Aarden heuvels bij Baarsdorp

Langs de A58 tussen Vlissingen en Goes liggen ter hoogte van het gehucht Baarsdorp aan de zuidkant van de weg twee vreemde bulten in het landschap. Een nabij gelegen parkeerplaats heet Vliedberg. In eerste instantie ben je dus geneigd te denken dat het hier om een vliedberg of woonterp gaat.

Een van de 'vliedbergen' bij Baarsdorp. (foto Cumulus)Een van de ‘vliedbergen’ bij Baarsdorp. (Foto Cumulus)

Bescherming

Voordat men in Zeeland begon met de aanleg van dijken werden ter bescherming van de bevolking tegen het zeewater vliedbergen aangelegd. Op de vliedbergen stonden houten huizen waarin kleine leefgemeenschappen woonden. In verschillende gevallen zijn het de voorlopers van latere dorpen geweest. Omstreeks het jaar 1000 begon men met de aanleg van dijken. Dit had tot gevolg dat er geen vliedbergen meer nodig waren. Een groot aantal is in de loop der tijd dan ook afgegraven. Sommige werden echter juist opgehoogd tot een motte.

De vliedberg bij het op Walcheren gelegen Mariekerke in de 18de eeuw. Tekening door C. Pronk. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia lllustrata)De vliedberg bij het op Walcheren gelegen Mariekerke in de 18de eeuw. Tekening door C. Pronk. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia lllustrata)

Mottekasteel

De twee aarden heuvels bij Baarsdorp zijn geen vliedbergen. Het zijn de resten van een mottekasteel. Dit bestond uit twee verschillende gedeeltes: het nederhof en het opperhof.

Het nederhof werd gevormd door een boerderij met enkele bijgebouwen en een poortgebouw. Rondom het nederhof stond een palissade. Deze was omringd door een gracht.

Het opperhof was het eigenlijke mottekasteel. Het bestond uit een taps toelopende aarden heuvel die tussen de 5 en 12 meter hoog was. Op de top stond een torenachtig bouwsel, ook weer omgeven door een palissade. De heuvel had aan de basis een doorsnede van circa 30 meter. Aan de voet ervan lag eveneens een ringgracht.

Om vanuit het nederhof naar het opperhof te gaan, moest je via een brug over de mottegracht. Vanaf de voet van de heuvel liep een steile trap naar de top. Ook nu zijn het nederhof en het opperhof aan de oneffenheden in het terrein nog steeds goed te herkennen. Het is een terrein van zeer hoge waarde voor bewoningssporen en de geschiedenis van de mottekastelen.

Detail van een kaart uit 1897 met de kunstmatig opgeworpen heuvels die toen bekend waren. Op deze kaart wordt geen onderscheid gemaakt tussen kasteelbergen en vliedbergen. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)Detail van een kaart uit 1897 met de kunstmatig opgeworpen heuvels die toen bekend waren. Op deze kaart wordt geen onderscheid gemaakt tussen kasteelbergen en vliedbergen. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)

Detail van een kaart uit 1897 met de kunstmatig opgeworpen heuvels die toen bekend waren. Op deze kaart wordt geen onderscheid gemaakt tussen kasteelbergen en vliedbergen. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)Detail van een kaart uit 1897 met de kunstmatig opgeworpen heuvels die toen bekend waren. Op deze kaart wordt geen onderscheid gemaakt tussen kasteelbergen en vliedbergen. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)

Kosterswoning

Bas Oele, oud-medewerker van het Provinciaal Depot Bodemvondsten, vertelt over begin jaren zeventig van de 20ste eeuw:

“De vierbaansweg zou over die twee heuvels heen gaan. Jan Trimpe (dat is toenmalig provinciaal archeoloog ir. J.A. Trimpe Burger) heeft toen bezwaar aangetekend en hij kreeg voor elkaar dat de weg er in een boog omheen werd gelegd. Bij het uitgraven van het cunet (= zandbed) gingen ze over de voorburg heen. Die hebben we en passant maar opgegraven. Het kerkhofmuurtje verkeerde in zeer deplorabele toestand. We moesten daar onderzoek aan doen en wat herstellingen uitvoeren. Daar bij het hek, de oorspronkelijke ingang van het kasteel, hebben we een niet zo groot opgravinkje gedaan. Er stonden toen nog van die grote olmenbomen. Die zijn nu weg. We hebben de restanten van een kosterswoning opgegraven.”

Het kasteel van Baarsdorp in de 18de eeuw. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)Het kasteel van Baarsdorp in de 18de eeuw. (Zeeuws Archief, coll. Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata)

Nooit geweten

“Hoe we weten dat daar een koster woonde? Binnen het muurtje stond een gotisch kerkje dat deel heeft uitgemaakt van het kasteel. Omstreeks 1870 is het afgebroken. Collega Harthoorn had onderzoek naar de bewoners van Baarsdorp gedaan. Toen bleek dat in het opgegraven huisje vlakbij het kerkje een koster had gewoond.”

Berg van Troye

Net buiten Borssele, aan de noordzijde van het dorp, ligt de met knotwilgen beplante ‘Berg van Troye’. Omstreeks het jaar 1000 werd op deze plaats een eerste kasteelberg opgeworpen. Op de top ervan stond een houten verdedigingstoren. De kasteelberg werd vervolgens twee keer opgehoogd. Omstreeks 1200 heeft men het kasteel omgeven door een zware met steunberen versterkte ringmuur. De resten daarvan zijn in 1958 teruggevonden. Het kasteel is vermoedelijk verdwenen vanwege overstromingen.

Fragment van de blootgelegde fundering van het kasteel van Troye in Borssele tijdens de opgravingen in 1958 onder leiding van archeoloog W.C. Braat. (Zeeuwse Bibliotheek, Beeldbank Zeeland)Fragment van de blootgelegde fundering van het kasteel van Troye in Borssele tijdens de opgravingen in 1958 onder leiding van archeoloog W.C. Braat. (ZB, Beeldbank Zeeland)

Einde van mottekastelen

In het begin van de 14de eeuw kwam er een einde aan de bouw van mottekastelen. Ook waren er talrijke verwoest in de strijd om Zeeland bewesten Schelde tussen de graven van Vlaanderen en de graven van Holland. Door de rijke adel werd in Zeeland op grote schaal begonnen met de bouw van kastelen op vlak terrein in baksteen: woontorens (eerst rond, later vierkant), waterburchten en vierkante en veelhoekige kastelen.

De meeste kastelen in Zeeland zijn op strategische plaatsen gebouwd: aan een rivier, weg of moeras.

Vuurkracht

Tot en met de 14de eeuw bleef het kasteel als strategisch object bij de verdediging een belangrijke rol spelen. Door de toegenomen vuurkracht van het geschut kwam hier spoedig een einde aan. De muren konden immers in puin worden geschoten. Een groot aantal kastelen verdween door brand, overstroming en gebrekkig onderhoud ten gevolge van verarming van de adel. In de loop van de 15de eeuw kwam het zwaartepunt van de verdediging bij de vestingsteden te liggen.

In de landschapstuin van Terra Maris bij Oostkapelle is een mottekasteel nagebouwd.