (Beeldbank SCEZ)Een van de grenspalen bij Retranchement. (Beeldbank Erfgoed Zeeland)

Dwars door het Zwin

Feitelijk staan er nòg meer dan 369 palen, want soms staan er meerdere op één plek zoals hier in Retranchement. Hier liep de grens namelijk dwars door het Zwin en daar kon men aanvankelijk geen paal plaatsen. Daarom werden aan weerszijden van de oever twee palen ter indicatie geplaatst: paal 364A aan Belgische zijde en paal 364B aan Nederlandse zijde. Beide werden op een exacte afstand van 135,5 el (oude lengtemaat) van de daadwerkelijke grens geplaatst. Tevens werd in 1869 een derde paal met het nummer 364 geplaatst. Naar aanleiding van deze overeenkomst kon men na ondertekening van het verdrag beginnen met inpoldering van het Zwin. Na de verdere inpoldering van het Zwin in 1873 bleven deze twee palen staan en werd op de feitelijke grens een nieuwe paal geplaatst, die nummer 364 – zonder verdere toevoeging – werd genummerd.

Grenspaal no. 364. (Beeldbank SCEZ)Grenspaal no. 364. (Beeldbank Erfgoed Zeeland)

Verdwenen grenspaal

In 2011 brak in Retranchement paniek uit: de derde paal (364A) was plotseling verdwenen. De dader werd gelukkig snel gevonden. Het bleek een boze boer uit het dorp te zijn, die deze paal had uitgegraven uit onvrede dat hij er niet meer goed door kon met zijn landbouwmachines. Met veel ceremonieel werd de paal een jaar later teruggeplaatst. De boer had het liefste dat de (indicatie)paal, die niet eens de echte grens markeert, een paar meter zou worden verschoven. Maar beide provincies, die verantwoordelijk zijn voor het schouwen en handhaven van de grens, waren onverbiddelijk. De Rijksgrens is namelijk letterlijk exact bepaald, met inbegrip van alle ondersteunende palen die in het in 1843 opgestelde ‘proces verbaal’ staan vermeld. Om de drieling niet nog een keer kwijt te raken, kreeg de in 2012 herplaatste paal een betonnen fundament.

De gietijzeren grenspalen zijn overigens maar liefst 2.47 meter hoog. Het achtkantige onderstuk is 1 meter lang, waarvan zich 60 centimeter onder de grond bevindt. Twee derde van dit ondergrondse deel werd in een fundering van baksteen gemetseld, tegenwoordig dus beton. Het kegelvormige gedeelte, dat op het achtkantige onderstuk staat, is 1.30 meter hoog. De knop op de paal is 17 centimeter en heeft de vorm van een gestileerde dennenappel. Elke grenspaal is voorzien van enkele opschriften. Naast het (unieke) nummer zijn de palen ook voorzien van het jaartal van plaatsing, namelijk 1843, of in het geval van nieuwe of herplaatste palen zoals de drieling, 1869. Voorts zijn de palen voorzien van wapens van zowel Nederland als België. Deze bevinden zich aan de zijde van het eigen land.

Literatuur
C. Bieze, De grens bepaald; de Nederlandse grens en grenspaal in historisch perspectief, Rotterdam 1992.
T. Brouwer, Grenspalen in Nederland, Zutphen 1978.
P.W. Stuij, De Lage Landen en hun grenzen. Tussen Verdun en Londen, 1000 jaar grensgeschiedenis met Frankrijk, Terneuzen 1998.